In Memoriam

Frans van de Staak (1943-2001)

In het begin had ik het niet door. Hij zag eruit als een figuur uit Bordewijks Karakter, altijd in het pak, een beetje bleek en mager, en hij zei niet veel. De eerste film die ik van hem zag bestond uit lange opnamen van iemand die in een landschap teksten declameerde van Poot. Hij woonde destijds op een zolderkamer in de Nassaustraat, een donkere ruimte met een gootsteentje. Behalve veel boeken waren er slechts een tafel en een stoel.

En een 16mm-montagetafel. Niet veel mensen hadden zo'n tafel in die tijd. En het was opvallend hoe gul Frans was met zijn bezit: je kon altijd komen om wat materiaal te zien. En als je geen geld had, kon je voor niks of voor bijna niks bij hem monteren. De films bleven komen in een regelmatige stroom, altijd met die karakteristieke signatuur waarbij acteurs poëtische en indringende teksten zeiden waarmee ze, vaak indirect, op elkaar reageerden. Ze cirkelden om elkaar heen in landschappen en in ruimtes, meer in een choreografie dan dat hun handelingen op elkaar waren afgestemd. Hoewel het, in ieder geval voor mij, niet altijd duidelijk was waar de films over «gingen» was het ook duidelijk dat het daar niet over ging.

Het succes was matig, de kritieken waren vaak wat denigrerend. Maar Frans deed nooit concessies. Zijn hele leven heeft hij op dezelfde manier gefilmd. Soms met geld, soms zonder.

En hij bleef even gul en even zwijgzaam.

Op een gegeven moment woonde hij samen met Heddy (Honigmann) in de Balbaostraat. Ineens was hij niet meer die altijd toch wat treurige vrijgezel. Ook daar stond in een kamertje de 16mm-montagetafel.

Frans had een werkplaats ingericht in de Jacob Oliestraat waar hij tot op het laatst heeft gewoond. Bijna altijd was die werkplaats vol mensen. Er was ruimte voor zijn eigen en voor andere producties, en voor mensen zonder geld die gewoon bij hem terecht konden, net als ik.

We hadden elkaar een tijd uit het oog verloren. Na vijftien jaar belde ik hem op, een beetje gespannen na zo'n lange tijd. Ik vroeg of ik wat materiaal op de tafel zou kunnen zien. «Ja, dat is goed», zei hij. En toen ik kwam, was het net als vroeger.

Gedurende de laatste jaren zag ik hem weer vrij regelmatig. Drie keer diende ik een voorstel in bij het filmfonds met Frans als producent. Alle drie werden ze afgekeurd. Jammer, ook omdat ik dan weer met hem had kunnen samenwerken.

Er gaat een eindeloze stoet mensen door mij heen is de naam van een van Frans’ meest pregnante films. Frans is een van mijn stoet. «Was» zal ik nooit zeggen.