Fremdkorper in neubrandenburg

Mensen die het kunnen weten, noemen Neubrandenburg een grimmige plaats. Voor iemand die het niet weet, zoals ik, valt dat op het eerste gezicht erg mee. Het lijkt eerder een stadje waar alles wat er eenmaal kwam ook op zijn plaats is gebleven. De bijna volledig intacte stadsmuur geeft het plaatsje een Anton Pieck-achtige aanblik, al hebben de linealen van DDR- architecten de nodige troosteloosheid aangericht.

De bevolking houdt zich schuil of raast in autootjes - zegening uit het Westen - rond het centrum op weg naar satellietwijken. Op het grote kale plein midden in de stad is zelfs het beeld van Karl Marx op zijn plaats gebleven. Omdat alles wat er eenmaal is ook mag blijven?
Naast een wel erg volks uitziende biertent staat met grote letters gekalkt: ‘Wir sind wieder da!’ met een hakenkruis als handtekening. Iedere keer dat ik er langs loop, verwacht ik dat de leus zal zijn weggeschilderd, maar blijkbaar mag ook dit hier op zijn plaats blijven. Veranderingen lijken hier per definitie Fremdkorper te zijn.
Neubrandenburg is de laatste plaats ter wereld waar je een eigenzinnig film- en video festival zou verwachten en misschien is het er juist om die reden toch. Het absolute Fremdkorper heet Dokument-Art en ze vertonen er hoogst originele non-fictiefilmpjes waarvoor je in Berlijn, Amsterdam of Parijs nauwelijks een zaaltje vol snobs krijgt. Het festival wordt bepaald niet platgelopen door de lokale bevolking, maar wel vol overtuiging gedragen door de organisatoren. Het enthousiasme van deze organisatoren voor het eigen zinnige filmen blijkt bijvoorbeeld uit het grote aantal Nederlandse filmpjes in het programma, filmpjes die in ons land nauwelijks zijn vertoond, laat staan besproken. Edward Luyken kon er zijn persoonlijke, intrigerende en hermetische Turning Point laten zien, Barbara Hanlohaar (en Brigitte Hillenius’) poetisch een humoristische Dichter bij de zee, Victor Nieuwenhuijs zijn (en Armando’s) picturale Der Feldzug, Joop van Wijk zijn (en Hillie Molenaars) ambitieuze Enigma, gedachten van een grootmeester, Paul Cohen zijn niet minder ambitieuze Part Time God en Ruud Monster zijn visuele Observations.
En er was nog meer Nederlands werk: de kunstacademie-eindexamen film Framed van Richard Valk, Whose Tibet is it Anyway? van de in Duitsland werkende Nederlandse Merel Mirage,en de video installatie Geneva Chair for Smiling Faces van de in Utrecht in ballingschap levende Bosnisch-Kroatische kunstenares Nena Sesic-Fisher. Deze opsomming slechts voor de mensen die mochten denken dat Nederlandse filmmakers nooit iets maken dat de grens over kan omdat het in Cannes nooit zo erg wil lukken.
Je zou kunnen zeggen dat Nederland aanwezig was in Neubrandenburg, maar dat valt ook te zeggen van Oostenrijk en Hongarije. De organisatoren hebben in de hun omringende landen met een liefhebbend oog voor wat klein maar goed en interessant is, rondgekeken en een selectie gemaakt die ze voor zichzelf konden verdedigen. Dat de Neubrandenburgers daar niet op zaten te wachten, hebben ze wijselijk (en ook moedig) maar genegeerd.
Waar ik zelf op wachtte, was een kleine bijzonderheid als het korte Letse filmpje Gravitatsija ('Zwaartekracht’) van de jonge regisseur Dainis Klava. Een speelse en prachtig gefotografeerde zwart-wit film waarin het documentaire op een originele manier wordt vermengd met een fictionele absurditeit. De meeste beelden tonen in sterke detail opnamen hoeveel moeite een mens (of een dier) moet overwinnen om zijn dagelijkse bezigheden voor elkaar te krijgen. De mens zwoegt en ploetert wat af. Hij sleept zich door het aardse slijk - Klava toont dit middels concrete dingen als het wegduwen van een in de modder vastgelopen auto. Een mens zakt niet weg in de zompige bodem, maar lijkt wel de grootste moeite te hebben om met beide benen op de grond te blijven. Een vreemd geknutseld Da Vinci-achtig apparaat lijkt met hem weg te willen vliegen. De fantasie overwint het dagelijkse. En zo bekeken valt zelfs Neubrandenburg te overwinnen.