‘Look, ik zie er tien jaar ouder uit, ben veel te dun, bijna al m’n haar kwijt, en hier: vlekken over m’n héle lijf.’ M’n ‘geadopteerde’ Afghaanse vluchteling Fridoon – nu 23, al twee jaar bij me in huis – voelt over zijn kalende kruin, trekt zijn T-shirt omhoog, wrijft woest over zijn uitpuilende ribben. ‘En ze zeiden nog wel dat ik naar Europa moest om langer te kunnen leven, en gezonder en jonger te kunnen blijven!’

‘Ze’ zijn zijn moeder en tante, beide weduwen van door de Taliban vermoorde mannen, en zijn drie zusjes in Kabul. Zijn hele familie en hijzelf hebben gewerkt voor het Amerikaanse leger en de EU Police Task Force. Daarom staan alle mannelijke gezinsleden op de dodenlijst van de Taliban en moest hij weg. In november 2015 spoelde hij op Lesbos aan. Nog steeds zit hij in een uitzichtloze asielprocedure. Ondanks de advocaat die ik voor hem eind 2019 in de hand nam. Hij is net voor de tweede keer gearresteerd op het eilandje Hydra waar ik een familiehuis heb. Deze laatste keer met mij erbij.

We zijn allebei na een nacht cel, een bizarre deportatie naar Piraeus aan elkaar gehandboeid, en eindeloze bureaucratische rompslomp, vrijgelaten. Hij heeft net als de eerste keer dertig dagen om zich officieel te registreren, maar de Greek Asylum Service is wegens Covid-19 nog steeds dicht. Míjn rechtszaak is tot de herfst uitgesteld. Ik ben beschuldigd van het stiekem huisvesten van een illegaal. Hij van illegaal zijn. Beide beschuldigingen zijn absurd. Maar onze sluimerende ptss – hij van Afghanistan en zijn gruwelvluchttocht, ik van de Joegoslavische oorlog en narcistische mishandeling – is bulderend ontwaakt. We weten niet zo goed waar we het zoeken moeten, struikelen, vallen, raken dingen kwijt, praten in onszelf. Uitgeput zitten we in de bloedhete avond op m’n balkonnetje in Athene. Zijn holle ogen priemen door de dikke duisternis. Hij heeft ’t niet tegen mij, begrijp ik.

‘En ik liep daar, met m’n rugzak, m’n eerste stappen naar Europa, onze straat uit. Wilde niet omkijken naar de vrouwen die wuifden. Weg is weg. Net toen ik de hoek om was kwam een begrafenisstoet voorbij. Ik schrok. Het was m’n buurjongen. Vermoord door Turkse smokkelaars. Hij was nogal een dommerd, zal mij niet overkomen, dacht ik. Wist ik veel dat Europa je ook vermoordt. Maar dan langzaam.’

Het aantal in 2021 getelde doden en vermisten op de Middellandse Zee volgens het Missing Migrants Project (IOM): 827