Parijs – De musea zijn weer open in Parijs en de suppoost van het Institut Alberto Giacometti ontvangt vanachter de kassa met zicht op het nagebouwde atelier van de Zwitserse beeldhouwer die van 1926 tot zijn dood in 1966 in de wijk Montparnasse verbleef. Het gereedschap, enkele gipsen afgietsels en het eenpersoonsbedje zijn origineel, als ook de achterwand waarop nog wat schetsen zijn te onderscheiden van de meester die de mens terugbracht tot zijn meest kernachtige, naakte verschijning. Nee, de suppoost heeft nog geen achttienjarigen met de ‘Pass-culture’ mogen ontvangen. De cheque ter waarde van liefst driehonderd euro die is te uploaden via een app is een initiatief van de regering-Macron die na de lockdown het bezoek aan musea, theaters en festivals door jongeren wil stimuleren. De cultuurpas vindt de suppoost ‘top’, maar deze tentoonstelling zal de doelgroep – de minder bedeelde jongeren – niet bereiken, vermoedt hij. Het thema staat op de catalogus: ‘Opnieuw falen. Opnieuw meer nog falen.’

De expositie draait om de vriendschap tussen Alberto Giacometti en Samuel Beckett, die elkaar eind jaren dertig in Parijs waren tegengekomen, ‘vluchtig’ en ‘altijd bij toeval’, noteerde Giacometti. Het leidde in 1961 tot zijn decorontwerp voor Wachten op Godot. De replica van de kale boom met een enkel blad, het enige decorstuk op het verder kale toneel, neemt een prominente plaats in op de tentoonstelling. Giacometti beschreef het werkproces in zijn aantekeningenboekje: ‘We zijn de hele nacht gebleven, bij die boom van gips, lieten iets weg, maakten hem kleiner, de takken nog ranker. Het was nooit goed, daar waren we het allebei over eens.’ Ze vonden elkaar in hun ‘gedeelde eenzaamheid’, vervolgde hij. ‘Kunstenaar zijn is mislukken zoals niemand anders durft te mislukken’, schreef Beckett in een bijgevoegde tekst. Giacometti: ‘Begrijpen waarom het mislukt, dat is wat ik wil.’ Zijn uitgebeende beelden worden afgewisseld met de al even uitgebeende teksten en films van Beckett. In Quad, een videoperformance uit 1981, lopen vier mensen zwijgend, ogenschijnlijk doelloos in een kringetje.

De suppoost heeft zijn plek achter de kassa inmiddels verruild voor de tentoonstellingsruimte. ‘Niet iets voor jongeren die tijdens corona maanden thuis hebben gezeten’, zegt hij, mijn blik volgend op het manische viertal. Zelf woont hij alleen, vier haltes met de regionale trein buiten Parijs. ‘Ik ben blij dat ik weer mensen zie.’