Goffe Jensma (red.),Het Oera Linda-boek

Friezen en andere mafkezen

Goffe Jensma (red.)

Het Oera Linda-boek.

Facsimile-Transcriptie-Vertaling

Verloren, 448 blz., e 28,-

«Friezen zijn aan lager wal geraakte Germanen die het cultiveren van een spraakgebrek verwarren met het bezitten van een culturele identiteit.» Waar ik deze vileine karakteristiek ooit gelezen heb, weet ik niet meer, maar ze schiet me altijd te binnen wanneer het zogenaamde Oera Linda-boek ter sprake komt. De discrepantie tussen de pretenties van deze tekst – ze zou ouder zijn dan de Ilias en de gehele beschaving van het Avondland zou zijn ontstaan op de drassige bodem van het huidige Friesland – en de knulligheid van de vervalsing nodigt ook wel uit tot enig hoongelach.
Toch hebben sinds de «ontdekking» van deze in een zogenaamd oud-Fries en met een zelfverzonnen alfabet geschreven tekst, in 1867, felle debatten gewoed over de authenticiteit. Ook struikelt degene die op internet iets over het Oera Linda-boek opzoekt over de New Age-achtige mafkezen die echt geloven dat de democratische, in matriarchaat levende Friezen Athene hebben gesticht.

De familiekroniek waarmee scheepstimmerman Cornelis over de Linden op de proppen kwam zou een in 1256 vervaardigde kopie zijn van een handschrift uit 803, dat toen was afgeschreven van een tekst die dateerde uit 600 en 50 voor Christus en waarin fragmenten waren opgenomen die dateerden uit 2000 voor Christus. De tekst leek geschreven in een soort runenschrift, waarvan de sleutel in het boek zelf werd gegeven. Hoewel sommige Friese letterkundigen en historici de tekst als authentiek beschouwden, was al spoedig duidelijk dat hier sprake was een vervalsing. Het verweerde en aangetaste papier was nog geen twintig jaar oud.

Serieuze wetenschappers die zich met het Oera Linda-boek bezighielden, discussieerden dan ook spoedig alleen over de vraag wie de auteur van deze merkwaardige tekst was. In zijn twee jaar geleden verschenen dissertatie heeft Goffe Jensma meer dan aannemelijk gemaakt dat het boek een coproductie was van genoemde Over de Linden, de Friese provinciale archivaris Eelco Verwijs en niemand minder dan de dominee en dichter François Haverschmidt, die beter bekend is onder zijn pseudoniem Piet Paaltjens.

Jensma toont niet alleen aan dat de auteur van het Oera Linda-boek een gedegen kennis had van de klassieke oudheid en de Friese historiografie, ook maakt hij duidelijk dat het boek sterk beïnvloed is door de Moderne Theologie, die rond 1860 de gemoederen in kerkelijk Nederland danig bezighield. In feite moet de «oeroude» kroniek worden gelezen als een bijdrage aan het liberaal-democratische discours van anderhalve eeuw geleden.