Frankrijk bekommert zich om ruanda

Het vermoorden van buitenlandse presidenten was tot voor kort het prerogatief van de grootmachten, maar ook in dit opzicht is de wereld kennelijk multi-polair geworden. Volgens het Belgische dagblad Le Soir was de aanslag van 6 april jongstleden op de Ruandese president Habyarimana het werk van Franse militaire instructeurs. Verkleed als Belgische soldaten zouden zij het vliegtuig van de president hebben neergeschoten. Daarop barstte de door Hutu-militairen beraamde massamoord op oppositionelen en Tutsi’s los. De milities die het vuile werk opknapten waren getraind en bewapend door de Fransen, zoals de hele Hutu-elite in Ruanda al jaren door Frankrijk wordt gesteund.

Le Soir beroept zich op bronnen in de Ruandese hoofdstad Kigali en op het Belgische ministerie van Defensie, dat een onderzoek instelt naar de dood van tien Belgische blauwhelmen in de eerste uren van de strijd. Verdere onthullingen zouden wel eens heel pijnlijk kunnen zijn voor de Franse president en zijn regering. De Belgische regering heeft zich gedistantieerd van het verhaal in Le Soir, maar het ‘lek’ kan juist voldoende zijn om de Franse steun voor de Europese kandidatuur van premier Dehaene te garanderen. Zo wordt het spel gespeeld.
Directe Franse betrokkenheid bij de moord is namelijk niet uitgesloten. Zo werd de zwarte doos van het presidentiele vliegtuig op 10 april door Franse commando’s veiliggesteld, tegelijk met de lijken van de drie piloten. De doos is spoorloos verdwenen. Verder namen de Fransen de weduwe van de vermoorde president mee naar Frankrijk. Daar trof zij haar gevluchte hofhouding aan, die goede relaties met diverse Franse minis ters en de zoon van Mitterrand onderhield. De Ruandese hoofdstad Kigali was tot voor kort het centrum van de Franse drugs- en wapenhandel in Afrika en de familie Mitterrand heeft wellicht bij de eerste en zeker bij de tweede grote financiele belangen.
Inmiddels heeft het Ruandees Patriottisch Front de overhand gekregen in de Ruandese burgeroorlog. Het gaat slecht met de Hutu-militairen en dus slecht met de Franse belangen, en kijk eens aan: plotseling overweegt Frankrijk een 'snelle humanitaire interventie’ in Ruanda, liefst met steun van andere landen maar desnoods alleen. Het heeft de vereiste troepen reeds aan de Ruandese grens samengetrokken.
Vanwaar deze plotselinge bekommernis om het lot van Ruanda? Het bloedbad is al twee maanden oud. Al die tijd had Frankrijk in de Veiligheidsraad kunnen aandringen op militair of humanitair ingrijpen. Het vaderland van de mensenrechten heeft echter gewacht tot de kansen in de burgeroorlog keerden om pas nu - onder verwijzing naar de voortdurende noodkreten van Artsen Zonder Grenzen - als bij toverslag zijn humanitaire geweten terug te vinden. Het dagblad Liberation heeft zelfs een anonieme woordvoerder van de geheime dienst gevonden die deze hypocrisie niet langer verdraagt. Over de Franse minister van buitenlandse zaken zei deze: 'Juppe beweert dat Frankrijk geen enkel mededogen zal hebben met de verantwoordelijken voor de massaslachting in Ruanda, maar hij weet donders goed dat een groot deel van hen zich momenteel in Frankrijk bevindt.’ Het is alles bij elkaar geen bewijs voor een moordcomplot, maar er hangt ontegenzeggelijk een Ruandese lijkenlucht rond het Elysee.