Menno Hurenkamp

Frits

De essentie van Nederland na de Tweede Wereldoorlog is: Frits. Direct na de oorlog kondigde Frits van Egters de jaren zestig aan, waarin links groot werd. Toen die klaar waren kondigde Frits Bolkestein de 21ste eeuw aan, waarin links ten grave gedragen wordt. Voor dát verhaal krijgt Bolkestein nog altijd ruim podium. Journalistiek Nederland rent piemelknijpend van opwinding rond wanneer hij iets gaat zeggen over progressieven. Naar aanleiding van Anet Bleichs biografie is nu Den Uyl in beeld. Dus schreef Bolkestein in een briefwisseling met Job Cohen in Opinio dat Den Uyls reputatie onder linkse intellectuelen hem een raadsel is.

Zo’n brief van Bolkestein verdient aandacht op zich, vanwege het trapezewerk in verwaandheid. ‘Op 26 november 2002 heb je in Leiden de Cleveringalezing gehouden’, schrijft hij aan Cohen. Bolkestein helpt hem herinneren, want zo’n burgemeester heeft het druk, die vergeet dingen. En hij vervolgt met: ‘Ik zelf heb dat tweemaal gedaan, in Den Haag en in Rotterdam.’ Natuurlijk kun jij premier zijn, schrijft Bolkestein aan Cohen, en gaat door met de mededeling dat het helemaal niet moeilijk is om premier te zijn. De belevenissen van de criticus Marcel Reich-Ranicki schieten te binnen. Ranicki wandelt door het bos met de dichter Lec, die almaar over zichzelf praat en na een uur zegt: ‘Nu heb ik genoeg over mezelf verteld. Wat vind jij eigenlijk van mij?’ Maar goed, Den Uyl is dus een slecht politicus. Begrotingstekort, inflatie en werkloosheid liepen op tijdens zijn regering, hij was onaardig (tegen Van Agt) en ontactisch (tegen werkgevers).

Waarom is de mythe Den Uyl nog niet doorgeprikt, wil Bolkestein weten. Wat een pompeuze vraag over een man van wie iedereen al decennia weet dat hij verre van perfect was. Hoe lang duurt het eigenlijk voor ‘de mythe Bolkestein’ op de agenda komt? Bolkestein lijkt meer dan hem lief is op Den Uyl. Ook Bolkestein heeft als minister weinig bijzonders voor elkaar gekregen, maar werd net als Den Uyl groot als geletterd vertolker van de tijdgeest. Voer voor mythevorming. Waar zal het doorprikken beginnen? Niet bij de handel in gifgas met Irak in 1984 of het ‘Beste Els’-briefje uit 1996.

Wél bij de teloorgang van het liberalisme in Nederland. Bolkestein gaf in de jaren negentig het nationalisme en het christendom weer een plaats in het maatschappelijk debat. Dat is een verdienste, maar zijn biograaf gaat constateren dat hij zo per abuis de VVD een straffe loer draaide. Verdonk en Wilders zijn Bolkesteins tovenaarsleerlingen. Met zíjn thema’s leggen ze het liberalisme in puin en maken ze Nederland als natie van verdraagzame koopmannen te schande. Over Wilders genoeg. Bolkestein over Rita Verdonk in 2004: ‘Ik vind haar fantastisch.’ Recent maakte Verdonk haar opwachting in de rechtszaal, bij het proces tegen een dame die met opzet een tasjesdief had aangereden. Een merkwaardige stap voor een politicus, maar onder het motto ‘niet links, niet rechts, maar keihard achteruit’ kan veel. Den Uyl kan een mythe zijn geweest, maar na hem wisten Kok en Bos de PvdA bij vlagen nog flink leven in te blazen. Bolkestein, die in 1998 zei: ‘We worden de grootste’, deed bij de VVD het licht voor jaren uit.

Over een jaar of twintig schrijft een linkse jongen in de krant: waarom zijn rechtse intellectuelen nog altijd dol op Bolkestein? Ook dat zal dan niet onopgemerkt blijven. En dan schrijft een rechtse jongen in een andere krant: ach, dat valt tegenwoordig reuze mee.