H.J.A. Hofland

Frontberichten

New York, 19 november — Dit is een verslag van uw oorlogscorrespondent. Hij kijkt naar de tv. Het is nu onomstotelijk vastgesteld dat dit bandje van Bin Laden is. Hij kondigt spectaculaire aanvallen aan. «Kolossale», zei CNN. Of nbc, CBS of een ander station. Dat maakt geen verschil. Zap door. Een verhaal over de handel in apparatuur tegen aanvallen, metertjes om de aanwezigheid van antrax, pokkenvirus, pestbacillen vast te stellen. Zien eruit als mobieltjes. Speciale regenjassen tegen mosterdgas. Parachutes om uit een wolkenkrabber te springen. Allemaal waardeloos, zegt de nieuwslezer. De spullen vliegen de winkel uit. Zap verder. Democratische leider Tom Daschle verklaart dat de oorlog tegen het terrorisme stagneert. President Bush komt voor de radio: er worden goede vorderingen gemaakt. Zap voort. Saddam trekt zijn zwaard, schiet zijn geweer af. Generaal legt uit hoe de straatgevechten in Bagdad zullen verlopen. We vliegen boven virtueel Bagdad. Oefening met landingsboten. Showdown Iraq, zegt de tv. In de Londense ondergrondse zijn mensen met gifgas gearresteerd. Door Scotland Yard! Ik doe een greep uit de frontberichten. En dan opeens: laatste nieuws over de geheime verkrachtingen op Buckingham Palace. De butler in beeld, en ook prins Charles. Eindelijk weer een vertrouwd gezicht.

Vrijdagavond, vorige week, liep ik, noodgedwongen, op Times Square. Die dag was het indian summer geweest. De zomer na de zomer, warm, windstil, de terrassen vol, de bomen in groen, rood en geel blad, een rode schemering met de stad in haar bizarre silhouet, de kartelrand van de grillige hoogbouw, de watertorens op de daken. Nu was het donker, maar daar niet. De brede ingangen van de bios copen, Kentucky Fried Chicken, McDonald’s, theaters, alles in het licht van de dag die aanbreekt als de zon onder is. En daarboven de lichtreclames, meisjes in bikini die schaterend in de branding van Hawaï springen, een konijn dat vriendschap sluit met een eekhoorn, gelukkig gezin zit kreeft te schransen, Harry Potter, de lichtkrant met de slotkoersen van Wall Street en de Nasdaq. Het gat van het subwaystation ontlast continu zijn mensendrom. En op straat de duizenden, de rivier van koplampen. Alles is vol.

Osama bin Laden heeft zich in ons hoofd gevestigd. Wat, dacht ik, als hier nu de kolossale, spectaculaire bom ontploft? Ben ik de enige die dat denkt? Het is al onderzocht. De meerderheid van de Amerikanen houdt er rekening mee dat er weer zo’n aanval komt, maar de meesten van de meerderheid denken dat het anderen zal treffen. Dat denken frontsoldaten, chauffeurs en sigarettenrokers ook altijd. Die verwachting, tussen illusie en ongrijpbare waarschijnlijkheid, blijft de beste garantie voor de voortgang van het normale leven. Maar als…?

Ja, dan is het te laat. De Homeland Security Bill is aangenomen. Een stuk of 22 veiligheids- en bewakingsdiensten worden in een departement van nationale veiligheid ondergebracht. Een gigantische bureaucratische operatie die jaren in beslag kan nemen, maar wel een radicale indruk maakt. Er is nog een wet in voorbereiding, met een aantal bepalingen die het mogelijk moeten maken alle informatie over iedereen, zoals door commerciële, medische en overheids registratie via computers vastgelegd, in het Pentagon onder te brengen. Dit project, Total Information Awareness genaamd, is door William Safire al orwelliaans genoemd en op de tv de Gestapo waardig bevonden. Het idee komt van John Pointdexter, een bezeten fantast die ouderen onder ons zich nog zullen herinneren uit de tijd van Reagan, toen hij met een eigengebakken taart en een paar oude pistolen naar Teheran vertrok om daar de «gematigden» voor de Amerikaanse zaak te winnen. Ook had hij een mysterieuze constructie verzonnen waaruit later het Iran-Contraschandaal is ontstaan. Hij werd wegens bedrog veroordeeld, heeft nu dus de TIW bedacht. Ik denk niet dat het zo ver zal komen, maar dat het idee op zichzelf ernstig kan worden genomen, is een symptoom.

Herinneren we ons dat Safire protesteerde tegen de geheime berechting van Taliban-gevangenen. De afgelopen weken zijn Amerikanen van Irakese komaf en masse nader door de politie bekeken. Minister van Justitie Ashcroft is van plan geweest een Terrorism Information and Prevention System (TIPS) te organiseren, waardoor bijvoorbeeld uw postbode tot geheim agent in deeltijd zou worden bevorderd. Het is niet doorgegaan, maar alweer: een symptoom. Van wat?

Paranoia kun je het nog niet noemen. Amerika is nu eenmaal een land van achtervolgingen, in alle opzichten. Zo gek kun je het niet bedenken of het wordt tot een drama van achtervolging en onschadelijkmaking verwerkt. Maagzuur? Maalox! Inbreker? Colt! Dat is de nationale cultuur, en wij kijken ook graag naar de spannende films uit Hollywood. Make my day, punk! Dit heeft een andere kwaliteit. Het is pre-paranoia als wereldpolitiek. Vergelijk het met een oververzadigde oplossing. Een lichte beroering is voldoende voor de bliksemsnelle kristallisatie.

Op de hoek van de 41ste straat stond ik op de bus te wachten; keek naar een man die cd-spelers verkocht. De bus kwam niet, ik bestudeerde de handelaar. Arabisch uiterlijk. Die cd-spelers leken op landmijntjes. Het zag er plotseling ontplofbaar uit. Ik wil zeggen dat pre-paranoia aanstekelijk werkt, ook op uw overigens zo koelbloedige verslaggever. Als het in Israël praktisch iedere week gebeurt, waarom dan hier niet? Moeten we iedereen die naar Times Square wil door een elektronisch poortje laten gaan, bussen en subwaytreinen controleren zoals we nu met de vliegtuigen doen? De aanval van de elfde heeft downtown Manhattan al een diepe economische crisis bezorgd waarin de hele stad nu meedeelt.

De paradox van deze mobilisatie is dat er een verdediging wordt georganiseerd tegen aanvallen waarvan we aannemen dat ze niet te voorkomen zijn en ons dan treffen op een plaats die niet verdedigd blijkt te zijn. De woede en angst die een grote aanslag in Amerika zal veroorzaken, durf ik niet te beschrijven. Wel voorspel ik dat de verdediging radicaler en totaler zal worden dan we ons nu kunnen voorstellen. Dat valt dan niet meer met «paranoia» te beschrijven, want die term wijst op een waan, en dit zal werkelijkheid zijn. Ik noem het: de groeiende kans op israëlisering van Amerika, of van het hele Westen.