Franse ratten, rolt uw matten

Brussel - Meneer de Mol, een klein, oud mannetje uit Brussel, stond er wat eenzaam bij zondagmiddag op het grasveld voor het gemeentehuis van Kraainem, een soort Wassenaar aan de rand van de stad. De zon scheen. Hij droeg een geel polohemd en een zwart-gele paraplu met daarboven een Vlaams vlaggetje. ‘Vlaanderen is leuk’, stond op de zwarte vlakken van het regenscherm; Vlaamse leeuwen stonden op de gele. Hij was komen protesteren, zei hij in het Frans, na zich ervoor te hebben verontschuldigd het Vlaams niet machtig te zijn, tegen een demonstratie van het FDF, een partij voor Franstaligen en traditioneel anti-Vlaams. 'Het was vroeger in Brussel verboden om Vlaams te spreken’, zei hij. 'Ik ben een Vlaming, maar het Franstalige nazi-regime heeft me verfranst.’
De Mobiele Eenheid had meneer de Mol blijkbaar niet opgemerkt. Het grasveld was hermetisch afgesloten en omringd door een vijftigtal vlaggenzwaaiende tegendemonstranten. 'Franse ratten, rolt uw matten!’ schreeuwden ze door megafoons richting podium en publiek - een van de meer geliefde leuzen van hun militante voorvaderen. Rotjes, rookbommen en eieren vlogen dezelfde kant op. 'Cyaankali voor het FDF!’ Warempel: een paar Hollandse stemmen. 'Dit is Nederlandse grond’, zei er een, die samen met zijn maten van Voorpost - dat zich inzet voor een groot en wit Nederland - speciaal naar hier was gekomen om zich te verdedigen tegen het Franstalige imperialisme. 'Nederlanders en Vlamingen spreken dezelfde taal’, zei hij. 'We zijn één volk, we hebben één en dezelfde afkomst.’ Een ander op een onbewaakt moment: 'Kraainem blank!’
Het Franstalige publiek stond erbij, keek ernaar en probeerde zich een onbezorgde houding aan te meten, blij met de ordediensten. Hun geroddel sprak niks dan minachting voor het ongewassen tuig achter de barricade. Een man in rode Dockers riep zijn dochtertje bij zich - Eloïse! - toen zij er net iets te dicht bij in de buurt was geraakt. Het stille protest van meneer de Mol was een toonbeeld van zelfbeheersing vergeleken met de meute. Hij wilde er niks mee te maken hebben - 'te extreem’ - maar kon de woede wel begrijpen: 'Het is moeilijk te overschatten hoeveel haat er bestaat aan beide kanten. Veel media zeggen dat alles goed gaat, maar zij zijn hypocriet. Het gaat helemaal niet goed. Het is als Israël en Palestina. Het wordt echt een burgeroorlog als er niks verandert.’