Commentaar: Fuch

Fuchs’ appels en eieren

«Voor kunstenaars is geen wijn goed genoeg», zei Rudi Fuchs eens in reactie op een vraag naar zijn royale declaratiegedrag. Door de houding die de onttroonde cultuurpaus zijn leven lang al aanneemt jegens de Grote Kunstenaars van zijn tijd, kon men wachten op de Fuchs-affaire die zich in de afgelopen week via de dagbladen aan het grote publiek openbaarde.

Fuchs zou vorig jaar Karel Appel op verzoek te hulp zijn geschoten, toen de schilder uit New York in Nederland aankwam met een partij schilderijen waarover de douane — volgens de nationale dagbladen — invoerrechten had willen berekenen. Zijn onder collega-kunstenaars decennialang opgebouwde reputatie van nietsontziende gierigheid en handig gemarchandeer met de Nederlandse belastingwet, maakte Karel Appel volledig waar door Fuchs een onjuist briefje te laten opstellen om daarmee de belasting te ontduiken. Appel versjteerde daarmee het afscheidsfeestje van Rudi Fuchs, dat in opdracht van burgemeester Cohen tot nader order is uitgesteld.

Het bureau integriteit van de gemeente Amsterdam heeft inmiddels een onderzoek gestart waar niet veel van hoeft te worden verwacht, aangezien de verantwoordelijken van dit bureau bij navraag niet eens blijken te weten dat kunst is vrijgesteld van invoer rechten. De douane en enkele geraadpleegde fiscalisten bevestigen dat de berichten in de dagbladen onjuist zijn en het in deze kwestie slechts om de heffing van BTW gaat.

Het zou ook wat zijn geweest als kunstenaars invoerrechten over hun eigen kunst moeten betalen: wat zou dat bijvoorbeeld betekenen voor het reisgedrag van een kunstenaar als Orlan, die haar eigen ernstig verminkte en gemanipuleerde lichaam met groot succes tot kunstwerk heeft verklaard?

Om die BTW-kosten te voorkomen, liet Appel zijn vriend Fuchs schrijven dat deze werken in bruikleen naar het museum gingen, terwijl ze in werkelijkheid rechtstreeks naar zijn eigen huis werden vervoerd en zelfs opdoken op tentoonstellingen. Een mooie straf zou het zijn geweest als de douane Appel niet het lage tarief van zes procent in rekening had gebracht, maar het hoge van negentien procent, dat geldt voor gewone handelswaar.

Het overkwam een cultureel ondernemer die in China westerse meesterwerken had laten kopiëren om in Nederland te verkopen. Vervolgens billijkte het gerechtshof van Leeuwarden dat oordeel: het zag in de Chinese kopiisten namelijk geen «kunstenaars». Pas voor de Hoge Raad kregen de Chinezen erkenning als kunstenaar. Die schande is Appel bespaard gebleven.

Als het overigens aan de Britse critici ligt, had het niet veel gescheeld. Zij kraakten collectief de Cobra-tentoonstelling die momenteel te zien is in het Noord-Engelse Gates head. De Sunday Telegraph sprak over «expressionistische kitsch», de Guardian waarschuwt de bezoekers zelfs: «Wees voorbereid op het zien van absolute bagger.»