Frenum

Uitgeven was ooit een nobel vak. Nu is het alleen nog maar handel.
De ene uitgever tegen de ander: ‘Zeg, ik zit in de problemen. Maar ik heb nog wel een paar leuke dingetjes in mijn oude fonds. Zit er niet wat voor jou bij? Over de prijs worden we het wel eens.’

‘Goh’, zegt de ander, 'die erotische verhalen van Elisabeth Ambras, loopt dat niet meer?’
'Die heb ik al verramsjt’, antwoordt Jaap Janssen spijtig. 'Jammer hoor, want de markt voor erotiek trekt weer aan.’
'Weet je wat’, doet Mai Spijkers joviaal, 'ik betaal je een leuk bedragje, ik verander de titel, en breng het als nieuw op de markt.’
En zo kan het gebeuren dat men nu in de ramsj voor tien gulden negentig het boek Eeuwige liefde kan kopen, in 1992 uitgegeven door Van Gennep, en dat men in winkel en kiosk het spiksplinternieuwe boek Echte liefde, uitgegeven door Prometheus, kan aanschaffen voor de somma van negenentwintig gulden negentig.
Spiksplinternieuw? Zelfs het zetsel is identiek, mét de zetfout op pagina 41, het vlekje op pagina 89, de hoerenjongens op pagina 110 en 111, en ga zo maar door. Zelfs de flaptekst is dezelfde. Alleen een beetje ingekort. Weggelaten is de toevoeging: 'oorspronkelijk verschenen in Enzensbergers gerenommeerde Die Andere Bibliothek’. Voor lezers van de boeken van Van Gennep was dat een aanbeveling, voor het Prometheuspubliek, zo moet de uitgever hebben gedacht, een nietszeggende mededeling.
Die Andere Bibliothek is een deftig fonds. Eeuwige/Echte liefde biedt dan ook deftige erotiek. De verhalen spelen zich af in welgestelde, weledelzeergeleerde en weledelgestrenge milieus. De milieus waarin de krimiserie Derrick zich afspeelt - zoiets. Iedereen rijdt in een Mercedes. Alleen ligt er nu geen pistool maar een zweepje in het Handschuhfach.
Erg deftig allemaal. We mogen het daarom ook geen pornografie noemen, vindt de achterflap. Er komen inderdaad nauwelijks geslachtsdelen in voor. En als ze niet te vermijden vallen, vlucht de verteller in woorden als arteria dorsalis, frenum en scrotum.
Of het pornografie is maak ik zelf wel uit, denk ik dan. Beter gezegd: dat voel ik wel aan mijn frenum. En ja hoor, het is pornografie. Soms.
En soms ook helemáál niet. Een van de leukste verhalen gaat over een echtpaar dat hun dorp moet ontvluchten omdat bekend is geworden dat ze de seks hebben afgezworen. Goed gegeven, prikkelend zelfs.
Pornografisch is het boek overigens ook door twee kenmerken die van oudsher bij pornografische literatuur horen. Het is, ten eerste, een raamvertelling: de verhalen, zo legt de schrijfster uit, zijn haar door onbekenden toevertrouwd, zij heeft ze alleen maar opgetekend. Klassiek is, ten tweede, dat de schrijfster zich achter een pseudoniem verschuilt. Om overigens onduidelijke redenen.
Pseudoniemen, ze ergeren me. En in dit geval des te meer omdat je aan je frenum voelt dat er een man achter schuilgaat. Kwade tongen fluisteren dat het Hans Magnus Enzensberger zelf is.
Dat kan waar zijn. De verhalen hebben een zelfde goede en verzorgde stijl als Enzensbergers proza. Maar dat hebben alle boeken in Die Andere Bibliothek.
Deftige, smaakvolle pornografie, laten we Eeuwige/Echte liefde zo dan maar noemen. Wie het wil hebben, mijde de erkende boekhandel en spoede zich naar de ramsjwinkel. Wie weet, ligt daar dan spoedig de uitgave van Prometheus ook.