Freek heeft een hit en geen publiek

De mensen in Stadsschouwburg Groningen lachten zich begin april blauw om dat lollige hoempaliedje Leven na de dood. Inmiddels is het cabaretprogramma Gemeen goed waar dat liedje uit kwam, alweer achter de rug. Er kwam een cd uit en het hoempaliedje werd een hit. De eerste hit van Freek.

Je hoort de Groningers dus nu op de radio lachen. Het hardst om regels als: ‘Steek je snikkel zonder rubber in een hetero of een poot/ Er is leven, er is leven na de dood.’
Dat vreselijke gelach. Die domme mensen. Ieder voor zich vallen ze vast nog wel mee, maar een hele zaal vol die lacht als Freek een vies woord zingt of een gewaagd rijmpje maakt, dat is te gek, te veel, te niets.
Vijfentwintigduizend mensen kochten deze zomer de single-cd Leven na de dood. Een hoempaliedje met drie grapjes en een hoop gelach. Waarom deden ze dat? Wat doen ze daar mee?
Stel je voor. Iemand komt thuis en zet dat plaatje weer eens op. 'Steek je snikkel zonder rubber in een hetero of een poot. Hahahaha.’ En nog eens. En nog eens.
Wat voor wereld is dit?
Begin dit jaar stelde Freek het in een interview zo: 'Ik heb nog steeds ontzettend veel goodwill en waardering, maar mijn generatie en mijn artistieke milieu zie ik niet meer bij mijn voorstellingen.’
Met andere woorden: er zijn best nog hartstikke veel mensen in het land die graag komen lachen als Freek ergens optreedt (al waren er, schijnt het, op de laatste tournee nogal wat lege stoelen), maar hij is zijn publiek kwijt.
Het domme gelach op dat domme plaatje van Freek bewijst het: dat is geen publiek, dat zijn geen mensen die met je meegroeien, kritisch zijn, finesses aanvoelen - dat is klapvee.
Arme Freek. Hij zal zich best wel eens behoorlijk eenzaam hebben gevoeld voor zo'n zaal met uitgelaten gezichten. Hij is er tobber genoeg voor om dat te voelen. Wat weer voor hem pleit.
Interessant is dat hoempaliedje (dat een bewerking heet te zijn van een Dylan-song, maar ik hoorde het er niet aan af) vooral omdat Freek de Jonges onnavolgbare obsessie met het geloof erin terugkomt. Trappen tegen het leven na de dood doe je natuurlijk alleen als God je maar dwars blijft zitten. Er was in dat programma nog zo'n liedje, zij het iets minder plat: Je kunt niet zingen (over God).
Trouwens, omstreeks dezelfde tijd gaf De Jonge weer eens zo'n sjamanerig interview weg, dit keer aan het New-Ageblad Ode. Ook zei hij in HP/De Tijd nog iets over zijn reïncarnatie - en dat bedoelde hij helemaal niet ironisch.
Raar hoor. Dat krijg je er kennelijk van als je vader dominee was. Dan ga je op prekerige wijze trappen en openlijk je haat belijden, die ook je angst en je onzekerheid is. En dan zweef je ondertussen, ondanks al je cynisme, een flink eind het esoterische in.
En dan dat hoempanummer over die snikkel, haha. Freek de Jonge heeft aangekondigd dat hij zich terugtrekt om weer een roman te schrijven.
Het is te hopen voor hem dat niemand hem weet over te halen tot nog zo'n hit.