2 maart 1940 - 14 mei 2010

Frederik van Zyl Slabbert

Onafhankelijk laveerde Frederik van Zyl Slabbert zich door de Zuid-Afrikaanse politiek. Hij werd nauwelijks gehoord, totdat iedereen uiteindelijk met hem wilde praten.

Ex-president F.W. de Klerk krijgt doorgaans de accolades voor Afrikaner politicus die het meest heeft bijgedragen aan het einde van apartheid. Ten onrechte: De Klerk was een gewiekste opportunist die de onvermijdelijke bui van een zwarte regering zag hangen en net op tijd zijn behoudendheid afzwoer om tot een vergelijk met het anc te komen.
Als het op werkelijk progressieve Afrikaners aankomt, dan moet de op 14 mei overleden Frederik van Zyl Slabbert dat lijstje aanvoeren. Slabbert (Pretoria, 1940) was een Zuid-Afrikaanse anomalie: een integer politicus en scherp analyticus die nooit verstoppertje speelde achter wollige retoriek. Hij spotte met de tegenstellingen tussen Afrikaners en ‘Engelsen’, en tussen blank en zwart - het verdeel-en-heersprincipe dat de status-quo in Zuid-Afrika decennialang in stand hield.
Slabbert had er dan ook geen enkel probleem mee om zich in 1974 als Afrikaner aan te sluiten bij de 'Engelse’ Progressive Party. Vijf jaar later, toen de partij, inmiddels Progressive Federal Party, van één naar zes zetels was gegroeid, werd hij de oppositieleider, en stond hij pal tegenover de almachtige Nationale Partij. Dat maakte hem pas werkelijk een verraaier in de ogen van het Afrikaner establishment. En met verraders wisten ze wel raad. In 1981, toen de pfp naar 26 zetels was gegroeid, brandde midden in de nacht de studeerkamer bij zijn huis af. Toen ik hem anderhalf jaar geleden sprak, noemde hij dit een van de meest traumatische momenten van zijn leven. Al zijn aantekeningen, al zijn boeken, alles in een klap weg. Hij kreeg nog een telefoontje: 'Hé Slabbert, hoe is jou studeerkamer? Heheheh.’
De woede van het andere kamp, de 'Engelsen’, haalde hij zich op de hals toen hij in 1986 aankondigde dat hij afzag van verder oppositie voeren. Dat was nutteloos geworden nu de belangrijkste politieke beweging dankzij massale protestacties en stakingen buiten het parlementsgebouw plaatsvond. Dat parlement was een lachertje, 'een grotesk ritueel in irrelevantie’ en een 'macabere ballade van middelmatigheid’. De Engelstalige pers noemde hem prompt een 'Afrikaner glamour boy’ die 'de hoer had gespeeld voor de Engelse stemmen’.
Slabbert vond dat de werkelijke dialoog moest gaan tussen de regering en het anc. Het probleem was dat de anc-leiding in de gevangenis of in ballingschap zat. De partij was verboden en de leden werden door het regime afgeschilderd als communisten en terroristen. 'Ruim tachtig procent van de bevolking had geen flauw benul van wat het anc was of wie de leiders waren. Thabo Mbeki kenden ze niet, nooit van gehoord’, zei hij.
Als antwoord op die onwetendheid richtte Slabbert, samen met collega-dissident Alex Boraine, Idasa op (Institute for a Democratic Alternative in South Africa), een organisatie die zich inzet voor de democratie in een land dat geen democratische traditie kent. Vrijwel meteen waagde hij zich in het hol van de leeuw: hij ging praten met die 'terroristen’ van het anc. Eerst in de townships, later ook in Lusaka. En al dreigden de autoriteiten hem zijn paspoort af te nemen, in 1987 organiseerde hij met Idasa de beroemde Dakar-conferentie, die zo'n zestig voornamelijk Afrikaner zakenlui, politici, intellectuelen en academici voor het eerst in contact bracht met de anc'ers in ballingschap.
'Hij leidde de ene delegatie, en Thabo Mbeki de andere’, herinnert zakenman en goede vriend van Slabbert Dick Enthoven zich. 'Hij had een ongelooflijk charisma. Thabo ook natuurlijk, maar dat verbleekte bij Slabbert.’
Slabbert en Mbeki pasten bij elkaar: twee intellectuelen die beiden van een goed glas hielden. Totdat Mbeki in 1994 door Mandela werd benoemd tot vice-president. Voor Slabbert bleek er onverwacht geen plaats in die regering van Nationale Eenheid, waarin opportunisten als F.W. de Klerk en Pik Botha voldaan om zich heen keken. Slabbert zei daarover: 'Ten eerste had het anc onder Mbeki de pest aan onafhankelijke denkers. Ze wilden dat ik me gedroeg. En De Klerk wist dat ik niet het type was van “ja meneer, nee meneer”. Dus ik vermoed dat ik te onafhankelijk was. Ik ben niet te koop en dat weten ze. Als ik iets doe, dan doe ik het zo goed als ik kan. Maar als ik het ergens niet mee eens ben, dan maak ik dat kenbaar.’
Die onwrikbare rechtdoorzee-houding bleef hem opbreken. In 1993 werd hij benoemd tot voorzitter van de nationale omroep sabc. Maar toen bleek dat het daar veel meer om politiek gekonkel ging dan om leiderschap stapte hij al na enkele weken op. Vervolgens werd hij door Mbeki gevraagd om een voorstel te maken voor hervormingen van het diffuse kiesstelsel. Hij werkte er hard en consciëntieus aan, en stelde ingrijpende wijzigingen voor die de transparantie en democratie ten goede zouden komen. Mbeki legde de aanbevelingen hooghartig naast zich neer. Slabbert noemde die episode 'een van de grootste teleurstellingen uit mijn carrière.’
Uiteindelijk belandde hij in het zakenleven. En in 2008 werd hij benoemd tot rector magnificus van zijn alma mater, de Universiteit van Stellenbosch. Als zakenman, academicus en politiek waarnemer drong Slabbert bij de Afrikaners aan op een nieuwe kijk op hun verwrongen identiteit. Want de Afrikaner die zichzelf nog definieerde volgens het triumviraat Nationale Partij ('opgeheven’), Nederduits Gereformeerde Kerk ('krimpend’) en Broederbond ('een lachertje’), was tot dolen gedoemd.
En zie: ineens was men bereid naar hem te luisteren, naar die man die ze ooit als verraaier hadden vervloekt en wiens kantoor straffeloos in de as was gelegd. 'Het is fascinerend’, zei hij. 'Nog nooit in mijn leven ben ik zo op mijn Afrikanerschap aangesproken als nu. Allemaal willen ze nu met me komen praten, de meest vreemde groeperingen die me destijds glimlachend zouden hebben omgelegd. Nu willen ze praten. Je had gelijk, zeggen ze.’