Frank en ronald de boer

‘Doe mij maar lekker veel’, zegt Ronald de Boer als het over geld gaat. Daarom verwacht iedereen, behalve de penningmeester van Ajax, dat de voetballende tweeling spoedig het langjarige contract met de landskampioen zal verbreken om naar het buitenland te vertrekken. Premier Kok komt hen persoonlijk uitzwaaien. Frank de Boer: ‘Daar zakt m'n broek van af.’ ..LE HET MOET WEL heel slecht gaan met het Nederlandse voetbal - misschien moet je zelfs zeggen: met hÇÇl Nederland - als zelfs Frank en Ronald de Boer voor het buitenlandse avontuur kiezen. Tot voor kort zongen ze in menig interview de lof van het laagland. Nederland, vonden ze, is een heerlijk land, een van lekkerste landen ter wereld. ‘Ik heb het in Nederland prima naar m'n zin’, zei Ronald tegen wie het horen wilde. ‘Alles is er fijn geregeld.’ En Frank wist: ‘Alles ziet er in Nederland netjes uit, de steden, de wegen. In andere landen is het vaak een rommeltje. De mensen in Nederland zijn gezellig en verzorgd. Alles is goed georganiseerd.’

De gebroeders De Boer zijn ook geen jongens om, zeg, te flaneren op de Ramblas, of gnocchi alla romana te eten in Tre Scalini op de Piazza Navone. Hollandser dan zij kunnen voetballers niet zijn. Als er zoiets als een landsaard bestaat en voetbal daar de spiegel van is, dan zijn de broertjes de helden die erbij passen. Je vraagt je dan ook af wat ze in godsnaam moeten in de primera division of de Serie A.
Het begint al bij hun naam: De Boer. In de wandelgang worden ze liefkozend De Boertjes genoemd, of nog korter: Boertjes. Ze zijn polderjongens, geboren en getogen in de Melkstraat in Grootebroek. Ze zijn ook altijd in West-Friesland blijven wonen. De grote stad is niets voor hen, van het nachtelijk vertier dat de stad heeft te bieden, moeten ze niets hebben. In de woorden van Frank: ‘Ik ben geen herrieschopper.’ Voorop staat hun huiselijk geluk, home sweet home. Liever gaan ze in hun vrije tijd bij hun schoonmoeder op bezoek of naar de camping in Garderen waar hun ouders een caravan hebben staan. Ze kunnen er voetballen en tennissen en spelletjes doen, eindeloos veel spelletjes doen. Klaverjassen en rummicubben, ze zijn er ware kampioenen in. 'Ik vind het heerlijk’, vertelde Frank. 'Ik hoef niet naar Benidorm of zo.’ Het lievelingskostje van Ronald is elleboogjesmacaroni, Frank smult van andijvie met gehakt.
ZE ZIJN ZOGEZEGD de vleesgeworden triomf van de gewoonheid. En ze zijn het nog steeds. Nu geldt dat voor veel Nederlandse voetballers, maar voor de Boertjes geldt het in optima forma. Een van de redenen daarvoor is dat de Grootebroekse moraal ze, naar eigen zeggen, met de paplepel is ingegoten: je moet geen kapsones hebben, want alle mensen zijn gelijk; nuchterheid is de voorwaarde om te overleven. Ze zijn vedetten zonder vedetteneigingen. Hoe groot hun roem ook is, ze blijven altijd met beide voeten op de kleigrond staan. Hun taal is de taal van het understatement. Hebben ze met Ajax of het Nederlands elftal op een imponerende manier de tegenstander vernederd, dan is hun commentaar: 'Tja, het was wel een aardige wedstrijd.’ Scoren ze een paar keer in een wedstrijd, dan hebben ze 'wel lekker gespeeld’.
Bij Ajax en Oranje spelen ze voetbal dat op hun karakter rijmt: ordelijk, georganiseerd en bedachtzaam. Voetbal waarin het om positiespel en beredeneerde positiewisselingen gaat, om driehoekjes en ingestudeerde vrije trappen. De Boertjes zijn ideale pionnen van de coach. Koele strategen zijn ze, schakers, schematici die, hoe nonchalant en laconiek ze soms ook ogen, risico zo veel mogelijk uitbannen. Explosiviteit, passie, grilligheid, intuãtie, al die ingredi‰nten die voetbal leuk maken - het is ver bij ze te zoeken. Daar wordt het maar een rommeltje van.
Frank en Ronald de Boer zijn voetballers die bij uitstek functioneren in het collectief. Ze zijn dan ook als collectief geboren, op 15 mei 1970. Nu ja, bijna als collectief, want Frank is een kwartiertje jonger dan Ronald. Ze zijn een wij dat in de ik-vorm spreekt. Niet alleen zien ze er precies hetzelfde uit, met dezelfde norse blik en hetzelfde melkboerenhondenhaar; in hun jeugd droegen ze ook precies dezelfde kleren, zaten ze bij elkaar in de klas en speelden ze in hetzelfde voetbalelftal. Onafscheidelijk waren ze. Heel lang hadden ze ÇÇn bankrekening en deelden ze hun inkomsten. Nog steeds zijn ze elkaars beste vriend, hoeven ze elkaar maar even aan te kijken om te weten wat er in de ander om gaat.
In Grootebroek beleefden ze een onbezorgde kindertijd. Vader was, tot hij werd afgekeurd, stucadoor, moeder huisvrouw. Ze leerden zelf ook een heus vak aan de lts: Frank is elektromonteur, Ronald metaalbewerker. Ooit bezochten ze nog de mavo voor volwassenen, maar, zo verklaarde Frank, 'toen we boeken moesten gaan lezen zijn we gestopt’. En ze moesten spreekbeurten gaan houden, dat was de tweede reden om af te zwaaien. 'Ik ben geen prater’, aldus Frank.
Het is dan ook ronduit ironisch dat je de Boertjes tegenwoordig voortdurend hoort praten. Ze hebben ook identieke stemmen, met dezelfde langgerekte eeeh-pauzes die als stoten op een misthoorn de woorden onderbreken. Ze zeggen zelden of nooit iets dat het onthouden waard is. Nog ironischer is dat hun zaakwaarnemer in onderhandeling was met de commerci‰le zender Canal+ voor exclusieve interviews met de tweeling tijdens het komende wereldkampioenschap. De conclusie van Frank: 'De woorden van een voetballer worden duur.’
VOETBAL WAS vanaf de luier hun leven. Ze trapten balletjes op straat, tegen de garagedeur, en slalomden om de meubels in de zitkamer. Hun vader vuurde hen alleen maar aan, hij was ooit semiprof geweest bij Alkmaar '54, voorloper van het huidige AZ. Op hun zevende debuteerden ze in de B5 van de Zouaven in Lutjebroek. Het moet een legendarische wedstrijd zijn geweest, de broertjes herinneren zich hem in ieder geval als gisteren. Ze wonnen met tien tegen nul, allebei scoorden ze vijf keer. Daarna ging het snel met ze: ze kwamen steevast in de hoogste Lutjebroekse pupillenelftallen terecht, werden opgenomen in de voetbalschool van AZ, maakten deel uit van het Noord-Hollands jeugdelftal, en kregen een jeugdcontract bij Ajax.
Vader De Boer heeft er nooit aan getwijfeld dat zijn tweeling het zou redden. Toen hij door Ajax gewaarschuwd werd dat maar ÇÇn procent van de jongens uit de jeugdopleiding doorstroomt naar het eerste elftal was zijn reactie: dan hebben wij een streepje voor, wij zijn met twee procent. Hij kreeg gelijk. Op 22 november 1987 debuteerde Ronald in de spits van Ajax ÇÇn, een klein jaar later stond Frank in de basis als linksback. Frank heeft inmiddels meer dan vierhonderd wedstrijden in het eerste van Ajax gespeeld. Ronald was aanvankelijk bankzitter, werd in 1991 aan FC Twente verkocht, maar Louis van Gaal haalde hem in 1993 terug naar Ajax. Sindsdien is hij, als rechter middenvelder, steunpilaar van het team. Twee keer werd hij gekozen tot voetballer van het jaar. Beide broers zijn ook al jaren vaste kracht van het Nederlands elftal.
Hoewel de loopbaan van Frank iets minder horten en stoten vertoont dan die van Ronald, hebben hun carriŠres een grote overeenkomst. Het publiek sloot de tweeling allerminst direct in het hart. Ze werden allebei voor nors en arrogant versleten, terwijl ze, naar eigen zeggen, echt vrolijke en vriendelijke jongens zijn. Er werd ook getwijfeld aan hun capaciteiten als voetballer. Traag zouden ze zijn, nonchalant, fouten makend uit misplaatste hoogmoed. Ronald miste als spits bovendien killersinstinct. En het is waar, hoe begenadigd de Boertjes als voetballer ook zijn, het oogt allemaal niet zo soepel en virtuoos. Frank heeft inmiddels een standaardantwoord bedacht als hij kritiek krijgt: 'Daar zakt m'n broek van af.’
DE LAATSTE JAREN hebben ze het vaak gezegd: ze heben het perfect bij Ajax, Ajax is de mooiste club ter wereld. En hoewel ze geld belangrijk vinden - Ronald: 'Doe mij toch maar lekker veel’ - en ze in het buitenland dozen vol lires of peseta’s kunnen verdienen, hebben ze zich altijd tevreden betoond met wat Ajax maandelijks op hun bankrekening stort. 'Ik vind genoeg op een gegeven moment genoeg’, is de tautologische mantra van Ronald.
Nogmaals: waarom wil de tweeling dan nu opeens buitengaats? Het ligt voor de hand de schuld daarvan te zoeken bij de voormalige patatboer Rob Cohen, de schoonvader van Ronald en de zaakwaarnemer van beide Boertjes. Cohen is de drijvende kracht achter Team Holland, de BV die de rechten van de spelers van Oranje uitbaat. Hij is de man die overal geld, geld en nog meer geld ruikt. Hij was het brein achter Twin Life, de kledinglijn van de Boertjes, van Soccer World, een voetbalcafÇ in de Arena, van het lucratieve beachvoetvolleytoernooi.
Maar er is ook een andere verklaring voor hun vertrek. Volgens Louis van Gaal zijn de Boertjes allergisch voor kritiek. Toen ze het voorstel deden voor een forse belastingverlaging voor topvoetballers, vonden ze een cynische premier Kok op hun weg die zei dat de broers niet direct de minst bedeelde Nederlanders zijn en dat hij de eerste zou zijn die ze op Schiphol zou uitzwaaien als ze naar het buitenland gingen. 'En dat moet ons land besturen’, schamperde Ronald. Het commentaar van Frank: 'Daar zakt m'n broek van af.’ Het is kortom de schuld van Kok. De Boertjes laten zich niet beledigen.