Dries Muus

Functioneel naakt

Nu zijn beroemdste roman, Lady Chatterley’s Lover, is verfilmd, staat D.H. Lawrence weer in de belangstelling. Dat zijn reputatie van pornograaf zijn reputatie van groot schrijver vooruitsnelt, toont vooral aan dat sommige mensen geen oog meer hebben voor een grootse stijl en levensechte personages als een boek een handvol seksscènes bevat.

D.H. Lawrence
Lady Chatterley’s Lover
Penguin Classics (2006), 363 blz., € 12,95

Controversiële auteurs worden vaak gereduceerd tot de taboes die ze hebben doorbroken. De afgelopen weken viel er veel te lezen over D.H. Lawrence naar aanleiding van de verfilming van zijn roman Lady Chatterley’s Lover (1928). Er werd vooral ingezoomd op de spraakmakende seksscènes. Zonde, want expliciete seksscènes schrijven kunnen er meer. Gecompliceerde karakters overtuigend neerzetten, in een bijzonder toegankelijke schrijfstijl, doet vrijwel niemand Lawrence na.

Lawrence schreef drie versies van Lady Chatterley’s Lover. De film is gebaseerd op de tweede. In grote lijnen is het verhaal in alle versies hetzelfde: Lady Constance Chatterley is ongelukkig getrouwd; haar man, Lord Clifford Chatterley, heeft gevochten in de Eerste Wereldoorlog. Dat heeft hij ternauwernood overleefd, maar hij is wel verlamd vanaf zijn middel. Niet alleen is daarmee hun seksleven over, maar Constance wordt ook nog eens gedegradeerd tot een soort verzorger. Ze begint een affaire met Oliver Mellors, haar jachtopziener (in de eerste twee versies, en dus ook in de film, heet hij nog Parkin). Hij kan haar wél bevredigen, seksueel en geestelijk.

Een minder goede schrijver dan Lawrence was op basis van zo’n plot gemakkelijk verzand in clichématige karakterschetsen: Lady Chatterley als de sensuele vrouw die thuis niet kan krijgen wat ze wil. Mellors als de extreem mannelijke jachtopziener, die, tussen het houthakken en het bierflesjes met zijn tanden ontkurken door, Constance Chatterley eindelijk weer eens een goede beurt geeft. Lord Clifford Chatterley als bazige invalide die het leven van zijn vrouw verziekt. Maar geen enkel personage in Lady Chatterley’s Lover is een karikatuur. Zelfs Lord Clifford Chatterley niet, die weliswaar door de schrijver wordt neergezet als een pretentieuze zak, maar niet als archetypische slechte echtgenoot. Zijn probleem is dat hij niet met zijn lichaam, met zijn kloten zogezegd, van Constance kan houden. Hij ziet seks als een banale activiteit voor onderontwikkelde mensen, die, omdat ze nu eenmaal niet de sublieme liefde van de geest kunnen ervaren, het maar moeten doen met de lichamelijke variant. Op zijn manier houdt hij van zijn vrouw en verlangt hij het beste voor haar.

Tegen het einde van het boek typeert Constance’ vader Clifford als ‘A lily-livered hound with never a fuck in him, never had’. Met die woorden ‘never had’ laat Lawrence zien wat de lezer al lang aanvoelde: dat Clifford impotent is, komt niet per se door zijn oorlogsongeluk. Dat ongeluk is een goed excuus om meteen af te zijn van iets waar hij toch al niet warm voor te krijgen was. Dat ongeluk is een sterke vondst. Het zet de verhouding tussen Constance en Clifford op scherp. Aan de ene kant geeft het haar een reden om een ander te zoeken, aan de andere kant bedriegt ze nu een weerloze, invalide man, waardoor haar overspel des te harder aankomt – bij Clifford zelf, maar ook bij de lezer.

Ook in de verhoudingen tussen de personages vermijdt Lawrence de clichés. Zo is de affaire tussen Constance en Mellors aanvankelijk allesbehalve idyllisch: Mellors is chagrijnig en in zichzelf gekeerd, Constance is terughoudend en koppig. En hoewel ze voor het eerst sinds tijden weer voelt hoe het is om lichamelijk bemind te worden, zegt ze in zichzelf, na de zoveelste onbehouwen vrijpartij op de vloer van Mellors’ jachthut: ‘Yes, this was love, this ridiculous bouncing of the buttocks, and the wilting of the poor, insignificant, moist little penis. This was the divine love!’

Alle personages worden met een zeker mededogen beschreven. Ze zijn soms onuitstaanbaar, soms teder, en vrijwel altijd liggen ze met zichzelf overhoop. Ze zijn niet constant, in hun gedrag noch in hun gedachten, ze zijn nooit voorspelbaar. Juist dát maakt ze sympathiek en geloofwaardig. En doordat ze het ene moment liefdevol kunnen zijn, en die liefde met één verkeerd gebaar om kan slaan in haat, of onverschilligheid, is elke dialoog geladen.

Lawrence schrijft zelden vanuit het perspectief van één persoon. Lady Chatterley’s Lover, maar ook andere veelgeroemde romans als Women in Love (1920) en Sons and Lovers (1913), en verhalen als The Prussian Officer (1914), worden verteld door een alwetende verteller, die in de hoofden van alle personages kruipt. Ook dat draagt bij aan die geladen dialogen en de spanning tussen de hoofdpersonen. De lezer is op de hoogte van de motieven van alle personages, wat hun gedrag begrijpelijker maakt. Bovendien zijn het niet de belangen van twee personages die met elkaar in conflict zijn, maar die van vier of vijf, of meer.

Veel auteurs lijken de gevoelens van hun personages alleen te behandelen om er een soort intellectuele greep op te krijgen. In Women in Love oordeelt een van de hoofdpersonen over een vriendin: ‘As it is, what you want is pornography – looking at yourself in mirrors, watching your naked animal actions in mirrors, so that you can have it all in your consciousness, make it all mental.’

Dat is precies wat Lawrence zelf altijd weet te vermijden, en ook wat in zijn romans andere schrijvers regelmatig voor de voeten wordt geworpen. In een belangrijke scène in Lady Chatterley’s Lover, waarin pijnlijk duidelijk wordt hoe ver Clifford en Constance uit elkaar zijn gegroeid, discussiëren de twee over Proust. Clifford is enthousiast, Constance zegt, bijna furieus: ‘He doesn’t have feelings, he only has streams of words about feelings.’

Een typische Lawrence-zin, die – deel uitmakend van een dialoog – bijna terloops wordt gepresenteerd. Juist daardoor blijft de lezer er sneller aan haken – het is alsof in een zwart-witfilm opeens één personage in kleur rondloopt. Veel schrijvers werken naar hun oneliners toe, beginnen een alinea met een paar eenvoudige zinnen, en bewaren het catchy verwoorde inzicht voor het laatst. De zinnen worden dan bijna een excuus voor die oneliner, en na een paar bladzijden kun je voorspellen wanneer er weer een oneliner komt. Lawrence is ogenschijnlijk achtelozer, waardoor zijn inzichten altijd verrassen.

Een ander voorbeeld uit Lady Chatterley’s Lover: ‘Giovanni was very nice: affectionate, as the Italians are, and quite passionless. The Italians are not passionate: passion has deep reserves. They are easily moved, and often affectionate, but they rarely have any abiding passion of any sort.’ Het gaat hier om de zin ‘passion has deep reserves’. In vier woorden verwoordt Lawrence een inzicht dat een ander pas kan bereiken met een complete roman. If at all.

Dat Lawrence’ reputatie van pornograaf zijn reputatie van groot schrijver vooruitsnelt, toont vooral aan dat sommige mensen geen oog meer hebben voor een grootse stijl en levensechte personages als een boek een handvol seksscènes bevat. Bovendien is het ook nog eens onjuist: al zijn naakt is functioneel. Het staat in dienst van het verhaal en is niet pornografisch maar kwetsbaar. Wie had dat beter kunnen uitdrukken dan Lawrence zelf, in een verantwoording van zijn boek: ‘I always labour at the same thing, to make the sex relation valid and precious, instead of shameful. And this novel is the furthest I’ve gone. To me it is beautiful and tender and frail as the naked self is.’