Frederik Willem de Klerk, de Zuid-Afrikaanse politicus die zijn land van apartheid naar democratie loodste, is tot aan zijn dood een enigma gebleven. Hij was de telg uit een elitaire Afrikaner-nationalistische familie. Vader Jan was in de begindagen van de apartheid minister geweest en oom Jan Strydom zelfs premier. Zijn religieuze thuis was de gereformeerd calvinistische Nederduitsch Hervormde Kerk. Hij studeerde rechten aan de conservatieve universiteit van Potchefstroom. De Klerk beschreef zichzelf in de eerste plaats als christen, daarna als Zuid-Afrikaan en advocaat. Toen hij in 1978 zijn eerste ministerpost kreeg, was hij het summum van gedegenheid – saai en kleurloos. Tot aan de vooravond van zijn verkiezing tot president in 1989 was hij iemand met het charisma van een mol. Desondanks speelde hij een cruciale rol in de Zuid-Afrikaanse geschiedenis. In 1993 ontving hij daar, samen met zijn tegenspeler Nelson Mandela, de Nobelprijs voor de Vrede voor.

Wat ‘FW’ anders maakte dan veel van zijn onbuigzame Afrikaner tijdgenoten is dat hij in aanleg een kosmopoliet was, een man die zich verbonden voelde met het modernisme en de wereld van jetsetters. Zo er een Damascus-moment was, dan vond dat plaats in 1976, toen De Klerk samen met een groep Zuid-Afrikanen een door de United States Information Agency gesponsorde reis door Amerika maakte. De naïeve man keek zijn ogen uit. Hij zag de desastreuze effecten van scheefgegroeide rassenverhoudingen. In een interview met The New York Times Magazine zei hij dat hij in een maand in de VS meer racistische incidenten had gezien dan in een heel jaar in Zuid-Afrika. Het doordrong hem volgens eigen zeggen van de noodzaak om conflicten in een multiraciale samenleving op een zo rechtvaardig mogelijke manier te beheersen. Beheersen – het was hem niet per se te doen om gelijke rechten voor wit en zwart, maar om te voorkomen dat het land, en daarmee het Afrikaner volk, ten prooi zou vallen aan een rassenoorlog. Toen hij in 1989 president werd, handelde hij naar die inzichten. In 1990 liet hij politieke gevangenen vrij, onder wie Nelson Mandela; hij hief het verbod op de zwarte bevrijdingspartijen op; en vier jaar later schreef hij Zuid-Afrika’s allereerste democratische verkiezingen uit, die het anc aan de macht zouden brengen.

Dat alles is tot in den treure beschreven. Maar die Amerikaanse ervaringen openden ook op andere manieren zijn ogen. In een necrologie voor Daily Maverick vertelt de Amerikaanse ex-diplomaat J Brooks Spector hoezeer De Klerk van die reis genoot. Hij noemt de spetterende jazz die hij in New Orleans hoorde. Dat laatste is opmerkelijk. De Klerk behoorde tot een kerk die het haar leden lange tijd zelfs verbood om te dansen. In Zuid-Afrika werd jazz gezien als oerwoudmuziek. Raciaal gemengde ensembles waren verboden en veel beroemde jazzmuzikanten waren in ballingschap gegaan. En daar zat De Klerk, in het grotendeels zwarte New Orleans genietend van losbandige zwarte muziek.

Al die vragen over doodseskaders was De Klerk zat

Er was meer, klein maar significant. Jaren geleden interviewde ik de ex-president in zijn kantoor in Kaapstad. Op zijn bureau stond een buste van hemzelf – de politicus als narcist. Maar aan de muren hingen niet de gebruikelijke nostalgische plattelandstaferelen die het Afrikaner verleden romantiseren, maar moderne kunst. Ik herinner me kleurrijke abstracte schilderijen die je, net als jazz, associeert met improvisatie en een verlangen naar vrijheid, niet met star calvinisme.

Ook op een ander gebied verloochende De Klerk zijn streng gereformeerde achtergrond. In 1994, op het hoogtepunt van zijn roem, begon hij een affaire met een getrouwde vrouw. Zelf was FW al 37 jaar samen met zijn Marike, met wie hij drie kinderen had. Zijn nieuwe vlam heette Elita Georgiades. Zij was de vrouw van Antony Georgiades, een schatrijke Grieks-Britse scheepsmagnaat die behoorde tot de Europese jetset en een fabelachtig jacht bezat, de plek waar De Klerk zijn Elita tijdens een Middellandse Zee-cruise ontmoette. Twee jaar later bekende hij de affaire aan Marike en daarmee aan de wereld. De Afrikaner calvinisten reageerden geschokt en afkeurend. Het deerde De Klerk allerminst. Hij scheidde van Marike en trouwde meteen daarna met Elita. Marike schreef een autobiografie. Het hoofdstuk over FW’s affaire werd op last van De Klerk sterk gecensureerd. Marike raakte verstrikt in depressies. Op 5 december 2001 werd ze in haar huis door een beveiliger vermoord.

Na de verkiezingen van 1994 diende De Klerk aanvankelijk samen met Thabo Mbeki als vice-president in een regering van nationale eenheid. In 1996 stapte hij daaruit, verongelijkt. Hij wenste geen tweede viool te spelen. Hij was een staatsman. Namens zijn FW de Klerk Foundation zou hij daarna de hele wereld rondreizen om toespraken te geven en zich te laten fotograferen met de groten der aarde – zijn gelijken, althans in zijn ogen. Zuid-Afrika was hij ontgroeid. Hij was een man met een verfijnde smaak, een man met een glamoureuze vrouw aan zijn zijde, een man die van jazz en abstracte kunst genoot. Al die vragen over doodseskaders die tijdens zijn presidentschap opereerden was hij zat. De Waarheidscommissie die onderzoek deed naar misdaden die tijdens de apartheid waren gepleegd behandelde hij met dedain.

Pas kort voor zijn dood werd hij weer de man die zich in de eerste plaats christen voelt. In een videoboodschap aan zijn landgenoten sprak hij met een onvaste stem eindelijk zijn spijt uit over wat de apartheid onder de niet-witte Zuid-Afrikanen heeft aangericht: ‘de pijn, de schade, de vernedering’.