In het laagje aanslag van zout en zeezand op de romp van de ultramoderne, overkoepelde reddingssloep heeft een slimmerik in de nacht met zijn of haar vinger geschreven: ‘Love Boat’. De volgende ochtend zien de andere schipbreukelingen dat, maar de referentie aan de gelijknamige klassieke televisieserie uit eind jaren zeventig gaat aan hen voorbij. Misschien hebben ze honger, misschien wanhopen ze. Ook de humor van de situatie – een mooie jongeman laat zich in die sloep gebruiken als seksslaaf in ruil voor zoute krakelingen – kunnen ze niet waarderen. De ernst is schrijnend. Wie weet krijgen ze last van rimpels en dan is het weer botoxen geblazen. En het ís al zo moeilijk, dit overleven in een omgekeerde wereld op een onbewoond eiland waar alles opeens anders is: rijk is arm, arm is rijk, mooi is lelijk, lelijk is mooi. En meester blijkt slaaf.

Onrechtvaardige welvaartsverdeling, geld en macht die corrumperen, liefde als koopwaar, het lichaam als object, schoonheid als betaalmiddel – met dit alles confronteert de Zweedse cineast Ruben Östlund ons in Triangle of Sadness. Hiertoe gebruikt hij personages die herkenbaar zijn, ook al bevinden ze zich op een extreem luxueuze cruise voordat het ernstig misgaat. Aan boord zijn model Carl (Harris Dickinson) en zijn influencer-vriendin Yaya (Charlbi Dean) in het gezelschap van superrijken, onder anderen een bejaard Brits echtpaar actief in de internationale wapenhandel, en een Russische oligarch, Dimitri (Zlatko Buric), die het heel goed blijkt te kunnen vinden met de alcoholische kapitein Thomas Smith (Woody Harrelson). Thomas is marxist (géén communist), Dimitri zweert bij het kapitalisme. Benedendeks zijn er bemanningsleden en werkers, vooral Abigail (Dolly de Leon).

Östlund neemt ruim de tijd om het karakter van de verschillende personages te schetsen, inderdaad nét een aflevering van The Love Boat, de geliefde serie over kapitein Stubing, onderofficier Gopher en cruiseleider Julie McCoy aan boord van de Pacific Princess. Gek: de invloed van het frivole The Love Boat ís voelbaar. Natuurlijk, het maatschappijcommentaar bij Östlund is véél snijdender, het drama menselijker. En dieper, op het rampzalige af. Halverwege het verhaal gaat het snel. Tijdens een kapiteinsdiner steekt een zware storm op waarna piraten het schip ook nog aanvallen. De echte crisis komt in de derde akte, als de bordjes zijn verhangen en al je miljoenen (of honderden in het geval van Carl en Yaya, die alleen maar doen alsof ze geld hebben) niets waard zijn op dat eiland waar de overlevenden aanspoelen.

In het midden Carl (Harris Dickinson) © Fredrik Wenzel / Plattform Produktion / September Film

Zoals de regisseur eerder deed in Turist (2014) en The Square (2017), over opsmuk in de kunstwereld, schetst hij wederom een beeld van de moderne maatschappij als een jungle waar immoraliteit en slechte smaak welig tieren in het leven van mensen die ervan overtuigd zijn dat hun lege bestaan betekenis heeft. Zijn films werken als spiegels van de waarheid: wie erin kijkt, ontdekt hoe het echt zit. Wie zal ooit die arme man in Turist vergeten die op vakantie de benen neemt op het moment dat een lawine vrouw en kind dreigt te verzwelgen? Daar sta je dan. ‘Man.’ Nee, zegt dat verhaal, kijk goed: muis. Ruben Östlund vertelt ons de dirty little secrets van ons leven.

Ik moet bij Östlund vooral denken aan dé grote satiricus: Luis Buñuel, de Spaanse maestro die aanvankelijk aangestuurd door het surrealisme het menselijk leven in films als Un chien andalou (1929), El ángel exterminador (1962) en That Obscure Object of Desire (1977) op z’n kop zette met subversieve ideologie en zwarte humor. Prachtig in die laatste film is de rijke Fernando Rey die verliefd wordt op een beeldschone huishulp, gespeeld door Carole Bouquet en Ángela Molina. Op een gegeven moment blijkt Rey in de maling te worden genomen – bordjes verhangen – en dan gaat deze ‘gecultiveerde’ man slaan, uiteraard. Laatste scène: álles wordt opgeblazen, letterlijk. Buñuel! De ‘tactiek’, in de woorden van de maestro, van twee actrices die afwisselend dezelfde rol vertolken, geeft het werk het vleugje surrealisme dat perfect past bij maatschappijcommentaar.

Iets soortgelijks zien we in Triangle of Sadness tijdens het diner. Alles begint perfect. Het zevengangenmenu is tot in de puntjes verzorgd. De gasten hebben het naar hun zin, vooral de oesters verorberen ze dat het een lieve lust is. Niemand merkt dat het een en ander wel heel erg scheef staat, noch zijn ze van streek gebracht door het bonkende geluid van golven die steeds woester tegen de romp aan slaan. De eerste straal projectielbraken is nauwelijks een feit of de hel breekt los. De storm is zo erg dat alles schuin staat. En dan dekt ‘zeeziek’ de lading niet; een woeste rivier van menselijke uitwerpselen stroomt door de cabines. Deze scènes kondigen het begin aan van de gekantelde wereld. Vanaf nu is boven onder en onder boven.

Vlnr. Yaya (Charlbi Dean) Abigail (Dolly De Leon) en Paula (Vicki Berlin) © Fredrik Wenzel / Plattform Produktion / September Film

Östlunds surrealisme brengt in navolging van Buñuel het manifest van André Breton uit de jaren twintig van de vorige eeuw in herinnering. Breton vond de ‘realistische houding’ – een wereldbeeld exclusief geïnspireerd op het positivisme – namelijk de vijand van intellectuele of morele vooruitgang. Breton: ‘Ik haat dat (die houding – gk), omdat ze uit middelmatigheid, haat en saaie verwaandheid bestaat.’ Surrealisme is gebaseerd op de ‘superieure realiteit van bepaalde vormen van voorheen verwaarloosde associaties’; het gaat uit van een ‘spel van ideeën’. Interessant is dat Buñuel deze visie midden jaren zestig nuanceerde. Hij merkte op dat het steeds moeilijker werd mensen echt te shockeren wegens ‘de horror van de twintigste-eeuwse geschiedenis’. Daarom: ‘Je moet je modus van aanval veranderen (…) Met mijn films wil ik mensen zich ongemakkelijk laten voelen.’

We moeten worden wakker geschud. Dit dwingt Triangle of Sadness af, vanaf de eerste scènes waarin een irritante interviewer tussen halfnaakte mannen, kandidaat-modellen voor een modeshow, rondloopt om vragen te stellen over hoe ze hun werk benaderen. Want tijdens een shoot moet je alert zijn, darlings! Laten we het proberen. Hoe ziet modemerk Balenciaga eruit? De mannen kijken depressief en boos. En Hennes & Mauritz? Iedereen glimlacht. En Balenciaga? Boos. H&M? Happy! Balenciaga? Boos. H&M? En ga zo maar door… Hilarisch. Maar doodeng en gênant. Want je weet, voor zo’n perverse vertoning val ook ik, want heb ik niet vorige week in de Kalverstraat die lichtgrijze muscle fit turtleneck voor een habbekrats gekocht? En waarom in hemelsnaam, omdat die jongen op Insta zo cool en vrolijk keek?

Triangle of Sadness, eindredactie © Fredrik Wenzel / Plattform Produktion / September Film

Carl en Yaya exploiteren elkaar, maar vinden dat ware liefde. In hun relatie is er constant geld in het spel. Ze ruziën, omdat zij niet het etentje wil betalen hoewel ze als influencer meer verdient dan hij. Maar Carl staat erop: ‘Ik wil niet de man zijn terwijl jij de vrouw bent. Je moet gewoon betalen!’ Zó geëngageerd is hij. Maar tijdens de cruise, als puntje bij paaltje komt, is hij honderd procent man. Zodra Yaya ook maar in de richting van een sexy bemanningslid kijkt, gaat het mis. De arme matroos heeft namelijk z’n shirt uitgedaan. Carl is verbolgen. Hij klaagt erover bij de cruiseleider waarna zij de ‘overtreder’ pront ontslaat.

Laagje voor laagje pelt Östlund de maskers van de personages weg. Wie goed kijkt ziet dat al deze mensen zijn zoals wij. Zelfs dat bejaarde stel uit Engeland, toonbeeld van beschaving, in hoe ze praten, in hoe ze zich aan tafel gedragen. Blijkt dat ze stinkend rijk zijn geworden door het verkopen van explosieven, specifiek handgraten. En die rijke vrouw dan? Die komt heel normaal over, zelfs als ze aan kapitein Smith vraagt of de zeilen niet wel heel erg vies zijn. De arme Thomas. Rustig geworden door de alcoholnevel zegt hij dat de zeilen meteen zullen worden gewassen, mevrouw, ook al weet hij dat zijn schip gemotoriseerd is en dus geen zeilen heeft.

Na de storm en de aanval door piraten – met hetzelfde type handgranaat dat het Engelse echtpaar verkoopt – bereikt het surrealisme een hoogtepunt als de reddingssloep op het eiland arriveert. De enige opvarende, Abigail, nota bene toiletjuf op het vergane schip, schakelt het snelst. Niet alleen is de sloep van háár, ook heeft ze nu controle over vele dozen pretzelsticks, voorlopig het enige eten. De toiletjuf grijpt de macht. Ze gebruikt haar nieuwe status om te krijgen waar ze in de echte wereld naar kan fluiten: iedere avond seks met een beeldschone man. Het enige wat ze hoeft te doen is hem nu en dan een krakeling voeren.

De ironie is dat deze gekantelde wereld niet zoveel verschilt van de normale. Mensen worden tot slaaf gemaakt, nog steeds gaat het om controle van kostbare hulpbronnen, en van empathie is weinig sprake. Alles draait om bezit, wat een kloof schept tussen zij die hebben en zij die niet hebben. Buñuel zei ooit de regels te willen vernietigen van een ‘bepaald conformisme dat iedereen dwingt te denken dat ze in de beste van alle werelden leven’. Dat deed hij met zijn films en dat doet ook Östlund met zijn nu al imposante oeuvre. Hij dwingt je stelling te nemen, te zien hoe erg het allemaal is, je in te denken hoe het is om de ander te zijn.

Maar is zijn satire dan te hard, met te weinig mogelijkheid van verlossing? Wij mensen hebben toch érgens iets goeds in ons? Van dat laatste heb ik niets kunnen vinden in Triangle of Sadness. Er is geen love op deze Love Boat. De sfeer is tegelijk hilarisch en diep tragisch, maar vooral overheerst verdriet. De titel verwijst naar de term die plastisch chirurgen gebruiken voor de ‘fronsrimpel’, groeven die veel mensen aan de onderkant van het voorhoofd hebben, vlak boven de neusbrug. Wees gewaarschuwd: wie naar deze film gaat heeft binnen no time extra lijnen tussen de ogen, zo diep dat geen botox ze ooit kan opvullen. 

Nu te zien in de bioscoop