Media

Free speech

Het zou zomaar een scène uit de satirische serie South Park kunnen zijn. Een stukje voor de oprit naar een begraafplaats staat een groepje volwassenen en kinderen met grote kartonnen borden.

Er wordt een in Irak gesneuvelde soldaat begraven en de rouwstoet wordt onthaald op teksten als ‘God haat flikkers’, 'Geen tranen voor homo’s’ (No tears for queers), 'God haat Amerika’ en 'Dank God voor 9/11’. Niet dat de militair homo zou zijn geweest: de teksten richten zich tegen de VS als zodanig, in de ogen van de demonstranten een modern Sodom en Gomorra. De groep maakt deel uit van de Westboro Baptist Church, een minuscule calvinistische sekte uit Kansas, waarvan de leden voornamelijk uit één familie komen.
Hoe klein en onbetekenend ook, de Westboro Church is er de laatste twintig jaar in geslaagd met rabiate campagnes voortdurend in het nieuws te komen. Demonstraties voor het Holocaust Museum in Washington, onder leuzen als 'Joden zijn de echte nazi’s’, acties tegen de islam van 'hoerenloper’ Mohammed, en het katholicisme van godfather Benedictus XVI, leider van 'het grootste, rijkste en best georganiseerde pedofielennetwerk uit de menselijke geschiedenis’, met priesters die 'als vampiers het zaad uit de genitaliën van kleine jongens zuigen’. Maar de grootste bron van woede bij de kerkgangers is alles wat met homoseksualiteit te maken heeft.
De acties bij begraafplaatsen, waarmee de groep een jaar of wat geleden begon, bleek een buitengewoon effectief provocatiemiddel. De nabestaanden, maar ook het leger en veteranen, waren diep verontwaardigd. Ze kregen daarbij steun van de overheid. In enkele staten werden verordeningen tegen dit soort acties uitgevaardigd, in 2006 gevolgd door een federale wet met de klinkende naam Respect for America’s Fallen Heroes Act. De wet beperkte de duur van de demonstraties tot een uur voor en na de begrafenis en stelde de minimale afstand tot de begraafplaats op driehonderd feet (negentig meter).
Maar daarmee waren de problemen de wereld niet uit. De sekte liet zich door de beperkende maatregelen niet uit het veld slaan en bleef provoceren, terwijl familieleden van omgekomen militairen inmiddels juridische acties tegen de demonstranten waren begonnen. Een van die rechtszaken, aangespannen door de familie van de gesneuvelde marinier Matthew Snyder, leidde tot enorme publiciteit. De Snyders beklaagden zich niet alleen over de verstoring van de begrafenis, maar ook over het 'portret’ van hun zoon op de website van de kerk. Matthew zou 'voor de duivel’ - want katholiek - zijn opgevoed en daarmee rijp gemaakt voor 'scheiding en overspel’.
In een serie zaken voor verschillende rechtbanken werd de familie aanvankelijk elf miljoen en in tweede aanleg vijf miljoen dollar als smartengeld toegewezen. Grond: de kerk zou hen onnodig en opzettelijk hebben gekwetst. Een hogere rechtbank vernietigde dit vonnis evenwel; de Snyders draaiden zelfs voor alle proceskosten op. Uiteindelijk kwam de zaak terecht bij het Hooggerechtshof, dat afgelopen week - na bijna vijf jaar - uitspraak deed: de Westboro Baptist Church gaat definitief vrijuit.
De beslissing van het Hof was bijna unaniem, acht tegen een, en lijkt onderdeel van een strategie om paal en perk te stellen aan iedere stap in de richting van een beperking van het Eerste Amendement, waarin de vrijheid van meningsuiting en andere grondrechten zijn vastgelegd. De argumenten van de kerk mogen onredelijk, zelfs grievend zijn, en funeral picketing mag getuigen van smakeloosheid, het protest gaat over politieke zaken en de demonstranten hadden het recht daar te staan, aldus het Hof. Dat anderen zich gekwetst en gegriefd voelen, is geen reden iemand het zwijgen op te leggen. Op vergelijkbare gronden maakte het Hof kort geleden verboden op de verkoop van gewelddadige games aan minderjarigen en films van hondengevechten en andere vormen van dierenmishandeling ongedaan.
Het besluit van het Hof werd met name in journalistieke kringen toegejuicht. Verschillende journalistieke organisaties en media hadden tevoren openlijk de zijde van de Westboro Church gekozen. De 'vrijheid van spreken over publieke zaken is de essentie van zelfbestuur’, schreef de hoofdredactie van The New York Times daags na de uitspraak tevreden. Het is inderdaad een helder en principieel standpunt. En ook al is de Amerikaanse rechtspraak, zelfs wanneer het gaat om de vrijheid van meningsuiting, doortrokken van hypocrisie - waarom zo liberaal over visueel geweld, maar zo benepen over naakt? - we zouden er in Nederland nog veel van kunnen leren. Niet alleen om een circus als de zaak-Wilders te voorkomen, maar ook om meer inzicht in de eigen samenleving te krijgen. Zou het niet goed zijn wanneer we eindelijk ook de ideeën leren kennen van mensen die nu zwijgen of hun toevlucht nemen tot obscure Nederlandse sites in het buitenland?