Operadagen Rotterdam

Frank Martin en de dood van jonge mensen

Frank Martin leeft! Dat juichte het Muziekgebouw aan ‘t IJ nog maar twee weken geleden. De muziek van deze Zwitserse componist (1890-1974), die de helft van zijn leven in Nederland heeft gewoond, maar die helemaal vergeten leek, leeft hier sinds een paar weken inderdaad weer helemaal op. Maar hij heeft het wel opvallend vaak over de dood van jonge mensen.

Het begon met een opmaat in Amsterdam. Mezzosopraan Christianne Stotijn zong de cyclus Der Cornet uit 1942, met Amsterdam Sinfonietta en Nieuw Ensemble, gedirigeerd door Ed Spanjaard. Deze cyclus is gebaseerd op Die Weise von Liebe und Tod des Cornets Christoph Rilke, een serie van 23 prozagedichten uit 1899 van Rainer Maria Rilke waarin het verhaal wordt verteld van een jonge, naïeve vaandeldrager die door zijn eerste liefdesnacht bijna de grote veldslag met de ‘heidense’ Turken mist, maar op het laatst, half gekleed, toch nog dapper sneuvelt met zijn vaandel omhoog. Rilke was een jonge jongen van 24 jaar toen hij dit verhalende gedicht in één nacht opschreef, het is geëxalteerd, sentimenteel, onwaarschijnlijk en beeldschoon, althans zoals Christianne Stotijn het zong, heel strak, met haar mooie, warme stem. Het leek me dat ik het nooit meer zo mooi zou kunnen horen.

Nu is het rare dat zeven of acht van deze liederen al twee weken later weer te horen waren tijdens de openingsvoorstelling van de Rotterdamse Operadagen (28 mei tot 6 juni). Op een grote boot, midden tussen zich verdringende mensen, gezongen door een mij onbekende, nog maar net afgestudeerde mezzosopraan, Ellen van Beek, en het was weer zo ontstellend mooi. Anders, minder verstild, maar misschien nog pregnanter. In de begeleiding veel minder violen, waardoor de blaasinstrumenten beter uitkwamen en de muziek expressiever werd. Ik was verbijsterd dat een onbekend werk twee keer in zo korte tijd zo verschillend en beide keren zo overtuigend was. In Rotterdam was het ingepast in een groter geheel, de Cornet, waarin regisseur Sjaron Minailo en dirigent Winfried Maczewski muziek en zang van Andrew Svoboda, Hanns Eisler, Kurt Weill, Alban Berg en Benjamin Britten in en om de cyclus van Frank Martin hebben geweven. Zonder uitzondering ging het over jonge mensen, die net als de kornet van Rilke, worden geofferd: Isaac (countertenor Gunther Vandeven) wordt door zijn vader Abraham (tenor Anton Post) en door componist Benjamin Britten op het offerblok gelegd. Martin Streda is een jonge krijgsgevangene (bariton Karel Ludvik) die onder in het schip ten onder gaat volgens Svoboda, en ook in de rest van de muziek is het krijgsgewoel niet van de lucht. Daarbij het geronk van de boot en de geluiden van de haven, live electronics van Thomas Myrmel en naast Ellen van Beek ook nog sopraan An de Ridder, die als geliefde van de kornet nu eens Franstalige liedjes van Kurt Weill zong. Het ad hoc Chamber Orchestra of the 21st Century swingde, knarste en jubelde onder Maczewski. De boot bracht ons naar een terrein aan de haven waar een berglandschap van enorme ankerkettingen het decor vormde van het offer van Abraham.

Deze voorstelling is helaas niet meer te zien. Maar nog wel te zien en te horen is een ander werk van Frank Martin, Le vin herbé, zijn versie van het Tristan en Isolde-verhaal in het O.T. Theater in Rotterdam. Het bijzondere van dit werk, eigenlijk geen opera maar een oratorium, is dat de handeling van het koor uitgaat, dat ons het middeleeuwse liefdesverhaal gaat vertellen. De solisten maken zich een voor een uit het koor van twaalf zangers los, zoals Philippe Do als Tristan en Yvette Bonner als Isolde, maar eigenlijk zijn alle zangers solisten. Er is een klein orkest onder Wim Steinmann. De muziek is soms enigszins ongrijpbaar, maar heel vaak zeer ontroerend. Het is door Mirjam Koen en Gerrit Timmers zeer ingehouden geënsceneerd. Ton Lutgerink heeft als choreograaf enige eenvoudige, suggestieve bewegingen toegevoegd.

Het trieste verhaal van Tristan en Isolde, die niet met elkaar mogen leven en dus alleen maar met elkaar kunnen sterven, is hier lang niet zo zwaarwichtig als bij Wagner. Het is nu een geschiedenis geworden waar iedereen uit liefde de verkeerde dingen doet. Niet alleen de twee geliefden, maar ook moeders, vaders, bedrogen echtgenoten, dienstbodes, broers en vrienden werken zichzelf en de anderen door hun zorgzame genegenheid in de nesten. Ook hier sterven jonge mensen heel droevig. Toch is het ook mooi om naar te kijken en te luisteren. Waarom worden jonge mensen, in de oorlog, in de liefde, in het verkeer, in de kerken altijd tot slachtoffers gemaakt? Waarom laten ze zich toch altijd weer tot slachtoffer maken? Er komt geen antwoord op die vraag, maar de vraag wordt mooi om en om gekeerd.

MAX ARIAN

Frank Martin, Le vin herbé, t/m 6 juni in het O.T. Theater, Rotterdam en in september weer in Rotterdam, Gouda, Utrecht, Amsterdam en Breda. Informatie: www.ot-rotterdam.nl of 010 4769029 of www.operadagenrotteram.nl