Nicolien Mizee, En knielde voor hem neer

Freakerige soap

Nicolien Mizee

En knielde voor hem neer

Nijgh & Van Ditmar, 159 blz., € 16,50

«Albert was vierenvijftig, Johanna achtenveertig, toen de diagnose gesteld werd: het was geen kanker, het was een kind.» Een roman waarin zo’n zin staat, kan eigenlijk al niet meer stuk. De openingszin is bij nadere beschouwing van een vergelijkbare kracht: «Wie jaren op straat leeft, ziet alles gebeuren, maar kijkt nergens van op.» In deze twee zinnen ligt het hele drama dat Nicolien Mizee in haar derde roman, En knielde voor hem neer, vertelt, besloten

Het kind dat uit de oude ouders wordt geboren, Mischa geheten, leidt al op jonge leeftijd een zwervend bestaan in Amsterdam. Op zijn vijftiende, tien jaar voor het verhaal begint, ontvlucht hij het ouderlijk huis. Nog verder terug, bij zijn geboorte, blijkt Mischa de geslachtskenmerken van zowel een meisje als een jongen te hebben. Zijn ouders beslissen om van «het» een «haar» te maken. De eerste operatie is het begin van een reeks van ingrepen, pillen en injecties. Op het moment dat deze martelgang bekroond moet worden met het construeren van een vagina, is het voor Mischa tijd het huis uit te sluipen en nooit meer terug te keren.

Het is een tamelijk bizar gegeven dat Mizee in haar roman bij de kop neemt, temeer daar zij haar Mischa laat rondwandelen aan de zelfkant van de samenleving. Op het Centraal Station redt hij – zo gauw Mischa op eigen benen staat, is zij een hij geworden – sjacheraar Rinus van een gewisse dood en vanaf dat moment zijn Rinus en hij met elkaar verbonden. Rinus denkt in eerste instantie een lekker hapje te hebben opgepikt en Mischa is op zijn hoede. De relatie tussen beiden wordt er echter een van wederzijdse verzorging en uiteindelijk zelfs toewijding. Rinus ziet dat Mischa niet het één of het ander is, maar «alles». Mischa zorgt ervoor dat Rinus, «een keizer op een roltrap» maar ook een ongezond wrak, in leven blijft. De biotoop van Rinus, met een link naar vrouwenhandel, oplichting en moord, en het verleden van Mischa, met drie trouwe schoolvrienden en hun sores, kleden het verhaal verder aan.

In haar eerdere romans heeft Mizee al laten zien een scherp oog voor het absurde te hebben. In 2000 debuteerde ze met de roman Voor God en de Sociale Dienst over de existentiële zoektocht van dertiger Cilia, die opviel door de originele, humoristische verteltoon. In haar tweede roman, Toen kwam moeder met een mes (2003), verplaatste ze haar ontregelende blik op de werkelijkheid naar een gegoede, artistieke familie, waarvan de leden gebukt gaan onder een teveel aan goede smaak. Ze liet zich hiervoor inspireren door de familie van haar moeder, een bekend Nederlands kunstenaarsgeslacht. In een interview zei ze over haar werk: «Mijn boeken gaan over mensen die het goed bedoelen. Het gaat me om het vinden van een waarheid, omdat je daar iedere keer weer iets nieuws in ontdekt.»

Sterker nog dan haar vorige werk gaat En knielde voor hem neer over die goedbedoelende mensen. Er is minder ruis en meligheid. Ze heeft nu niet gekozen voor een personale verteller, maar voor een alwetend vertelperspectief. Ze kan daardoor gemakkelijk heen en weer schieten tussen heden en verleden. Meer dan ooit zet ze een romanwereld neer, met verschillende personages en intriges die langzaam kleur krijgen. Haar schrijfstijl is met recht dwingend te noemen; sommige zinnen, zie ook het begin van deze recensie, staan als een huis. Mischa is een intrigerende figuur, door zijn/haar schepper uiteindelijk voorzien van een goddelijk vermogen tot opoffering.

Toch is het de vraag welke «waarheid» de schrijfster met deze roman heeft willen onderzoeken. Dankzij de schrijfstijl kan de roman inderdaad niet echt meer stuk, maar wat de zeggingskracht aangaat, laat Mizee je uiteindelijk licht verwezen achter, met een vaag ongenoegen waarop je moeilijk de vinger kunt leggen. Misschien is het de alwetende verteller die afstand met zich meebrengt, misschien is het de compositie van de roman, die is opgebouwd uit tamelijk korte scènes, misschien zijn het toch telkens die zijsporen waarmee Mizee denkt de lezer te moeten vermaken. Mischa blijft een ongrijpbare figuur, zijn lotgevallen hebben iets weg van een freakerige soap, met als gevolg dat het drama niet echt aankomt. In plaats daarvan blijft het vooral een buitenissig gegeven.