Ik mis zelfreflectie

Frank Heemskerk over de crisis

Sinds de crisis moet alle heil weer komen van de overheid, liefst in de vorm van subsidies. Laten de raden van advies en de economen eerst maar eens naar zichzelf kijken, meent staatssecretaris van Economische Zaken Frank Heemskerk.

OP DE DAG van het interview is de staatssecretaris overal. Op de televisie, op verscheidene radiozenders, in zo’n beetje alle dagbladen. Met een boodschap: besteed uw vakantiegeld dit jaar eens in Nederland. Dat levert de middenstand miljarden op. ‘Lekker weg in eigen land’, zegt hij, elk woord benadrukkend, met een grijns van oor tot oor. Het is de leuze die Meta de Vries al jaren op de radio roept namens het Nederlands Bureau voor Toerisme, dat mede gefinancierd wordt door Economische Zaken. ‘Ik had natuurlijk wel verwacht dat het de aandacht zou trekken, maar niet dat ik van alle kanten het verwijt zou krijgen dat dit protectionistisch is’, zegt Frank Heemskerk (PVDA), staatssecretaris van Economische Zaken. ‘Dat is het niet, het is een advies voor als je nog geen keuze hebt gemaakt waar je op vakantie wilt gaan.’
Met zijn vakantieactie is hij in één klap doorgedrongen tot een groot publiek. Het is gedaan met het schijnbare monopolie van Wouter Bos (Financiën) op crisiswoordvoering. Dat mag ook wel, nu de kredietcrisis de hele economie in de war heeft gestuurd. Aan de ernst daarvan doen oneliners over de vakantiebesteding geen recht. Tijd dus voor een echt gesprek.
Over de economen, bijvoorbeeld. Die krijgen de laatste tijd kritiek, omdat vrijwel geen van hen de crisis zag aankomen.
Wat vindt u daarvan?
Frank Heemskerk (zelf econoom): ‘Ik heb eerder gepleit voor blijvende bescheidenheid bij de bankiers, maar dat geldt ook voor de economen. Wij moeten nog eens goed doordenken wat er nu aan de hand is.’
Nogal wat zogenaamde zekerheden zijn onderuitgehaald, stelt Heemskerk. De begrotingsregels van Gerrit Zalm waren volgens economen bijvoorbeeld geweldig, maar nu blijken ze onhoudbaar. Ook de terugkeer van het protectionisme zagen zij niet aankomen. Zoiets onzinnigs zou toch niemand meer willen in deze tijden van globalisering? Maar meteen na de crisistop van de G20 eind vorig jaar in Washington verhoogden de Russen hun importtarieven en de Fransen probeerden vorige maand hun auto-industrie protectionistische staatssteun te geven. Ook Barack Obama’s Amerikaanse stimuleringsplan bevatte in eerste instantie bindende Buy American-clausules. Puur protectionisme dus, waarvoor volgens econoom en Nobelprijswinnaar Paul Krugman echter ‘economische argumenten’ waren. Dat alles nodigt uit tot ‘zelfreflectie bij de economen’, meent Heemskerk.
Economen hebben al evenmin een verklaring voor ‘het grote geloof in de overheid’ dat Heemskerk opeens alom ervaart. Vanuit het bedrijfsleven klinkt de roep om overheidssteun en wordt gewezen naar de omhooggehouden banken. ‘De overspannen verwachting die mensen van de overheid hebben, is een van de rare dingen in deze crisis’, zegt hij. Laatst gebeurde het weer, op een bijeenkomst in Laren. ‘Daar zaten veel ondernemers die zeiden: overheid, los het op, geef ons subsidies. Ik dacht: ja jongens, eerst ons jarenlang afzeiken en nu alle heil van ons verwachten. Die subsidies moeten wél betaald worden. Dat betekent verhoogde belastingen en bezuinigingen als de crisis eenmaal over is. “Wat is die overheid toch onbetrouwbaar”, zeggen diezelfde ondernemers dan. Ik stoor me aan het gemak waarmee men opeens bij ons komt aankloppen zonder zelf iets te doen aan de crisis. Iedereen moet durven zien wat zijn rol was. Waarom worden nu zoveel verliezen geleden? Waarom vallen er zoveel ontslagen? Zijn we te snel gegroeid, hoe hebben we ons gefinancierd, hebben we op de pof geleefd? Niet alleen bedrijven, óók burgers moeten zich dat afvragen.’

HEEMSKERK VINDT dat bedrijven zich eens moeten buigen over de manier waarop zij ‘macht en tegenmacht’ organiseren. Te gemakkelijk wordt ervan uitgegaan dat in deze duistere tijden de overheid wel zal zorgen voor toezicht. ‘Wouter Bos heeft gewezen op de verantwoordelijkheid van aandeelhouders. Ik vind dat ook in de raden van commissarissen beter nagedacht moet worden over hoe zij de afgelopen jaren geopereerd hebben. Ook daar mis ik zelfreflectie’, zegt Heemskerk. ‘Er is vaak denigrerend gedaan over ambtenaren en over de overheid. Alles was markt, alles draaide om het salaris en de bonus. De auto kon niet groot genoeg zijn. Ik heb me vóór de crisis wel eens over de topsalarissen uitgelaten. Ik zei dat wij de excessen wilden aanpakken, omdat we het idee hadden dat er beloond werd voor prestaties die niet geleverd waren. Meteen kreeg ik allerlei topmensen over me heen. “Waar bemoei je je mee, dit is de markt! Anders vertrekken we toch lekker naar het buitenland”, zeiden ze. Ik hoor dat soort grote bekken nu een stuk minder.’
U hebt bij ABN Amro gewerkt.
‘Inderdaad. Ik ben bankier en econoom, dus ik ben dubbel verdacht.’
U was er onder meer Vice-President Institutional Servicing Midden-Oosten. Bent u er erg op achteruitgegaan toen u naar de overheid ging?
‘Ik werd Kamerlid toen ik 31 was (in 2003 – jb) en ik ging neutraal over. Pas toen ik in 2007 staatssecretaris werd, ben ik er iets op vooruitgegaan. De vrienden van toen zijn veel meer gaan verdienen, maar sommigen zitten nu in de problemen. Mijn kritiek ging overigens niet over de hoogte van het salaris. Unieke talenten als John de Mol, Marco Borsato of Paul de Leeuw verdienen hartstikke veel geld, maar presteren ze niet, dan verdienen ze niets. Het ging mij om mensen die hun bedrijf niet lieten groeien en tóch een klapper maakten als ze het verkochten. Of mensen die hadden afgesproken dat ze een hele hoop geld mee zouden krijgen bij vertrek, of dat nu vrijwillig was of na ontslag. Zulke afspraken zijn ridicuul. Raden van commissarissen horen dat te corrigeren, maar deden dat niet. Daarop heb ik kritiek.’

OP 2 APRIL wordt opnieuw een G20-top gehouden die net als die van eind vorig jaar in Washington geheel gewijd zal zijn aan de crisis. Ook voor die top is Nederland weer apart uitgenodigd, samen met Spanje (zie kader). De top vindt plaats in Londen en wordt nu al ‘de protectionismetop’ genoemd. Nederland maakt zich zorgen over de toegenomen neiging de binnenlandse markten af te schermen. Economische Zaken heeft een crash team geformeerd met deskundigen die Nederlandse bedrijven in het buitenland te hulp schieten als zij oneerlijk worden behandeld. Via economische diplomatie wordt dan getracht opnieuw ‘een eerlijk speelveld’ te creëren.
Minister Maria van der Hoeven en u meldden begin deze maand dat Nederland zal optreden tegen protectionisme. Wat kunnen wij doen?
Frank Heemskerk: ‘Wij reageren niet door onze eigen bedrijven te subsidiëren. We geven liever een tikkie terug. We deinzen er niet voor terug om in Europees verband te pleiten voor het opleggen van heffingen. Dat je trots op je eigen land bent, de Fransen op hun baguette en de Amerikanen op de Chevrolet, prima. Maar je moet eerlijke kansen geven aan buitenlandse producten. Je mag ook geen oneerlijke subsidies geven.’
Binnen de EU worden de economische spelregels bewaakt door de Europese Commissie, meer in het bijzonder door eurocommissaris Neelie Kroes. Zij uitte vorige maand felle kritiek op de ‘protectionistische retoriek’ van de Franse president Nicolas Sarkozy, die miljardenleningen uitschreef voor de Franse auto-industrie op voorwaarde dat geen Franse banen verloren zouden gaan. Renault en PSA (Peugeot/Citroën) produceren veel in Oost-Europa en Spanje. EU-voorzitter Tsjechië was woedend.
Smeedt de crisis de Unie hechter aaneen of ontstaat er juist meer spanning?
‘Het wordt moeilijker. De toekomst is onduidelijk. Peter Mandelson (de vorige eurocommissaris voor Handel – jb) zei: “Iedereen die precies weet hoe je nu moet handelen, is een idioot.” Tegelijkertijd moet je elkaar nu wel weten te vinden. Gezond verstand is om met z’n allen een Europese markt te vormen en die overeind te houden.’
De Nederlandse economie steunt voor zo’n beetje de helft op buitenlandse handel, dus Nederland moet wel samenwerken. Maar waarom zou een machtig EU-land met een grote binnenlandse markt dat doen? Zo’n land heeft er toch belang bij de eigen industrie te beschermen?
‘Voor het optrekken van tariefmuren zijn ook die landen te zeer geïntegreerd in de Europese markt. Maar staatssteun is natuurlijk wel een middel dat protectionistisch kan worden ingezet. We moeten afspraken maken over de steun die lidstaten zelf mogen geven en wat we het beste centraal kunnen regelen. Bij de kredietcrisis zag je dat Ierland heel andere dingen deed dan Nederland. Je moet het coördineren. Maar het is onontgonnen terrein. Dat maakt het voor ons niet gemakkelijk.’
Is het eigenlijk wel zo verstandig dat we grote groeicijfers willen?
‘Het zit in de mens om steeds meer te willen en alles steeds slimmer te doen. Als de groei stopt en we krijgen te maken met krimp, gaat er veel kapot. En als je bij elkaar zit om de taart te verdelen en die taart wordt kleiner, dan wordt het verdelingsvraagstuk lastiger. De samenleving verhardt, want de bereidheid om offers te brengen neemt af. Ik ben geen pure Schumpeter-econoom die uitgaat van creatieve vernietiging. Schumpeter-aanhangers zeggen: lang leve de crisis, want nu komt er ruimte voor technische innovatie. Een jongen die ik ken is onlangs ontslagen. Bij hem hoef je met zulke verhalen niet aan te komen.’