Televisie: ‘Marten en Oopjen’

Franse chantage

Still uit Marten en Oopjen – Portret van een huwelijk © NTR

Wie zei: ‘we hebben ze; nous les avons; we’ve got them’? Minister Bussemaker van ocw. Louvre, 2015. Bij gelijktijdige aankoop door de Nederlandse en Franse staat van Marten en Oopjen, Rembrandt-portretten van een jong echtpaar. Triomfantelijk klonk het, in het hol van de haan. Want vergeet niet: tot dan hingen de schilderijen (Amsterdamse koopliedentwintigers ten voeten uit afgebeeld, zoals alleen bij vorsten gebeurde) in de slaapkamer van een tuinhuis vlak bij de Champs Élysées. Alleen te bewonderen door vrienden van baron Eric de Rothschild die daar vaak ontvangen werden, als ware het in zijn salon. Daaraan was de donkere laag nicotine bovenop de vele lagen vergeeld vernis te danken, en dat terwijl Eric zelf niet rookt. Als dat tenminste waar is: misschien schaamt hij zich wel een beetje.

Maar we willen hem dolgraag geloven want hij blijkt inderdaad de ‘ontzettend aardige oudere heer’ (Taco Dibbits) die vrolijk, geestig, charmant en vol liefde is voor de schilderijen naast zijn bed, zij het dat die voor mevrouw beduidend groter is dan die voor haar man. ‘Ik denk dat Rembrandt geïnteresseerd was in Oopjen, en niet zo in meneer. Die vond hij waarschijnlijk een beetje saai en arrogant. Mevrouw was vast ook nog heel intelligent.’ Waarom dan verkocht? Een belastingakkefietje. Had ik tachtig miljoen te besteden, dan had ik zeker ook voor haar gekozen, als persoon en schilderij. Klassiek mooi is ze niet, maar prachtig wel.

Oeke Hoogendijk maakte na de bekroonde tv-serie over de lijdensweg die de renovatie van het Rijksmuseum was, nu een documentaire met deels dezelfde hoofdpersonen (Pijbes, Dibbits, Rembrandt) over genoemde omstreden aankoop. Een postscriptum dat uiteraard weer over macht, geld en politiek gaat. Want Bussemaker mag daar gejubeld hebben, Dibbits (toen directeur Collecties) stond er met spijt bij en baas Pijbes had er regelrecht de pest in (al verborg hij dat bij tekenen van het ‘huwelijkscontract’ tussen Frankrijk en Nederland, tussen Louvre en Rijks).

Omdat dat ‘nous’ niet exclusief was maar ook Fleur Pellerin, de Franse minister van Cultuur, omvatte. ‘We’ hadden de exclusieve aankoop van de diptiekdelen op een haar na rond, met steun van nagenoeg alle fractievoorzitters, tot Dijsselbloem van Financiën dwars ging liggen en zijn ‘partijgenoot’ Pellerin in eigen land en pers ongenadig onder vuur kwam te liggen omdat de Amsterdamse regenten zouden remigreren (‘misdadig’). Er lag al een exportvergunning!

Verbeten blikt Pijbes terug op de slapheid waarmee volgens hem is toegegeven aan Franse chantage. ‘Een diplomatieke rel met Frankrijk? Nou én? Die Fransen hebben altijd wel een rel. Zit in hun dna.’ Daar spreekt de macher, de hooggeplaatste straatvechter, de botte hond (die misschien gelijk heeft). Als in Beethovens Pastorale eindigt de film met ‘dankbare gevoelens na de storm’: het stille restauratiewerk, de onwaarschijnlijke schoonheid. Gaat dat zien op relatief stille uren. Maar wat zou ik graag een Hoogendijk-documentaire zien over de breuk tussen eigenaar Van Caldenborgh en flitsdirecteur Pijbes van Museum Voorlinden. Die kijken wel mooi uit.


Oeke Hoogendijk, Marten en Oopjen – Portret van een huwelijk, NTR, maandag 23 september, NPO 2, 20.57 uur