Frisse film

Films worden tegenwoordig snel oud. Bijna direct na hun premiere is het nieuwe en frisse eraf. Er staan dan alweer nieuwere en frissere films in de aanslag. Grote, met veel publiciteit omgeven films krijgen voordat ze uitkomen al een belegen luchtje. Het nieuwtje is in de reclamecampagne vaak zo uitgemolken dat het voor het eerst zien van zo'n film een merkwaardige deja-vu-ervaring teweegbrengt. Mede door hun snelle verouderen verdwijnen films steeds sneller uit de bioscopen. Ook succesvolle films hebben een korte levensduur. Echte klappers vullen voor een korte tijd bijna alle bioscopen en zijn dan toch weer snel uit het zicht verdwenen. Voor je het weet, wordt de video van de film op de markt gegooid en is hij gedumpt op televisie. Dat was het dan. Volgende film.

Volledig in tegenspraak met dit versnelde verouderingsproces is het uitbrengbeleid van de kleine, vanuit Arnhem (!) opererende distributeur Contact Film Cinematheek. Contact koopt aardige films die door de markt als rotte appels uit de mand zijn gegooid. Zo'n aardige miskende en verwaarloosde film is het recent uitgebrachte El Patrullero (Highway Patrolman) van Alex Cox. El Patrullero is bij wijze van spreken bij het grof vuil gevonden en krijgt alsnog een bescheiden leventje in de filmtheaters. El Patrullero is al een paar jaar oud en kan moeilijk een succesvolle film worden genoemd. Hij heeft menig filmfestival aangedaan, maar een echte festivalhit kun je het ook al niet noemen. Maar er is een minderheid die deze sympathiek rammelende film in zijn armen sluit en daar reken ik mijzelf graag toe. Ik zag de film twee jaar geleden al eens op het festival van Hof en het weerzien was een oprecht genoegen.
El Patrullero is een film van een regisseur die ook filmliefhebber is en die zijn liefde voor oude filmgenres tot voedingsbodem maakt van zijn eigen films. De liefde van Cox is er een van totale overgave en daardoor kan hij niet meedoen aan het meer modieuze postmoderne spel met genrefilms. In die zin is Alex Cox een tegenpool van Tarantino. Hij maakt geen pastiche op de betere B-film zoals die in Hollywood voor het televisietijdperk werd gemaakt; nee, hij maakt een betere B-film. Met zichtbaar weinig financiele middelen, maar met een ongebroken vertrouwen in de kracht van een melodramatisch verhaal, eenvoudige actie, ruige landschappen en een levendige camera.
Op een onbekommerde manier zit het verhaal van de film vol cliches. Een jonge Mexicaanse jongen verzet zich tegen zijn vader en wordt wat zijn vader nu juist verafschuwt: in dit geval politie- agent. De jonge idealistische agent trekt ten strijde tegen corruptie en machtsmisbruik, maar binnen de kortste keren vergaart hij ijverig smeergeld. De jonge echtgenoot valt voor een verslaafd hoertje en doet een poging om haar van de drugs en de prostitutie te redden.
Al deze cliches kunnen niet verhinderen dat El Patrullero toch een prettige film is over een man in zijn strijd tegen de rest van de wereld. Je zou ook kunnen zeggen dat Cox juist door het gebruik van soms schaamteloze cliches in staat was om met nonchalance dat te filmen wat hem eigenlijk interesseerde - en dat was die kleine politieman in het overdonderende landschap. Cox filmde in Mexico, met Spaans sprekende acteurs en met Mexicaanse technici, maar de film ademt een onmiskenbaar Amerikaanse sfeer. El Patrullero gaat over een verkeersagent, maar het is evident dat Cox voornamelijk werd geinspireerd door de klassieke western. Zijn agent is een eenzame strijder. Hij rijdt zijn patrouilles langs nagenoeg lege Mexicaanse snelwegen die door fantastische landschappen lopen. Westernlandschappen. John Ford-landschappen. In die fraai gefotografeerde ongenaakbare landschappen rijdt een kleine tengere held alleen in een oude auto (die natuurlijk eigenlijk zijn paard is) tot de onvermijdelijke vijand aan de horizon zal opdoemen.
Of El Patrullero het tegen het nieuwe en frisse in de bioscopen zal kunnen opnemen, is de vraag, maar zijn ondergang is bij voorbaat bewonderenswaardig.