Media

Freaks

Wie geïnteresseerd is in leven-met-handicaps of wie zoiets gewoon grappig vindt, komt deze zomer aardig aan zijn trekken. Sinds begin augustus programmeert Net 5 tegenover het 8-uurjournaal The Little Couple, een Amerikaanse reality show over het leven van Bill en Jennifer, een kinderarts en een zakenman die door een groeistoornis nauwelijks groter zijn dan een gezonde vier- of vijfjarige. Dagelijks volgen drie- tot vierhonderdduizend mensen hun sterk geënsceneerde leven, waarmee de serie in Nederland relatief nog populairder is dan in de Verenigde Staten.
De reacties op de site van Net 5 zijn over het algemeen positief. Kijkers menen dat het liefdespaar een voorbeeld stelt: ‘Hun leven zal heel zwaar geweest zijn en ik zie ze alleen maar lachen en stralen!’ Ook de BKVM, de Belangenvereniging van Kleine Mensen, reageert gematigd positief, omdat de serie de kijkers - zij het soms op een minder realistische manier - confronteert met het perspectief van de kleine mens. The Little Couple is, kortom, een emancipatoir programma.
In weerwil van al deze sympathieke geluiden is het moeilijk een reality show als The Little Couple als een nobele onderneming te zien - net zo min als programma’s over extreem dikke mensen die willen afvallen, waarvoor RTL momenteel aan het werven is, of andere shows over abnormaliteiten. Vanuit welke motieven zouden mensen nu werkelijk dit soort programma’s maken en bekijken? Waar ligt het verschil met de figuur van de afwijkende mens als kermisattractie, toch algemeen beschouwd als een onwaardige, zo niet misdadige vorm van exploitatie die de beschaafde wereld gelukkig achter zich heeft gelaten?
Er zijn meer overeenkomsten dan we op het eerste gezicht zouden denken, zoals blijkt uit de fascinerende collectie van extreme fenomenen die rond 1930 werd aangelegd door de Britse goochelaar graaf H.W. Jenkins. Een selectie daarvan werd een paar jaar geleden, dankzij de huidige eigenaar, de Japanse kunsthandelaar Akimitsu Naruyama, uitgegeven onder de even meedogenloze als sprekende titel Freaks.
Het boek bevat foto’s en beschrijvingen van de meest uiteenlopende menselijke abnormaliteiten, van extreme lengtes en uitzinnig vervormde en disproportionele lichaamsdelen tot staarten, gelooide huiden en overmatige beharing. Van sommige afbeeldingen raak je de indrukken nooit meer kwijt, zoals de foto’s van half ingegroeide Siamese helften, met als meest verbluffende geval Pasquel Penon, een Mexicaanse boerenknecht die op zijn voorhoofd nog een ander, kleiner, maar geheel volgroeid hoofd droeg, van wat zijn tweelingbroer had moeten zijn.
Vrijwel alle afgebeelde personen in Freaks verdienden hun geld - soms goed geld - met optredens. Hun verschijning werd beschouwd als hoogwaardig amusement, met name in Amerika, waar circussen als Barnum & Bailey vanaf het midden van de negentiende eeuw hun gloriedagen beleefden. 'Levende monsters’ werden ze vaak genoemd - maar hun succes bestond er juist uit dat ze buitengewoon zorgvuldig, om niet zeggen chique gekleed gingen, precies als gewone mensen, en dat ze gewoon konden praten of arbeid verrichten - of tot bijzondere prestaties in staat waren.
De 'monsters’ in Freaks waren dus niet alleen een attractie omdat ze misvormd waren of andere buitenissige afwijkingen vertoonden, maar omdat ze desondanks precies waren als 'gewone’ mensen - mensen die optraden, foto’s signeerden en daarmee geld verdienden. Het lijkt er sterk op dat die dubbele status fungeerde als morele rechtvaardiging, niet alleen voor de exploitanten, maar ook voor de toeschouwers.
Er valt veel voor te zeggen dat televisieshows als The Little Couple, Te dik: Ik heb 20 kilo overtollige huid, Tattoos & Piercings of The Biggest Loser op dezelfde ambivalentie zijn gebaseerd. De idee dat de personen in beeld menselijk, al te menselijk zijn en er bovendien financieel niet slechter van worden, blijkt ieder gevoel van schaamte te kunnen verdrijven - als je er tenminste gevoelig voor bent.
Op het web ontbreekt die dubbelzinnigheid meestal: daar heerst de onvervalste freakshow, in alle denkbare verschijningen en gradaties. Het is niet zo dat Naruyama’s verzameling daarbij vergeleken nu onmiddellijk verbleekt, maar door hun buitensporige, niets verhullende karakter - onwaarschijnlijke ongelukken, uitzinnige seksuele aberraties, extreem geweld - lijken deze films en foto’s iedere zweem van menselijkheid te zijn kwijtgeraakt. In vergelijking daarmee is de afbeelding van Pasquel Penon, de man met de twee hoofden, een ontroerend document humain.
Misschien ging het er indertijd op de kermis en het circus uiteindelijk toch eerlijker aan toe dan vandaag op de televisie - in ieder geval menselijker dan op het web, de hedendaagse versie van Barnums Greatest Show on Earth, alle schaamte voorbij.