Frank de grave

DE EERSTE DAGEN aarzelde hij. Hij ‘worstelde’ met Kosovo, wisten de kranten te melden. Of het schijn was? In ieder geval was het tijdelijk. Hoe langer de crisis op de Balkan voortduurt, hoe meer schik de minister van Oorlog erin lijkt te krijgen. Vrijwel dagelijks slingert hij zijn krijgshaftige woordensalvo’s de Nederlandse huiskamers in. De veelgehoorde kritiek op premier Wim Kok dat hij niet naar Frans en Brits voorbeeld het Nederlandse volk voor de televisie heeft toegesproken, verstomt met de wederopstanding van Frank de Grave. Waar de premier met de dag getergder gaat kijken, schittert de minister van Defensie. En je hoort nog eens wat. Het dagelijks contact met de echt grote mannen, de Navo-ministers die weten wat oorlog is, begint zijn vruchten af te werpen. De Grave wordt wijzer, maar open blijft hij.

ZIJN LEERSCHOOL begint al jaren eerder, in het ouderlijk huis. De stiefvader van De Grave was adjudant van de chef defensiestaf, beroepsmilitair dus. Loyale zoon Frank ontstak in woede toen hij op de middelbare school in een radicaal actieblaadje las dat ‘alle militairen moordenaars zijn’. Zoveel ongenuanceerdheid kon de jonge Frank niet over zijn kant laten gaan. Heus, niet alle militairen zijn moordenaars, betoogde hij in een tegenartikel. De reacties hierop van medestanders in de strijd tegen linksradicale krachten vormden aanleiding voor de heroprichting van de JOVD-afdeling Assen. Als vanzelf werd De Grave in 1978, op 23-jarige leeftijd, landelijk voorzitter van de kweekvijver voor liberale politici. Vier jaar later werd hij lid van de Tweede Kamer en tegelijk van de Amsterdamse gemeenteraad. Als een van de drijvende krachten van het vermaarde Des Indes-overleg, dat de PvdA en de VVD met elkaar in gesprek bracht, stond hij aan de wieg van het eerste paarse kabinet in 1994. In de Amsterdamse politiek maakte De Grave toen al deel uit van een paars college. De aanbieding van Frits Bolkestein om als beloning voor het voorbereidende werk in het eerste kabinet-Kok minister van Financiën te worden, sloeg De Grave evenwel af. Amsterdam kon zijn loco-burgemeester en wethouder van Financiën niet missen. Zijn finest hours beleefde de defensieminister evenwel in de Tweede Kamer. Legendarisch is het verhaal van het opgewonden jonge Kamerlid dat in 1989 opereerde als regisseur van de val van het tweede kabinet-Lubbers. 'Doorzetten, Joris. Kom op, naar voren!’ registreerde de VPRO-televisie toen De Grave even vergeten was dat hij van programmamaker Peter van Ingen tijdens het beslissende debat een microfoontje opgespeld had gekregen. Joris Voorhoeve, toenmalig fractievoorzitter van de VVD, fungeerde als buikspreekpop van De Grave. Een prachtig kijkje in de keuken van de politiek. TIEN JAAR LATER nam De Grave van diezelfde Joris Voorhoeve het ministerschap op Defensie over. Er moest bezuinigd worden, dat wist Voorhoeve al, maar De Grave mocht het oplossen. En er moest eindelijk rust in de tent. Tegenover de Volkskrant liet de net benoemde minister in november weten geen compassie meer te kennen met onruststokers. Onheus gedrag van generaals en ambtenaren zou voortaan direct moeten worden afgestraft. 'Hoe hoger de rang, hoe lager de tolerantie’, zei De Grave manhaftig. Toch voorkwam het dreigement niet dat een van zijn hoge Defensie-lakeien, de plaatsvervangend directeur voorlichting, in februari zijn eigen weg ging en in een ingezonden artikel in NRC Handelsblad zomaar ineens kritische noten over het Srebrenica-dossier kraakte en pleitte voor een parlementaire enquête naar de val van de moslimenclave. Het Srebrenica-dossier, óók al zo'n open wond die Voorhoeve voor De Grave had achtergelaten. De nieuwe minister met zijn mond vol tanden, het verbale overwicht waarmee hij zijn weinig overtuigende fysieke uitstraling op Defensie probeerde te verhullen, bleek toch niet echt te werken. Dan de geplande bezuinigingen. Rigoureus zijn die. Een of twee squadrons F16’s moeten eruit, een paar honderd tanks minder en vooral: veel, veel minder mensen. Er moet niet met de kaasschaaf bezuinigd worden, hele kaasblókjes konden van de begroting afgesnoept, grapte de minister. En hij leek het geen probleem te vinden. 'De dreiging van internationale instabiliteit’ was na het beëindigen van de Koude Oorlog immers voorbij, betoogde hij begin januari nog in een interview. Nu zal hij daar wel iets anders over denken. Een beter middel dan de Kosovo-oorlog om verdere bezuinigingen op Defensie te voorkomen, had de beste lobbyist nog niet kunnen bedenken. BLIJFT OVER de loslippigheid. Of eigenlijk: de eerlijkheid. Hoe openhartig kan een minister in oorlogstijd zijn? De onthulling over de neergestorte Stealth-bommenwerper boven vijandelijk terrein 'had niet gemoeten’, zei hij zaterdag in een interview met De Telegraaf. Tijdens de Nova-uitzending waarin De Grave het neerstorten van het vliegtuig bevestigde, kreeg hij een vertrouwelijk briefje van een medewerker aangereikt waarop niet stond aangegeven dat het hier vertrouwelijke informatie betrof. Na de wereldprimeur van minister Van Aartsen van Buitenlandse Zaken, die in het Nederlandse parlement onthulde dat de luchtacties gestart waren, haalde een Nederlandse minister weer de wereldpers. De uitlatingen van De Grave zouden problemen hebben kunnen veroorzaken voor de reddingsactie van de piloot van de Stealth, zeiden hoge militairen. Bovendien was het voor de Navo nu niet meer mogelijk het wrak van het vliegtuig te bombarderen om zo de technische geheimen van de 'onzichtbare’ Stealth nog iets langer geheim te houden. Maar Frank de Grave wil eerlijk zijn. En dat mag als minister van Defensie niet. Zeker niet als de Navo propaganda en mediamanipulatie voorschrijft om niet te hoeven onderdoen voor de mediacampagne van Milosevic. Is het, na de vermanende woorden en de internationale kritiek, nu afgelopen met de openhartige onthullingen? Zeker niet. De Grave, afgelopen zondag in Buitenhof: 'Ik ben open wanneer dat nodig is, maar ook gesloten wanneer dat nodig is.’ En dat was enkele dagen eerder al te zien in het kamerdebat over Kosovo. De Grave bepaalt duidelijk zelf 'wanneer het nodig is’, zonder hierover te communiceren met de andere bewindslieden. In 'de dynamiek van het debat’ baarde hij opzien met de mededeling dat hij grondtroepen 'niet geheel uitsluit’. Eenheden van militairen gaan bij wijze van aanvulling op de luchtaanvallen kleine grondacties uitvoeren. Van Aartsen stoïcijns ontkennend, Kok verder in vertwijfeling, maar Frank de Grave heeft natuurlijk gelijk. Eerder heeft hij bewezen altijd net iets sneller te willen zijn dan anderen. Voor de zoveelste keer is het Frank de Grave die het publiek een kijkje in de politieke keuken gunt.