MISTRESSES: A HISTORY OF THE OTHER WOMAN

Franse zeden

‘Minnares’ hoort bij geheime seks, zoals 'echtgenote’ bij gestreken overhemden. Het woord roept beelden op van parfums, soupers en satijnen lakens. En van de verleden tijd. Want een minnares heet tegenwoordig eerder 'die ander’, 'je vriendin’ of 'dat takkenwijf’, en is een positie die, als de situatie maar lang genoeg duurt, vaak een stadium is naar een volgend huwelijk, en dus naar de positie van tweede of derde echtgenote. Minnaressen gedijden in een gemeenschap met strenge huwelijksregels, gebaseerd op klasse of religie. Maar hoe vrijer mensen zijn om te trouwen of te scheiden, des te minder kans is er op minnaressen. En dus hebben minnaressen tegenwoordig een ouderwets aura.
Minnaressen, of maîtresses, zijn vaak onderwerp geweest van verhalen, echt of verzonnen. Maar de allermooiste verhalen gaan toch over vrouwen die hun machtige maar geheime positie hebben ingezet om de loop van de geschiedenis te bepalen. Van Madame de Pompadour (Lodewijk XV) tot Pamela Harriman (Gianni Agnelli) en Camilla Parker Bowles (prins Charles) hebben de heimelijk geliefde vrouwen met hun machtige mannen meegedacht. Hoe afhankelijker hun mannen van ze waren, des te groter was hun invloed. Het staat allemaal met encyclopedische ijver beschreven in het zojuist verschenen vuistdikke boek Mistresses: The History of the Other Woman van Elizabeth Abbott. Het is geen sociologische verhandeling. Eerder worden min of meer bekende verhalen van min of meer bekende minnaressen naverteld, van de klassieken tot heden. De geschiedenis van minnaressen biedt stof voor vele meesterwerken. Maar net zoals een kookboek geen driesterrendiner kan vervangen, zo kan dit mengsel van feiten en verzinsels nooit de vervanging zijn van één enkel grondig onderzocht en levendig beschreven levensverhaal. Daarvoor zijn er romans, dan weet je tenminste zeker dat het verhaal verzonnen is, of historisch verantwoorde biografieën, waarin feiten in plaats van meningen de hoofdmoot vormen. Tot de laatste categorie hoort De macht van een maîtresse van psycholoog René Diekstra.
Diekstra is een gelouterd man als het gaat om reputaties. Ooit zag hij die van zichzelf verbrijzeld als hoogleraar aan de Universiteit van Leiden, waar door jaloezie en achterklap een relatief kleine kwestie van - vermeend - plagiaat tot een maandenlange mediahetze uitgroeide. Tijdens zijn afwezigheid in de publiciteit heeft Diekstra zijn tijd goed gebruikt. Niet alleen voor een grondige zelfanalyse, maar vooral voor research naar een fascinerende kwestie die bij toeval op zijn pad kwam.
In De macht van een maîtresse onderzoekt hij de reputatie van Sophie Dawes, barones van Feuchères, en decennialang de maîtresse van de laatste prins van Condé, een prins uit het vorstenhuis van Bourbon, dat Frankrijk tot 1848 heeft geregeerd. Hij stierf op 27 augustus 1830 onder verdachte omstandigheden, kinderloos en weduwnaar. Zijn aanzienlijke erfenis aan geld en vastgoed werd verdeeld tussen Sophie Dawes en de hertog van Orléans die even daarvoor als gevolg van de Juli-revolutie van 1830 'Koning der Fransen’ werd. De erfenis van de prins van Condé, die in zijn testament de jongste zoon van de hertog van Orléans adopteerde, hielp de laatste zijn positie te verstevigen. Sophie Dawes, die als zijn minnares sinds zes jaar openlijk met de prins van Condé samenleefde in zijn kastelen in Saint-Leu-la-Forêt en Chantilly. Dat deden zelfs de maîtresses-en-titre van de Franse koningen niet.
Alles kan in Frankrijk, als het maar verborgen blijft, ook toen al. Sophie Dawes werd er een maatschappelijke outcast door, en dus werd ze vrijwel meteen door de publieke opinie aangewezen als de moordenares. 'Buitenlandse’, 'losse zeden’, 'gunstig testament’, de optelsom was snel gemaakt. Maar er waren ook twijfels. De prins was gevonden in zijn van binnen afgesloten slaapkamer, opgehangen aan een spanjolet (de vergrendeling van zijn raam) met een van zijn geborduurde zakdoeken om zijn hals. Zelfmoord was zo óók een optie. Alleen was die mogelijkheid voor een gelovige katholieke prins afkomstig uit het Franse vorstenhuis minstens zo schandalig als vermoord te zijn door een maîtresse. De dokter die de doodsoorzaak vast moest stellen stond daarmee voor een moeilijke keus, en onder grote, politieke druk, vooral van de hertog van Orléans, die zojuist koning was geworden. En dus werd het zelfmoord in de officiële overlijdensakte.
Door toeval krijgt Diekstra zo'n tien jaar terug die openbaar gemaakte overlijdensakte in handen, omdat hij als bijlage is ingebonden in een antiquarisch Frans boek over de organisatie van het Pruisisch leger. Hij raakt direct gefascineerd: als psycholoog, als zelfmoorddeskundige maar ook door zijn persoonlijk verworven kennis van reputatieschade. Hij start een onderzoek dat hem door heel Europa voert, wat ten slotte tot een bevredigende oplossing van het raadsel leidt.
Het is stof voor een thriller: seks, moord, geld, macht, religie en royalty. Maar zoals de keurige titel De macht van een maîtresse al laat zien: Diekstra schreef geen thriller. Dat ligt aan zijn aanpak, en aan het doel dat hij zich heeft gesteld. De feiten staan voorop, pas dan komt de interpretatie. Elke stap wordt zorgvuldig gedocumenteerd en onderbouwd door een stevig notenapparaat. Het lijkt erop dat hij niemand de kans wil geven hem te betrappen op een onwetenschappelijke aanpak. Ook zal hij zijn prachtige onderwerp niet hebben willen beschadigen door fouten. Want er staat iets op het spel. Hij begeeft zich in een historisch mijnenveld door als Nederlander, psycholoog bovendien, zo'n belangrijk, pijnlijk onderdeel van de Franse geschiedenis door nieuw verworven inzichten anders te willen interpreteren en daarmee een nog steeds machtige familie aan te klagen.
Maar Diekstra wil ook gelezen worden. Hij heeft het onderwerp niet (althans niet alleen) voor zichzelf uitgezocht als vorm van therapie. Het is een fascinerend verhaal over aannames die haaks staan op feiten, over interpretaties die niet te rijmen zijn met in de twintigste eeuw gevorderd inzicht over psychologie en erotiek. En dus schrijft hij er toch een soort detective in: Diekstra zelf - een rusteloze zoeker naar de waarheid. En hij voegt er iets aan toe: een helper, een Fransman en kenner van het Franse hofleven, die hij het pseudoniem Clavreuil geeft, en die minstens zo gegrepen is door deze periode als hij. Hij suggereert dat hij behoort tot de familie d'Orléans. De uitvoerige beschrijving van de keurige conversaties tussen deze heren geeft het boek iets gekunstelds (Clavreuil is bepaald geen Deep Throat). Bestaat deze man echt? We moeten het aannemen, vanwege de vorm die Diekstra kiest. Maar hij zou ook verzonnen kunnen zijn, dit alter ego, die Diekstra zijn 'meester’ noemt. In ieder geval helpt hij mee om het raadsel te ontrafelen, vooral door de persoonlijke drijfveren van de hoofdrolspelers nader te onderzoeken. Zoals die van de minnares. Welk belang had Sophie Dawes bij een gewelddadige dood van haar oude geliefde, die toch al ziekelijk was? Ook de prins van Condé had geen aanleiding om zelfmoord te plegen - daarvoor ontbraken simpelweg de vereiste psychologische omstandigheden. Daar weet Diekstra meer dan voldoende van.
Als hij deze theorieën zo afdoende heeft ontkracht kan Diekstra zijn volle aandacht geven aan een laatste hypothese die zo brisant is dat hij hem nauwelijks voor zich kan houden. Al in het begin van zijn boek onthult hij iets over 'verboden teksten’ die onmiddellijk na zijn dood uit de slaapkamer van de vermoorde prins zijn verwijderd. Wat kunnen dat anders zijn dan teksten van een van de weinige schrijvers wier werk anno 1830 algemeen verboden is? De Sade! Alleen: bewijs maar eens dat de sleutel ligt in de erotiek. Je kunt vermoeden dat de kennis en kunde van Sophie Dawes juist op dat terrein ligt, maar het is een ander ding om dat ook werkelijk aan te tonen. En dat doet Diekstra, na een half boek besteed te hebben aan de overige mogelijkheden. Hij doet dat houterig, maar uiteindelijk overtuigend, met voldoende materiaal, deels afkomstig uit de geheime archieven van het Vaticaan. Hier krijgt het boek zelfs Da Vinci Code-achtige trekjes.
Toch is dat opbouwen van spanning niet de inzet. Hij lijkt vooral onze waardering te vragen voor een arm hoertje uit Londen dat opklom tot een van de machtigste en rijkste vrouwen van Frankrijk, barones bovendien, maar die het uiteindelijk toch moest afleggen tegen het geld en de macht van een prinselijke familie. Die familie gebruikte Dawes’ erotische invloed op de prins van Condé om weer te gaan regeren en de macht van het volk in te dammen. Het was uitstel van executie (tot 1848), maar dat wisten ze toen nog niet. Ze konden dat doen omdat Sophie Dawes een zwakke plek had, net als haar minnaar. Zij wilde respect, hij wilde genot. En ze kregen het alle twee - even. Zoals dat gaat bij zulke vluchtige zaken. Het is een levensles die omstandig, maar ook meeslepend door Diekstra wordt verteld. Het wachten is op de film.

René Diekstra, De macht van een maîtresse, Karakter Uitgevers, 400 blz., € 24,95

ELIZABETH ABBOTT
MISTRESSES: A HISTORY OF THE OTHER WOMAN
Duckworth Overlook, 510 blz.,
$ 30.- (Amazon)