Franse ziekte

Ik was nog geen halve dag wereldkampioen of ik werd van alle kanten gesommeerd me nader te verklaren. Ik probeerde iedere beller gerust te stellen: nee, de vreugde en de vlaggen op de Champs Elysées moesten niet echt worden gezien als de vooraankonding van een nieuwe reeks kernproeven in de Stille Oceaan.

Ja, natuurlijk was Nederland de beste ploeg, die als enige recht op de titel had. En vanzelfsprekend was de echte finale Nederland-Brazilië, alleen jammer dat die twee ploegen vervolgens gedeklasseerd moesten worden door de nietige Kroaten en de opgefokte Fransen. Ik kon me ook prima vinden in de uitstekende journalistieke houding van het RTL4-trio Barend, Van Dorp en Mulder: na een maand verblijf in hun mooie Zuid-Franse BvD-villa vertrokken ze halsoverkop naar huis zonder de WK-finale af te wachten. Het maakte inderdaad niets meer uit: er speelden alleen maar buitenlanders in die laatste wedstrijd. Ook ben ik het van harte eens met NRC-verslaggever Guus van Holland die een paar weken geleden door de Franse politie voor een Nederlandse hooligan werd aangezien, in elkaar werd geslagen en bevend van angst in het Stade de France de finale moest verslaan. Nog niet op de helft van zijn verslag aangekomen las ik al uitdrukkingen als ‘schuimende golven van het Franse chauvinisme’, 'extreem chauvinisme’, 'angstwekkende vorm van chauvinisme’. Een scherpzinnige vorm van Nederlandse observatie met veel verbeelding en variatie.
Maar het mysterie dat Frankrijk dezer dagen kenmerkt is nog niet nader verklaard. Het land dat het WK voetbal organiseerde heeft bijna een maand lang kilte, onverschilligheid en minzaamheid voor dit sportevenement getoond. Geen blauw, de kleur van het Franse elftal, op de tribunes, maar het grijs van de driedelige pakken van hooggeachte bedrijfsdirecteuren en VIP’s met stropdassen. Terwijl tachtig procent van de Nederlandse bevolking de ene halve finale met oranje op de televisie volgde, keek nog geen twintig procent van de Fransen naar de andere, met hun eigen ploeg in de hoofdrol. Men verwachtte hetzelfde scenario als in 1984 toen de 'haantjes’ in eigen land Europees kampioen werden: geen volksfeest en weinig vreugde. En dan krijg je ineens een op hol geslagen menigte in de straten van Parijs, een orgastische explosie die sinds de bevrijding niet meer had plaatsgevonden. Waarom? Omdat Frankrijk al een aantal jaren ernstig ziek is, mentaal labiel en depressief. Het heeft zich daarom aan de gewonnen finale vastgeklampt als aan een reddingsboei, in de hoop aan het eigen onbehagen te kunnen ontsnappen.
Lang voordat de wereldbeker werd veroverd had de Franse bevolking al de titel wereldkampioen zwaarmoedigheid binnengehaald. De doorsnee Fransman bezit geen gram zelfvertrouwen. Zijn land wordt geteisterd door een ongekende golf van werkloosheid, stakingen, corruptie tot op het hoogste ambtelijke niveau, diepgewortelde verdeeldheid tussen links en rechts, en vooral: het land is verziekt en verzwakt door het virus van het racisme. Frankrijk is in een permanent conflict met zichzelf verwikkeld. Argwaan en haat die vakkundig door Le Pen en de zijnen worden aangewakkerd en die bij een breed publiek gehoor vinden hebben een diepe kloof tussen de verschillende bevolkingsgroepen geslagen. Een land waar vijftien procent van de kiezers op een fascist stemt, is een land dat in angst leeft en geen vertrouwen in de toekomst heeft. De politieke instabiliteit is daar een bewijs van.
En terwijl dit volk van individualisten zich steeds meer in zichzelf keert, komt er ineens een homogeen collectief aan de horizon. Een groep mannen die totaal afwijkt van de gangbare Franse normen en waarden. Dat wil zeggen een groep waar de individualiteit ondergeschikt wordt gemaakt aan het collectief. Waar soberheid en bescheidenheid heersen in een land van grootspraak en politieke megalomanie. Na de verkiezing van de calvinistische premier Jospin is er nu een Frans elftal dat door een boekhouder zonder charisma, de trainer Aimé Jacquet, wordt geleid. On-Franser kan het niet, maar het werkt.
Maar het Franse voetbalelftal is vooral een extreme afspiegeling van de multiculturele samenleving. Arabieren, zwarte Afrikanen of Armeniërs van origine die doorgaans de doelwitten van het dagelijks racisme vormen, zijn nu degenen die het land naar het succes leiden. Op zondag en maandag doken tussen de Franse drapeaux Algerijnse, Marokkaanse en Tunesische vlaggen op. De kansarme jeugd van de banlieues spoedde zich massaal naar de chique Champs Elysées om Zinedine Zidane te eren en het feest van de multiculturele eenheid te vieren. Maar kun je een zieke maatschappij met alleen drie doelpunten grondig verbouwen? En hoe lang duurt het voordat de Fransen weer in hun oude gewoonten vervallen?