Film: Matterhorn

Fred, dus

Afgelopen week schetsten kopstukken in de Nederlandse filmwereld een onthutsend beeld van de financiering van het plaatselijke filmbedrijf tijdens een commissievergadering in de Tweede Kamer. Regisseurs, acteurs en producenten hekelden vooral het gebrek aan stimuleringsmaatregelen voor het maken van speelfilms.

Medium 8775

Als dit niet verandert, zeggen ze, zullen makers vanaf nu steeds minder eigen, echt Nederlandse verhalen kunnen vertellen. Of dat laatste hout snijdt, is de vraag. Neem Matterhorn. Dit speelfilmdebuut van Diederik Ebbinge is luidens een mededeling in de titelsequens mede tot stand gekomen dankzij de Belgische tax shelter. Hoe ironisch. Want Matterhorn is een Nederlandse speelfilm die een schitterend beeld schetst van de cultuur en ziel van de Nederlander.

Ja, die blijkt wel degelijk te bestaan, zij het verbeeld dankzij wat Vlaams geld. Met Matterhorn haalt Ebbinge een streep door datgene wat ‘onze’ toekomstige koningin nog een paar jaar geleden beweerde. Wie zijn film bekijkt kan vervolgens niet anders dan medelijden hebben met haar, nu ze de troon zal gaan moeten bestijgen – want ze krijgt straks rare onderdanen. Fred dus. Of Fred (Ton Kas) de tango zou kunnen dansen en of hij maar één traan zou laten bij het horen van Adios Nonino valt ernstig te betwijfelen. Fred is door en door een Bach-man die daarnaast zondags alle psalmen en gezangen in de kerk op zijn dorpje zingt zonder daarvoor de desbetreffende bundels nodig te hebben. Een man die stipt om zes uur aan tafel gaat (bleke aardappelen, slappe wortelen, slavink). Hij doet dat in z’n eentje, omdat zijn vrouw overleden is en hij zijn kind uit het huis heeft geschopt.

Fred leeft in een soort retro-wereld: een vlak land, symmetrisch ingedeeld met nette streepjes kanalen en kaarsrechte boomgaarden en een horizon met daarboven dezelfde lucht die eeuwenlang allerlei kunstenaars inspireerde. Het open land lijkt in hem te zitten. Want hij is een man die barmhartig is. Dat blijkt als hij een zwerver in huis neemt wanneer die plompverloren op de enige grote weg verschijnt die het dorpje rijk is. De zwerver brengt een kentering in zijn bestaan. Hij blijkt helemaal niet eendimensionaal, maar toont zich even kwetsbaar als dwars. Soms heb je zo iemand. Zoals de Vreemdeling in de beroemde film van de gebroeders Coen over The Dude zegt: ‘Sometimes, there’s a man, well, he’s the man for his time and place. He fits right in there.’

Fred, dus. Een absurde man in een absurde wereld, die precies op zijn plaats is. Die een diepe menselijkheid in zich heeft. Een man verscheurd door verlies en leedwezen en die misschien ook nog, zo suggereert de regisseur fijnzinnig, kampt met onderdrukte gevoelens van begeerte. Een man die de weg kwijt is, maar die nog genoeg bij de les is om in opstand te komen tegen zijn wereld, tegen de kerk. Nog meer moois: Porgy Franssen speelt de rol van een ouderling, met druipende mondhoeken, Helmert Woudenberg is de dominee die zo spectaculair preekt dat het klinkt alsof hij doodgaat.

Wie naar de makers in de Tweede Kamer heeft geluisterd – ik deed dat toevallig vlak nadat ik Matterhorn had gezien – kan niet anders dan concluderen dat het inderdaad ‘vijf voor twaalf’ is voor de Nederlandse film, zoals iemand tijdens het debat stelde. Feit is dat makers in een land dat zo’n authentieke film als Matterhorn levert, alle mogelijke stimuleringsmaatregelen van overheidswege verdienen.

Te zien vanaf 7 februari