Menno Hurenkamp

Fundamentalisten

We beleven aan het begin van de 21e eeuw geen botsing der beschavingen, maar een botsing van fundamentalismen. Het is een tegenwerping tegen het dominante idee dat West en Oost de komende jaren tegen elkaar optrekken. Zij komt van de Engels-Pakistaanse schrijver Tariq Ali. Enge opvattingen van religie domineren de politiek van zowel de echte grootmacht Amerika als diens tegenstanders. God staat aan onze kant, roepen beide partijen te pas en te onpas.

«We hebben heel hard een islamitische reformatie nodig die korte metten maakt met het fanatieke conservatisme en de achterlijkheid van de islamisten en die vooral de wereld van de islam openstelt voor nieuwe ideeën die verfrissender zijn dan wat het Westen nu in de aanbieding heeft», schreef Tariq Ali in reactie op de aanslagen van 11 september (zie de derde aflevering van het tijdschrift Eutopia.) Deze week treedt hij op in Nederland. Het is te hopen dat hij eens kan aanwijzen of en waar hij die reformatie ziet ontstaan.

Al was het maar om ons af te helpen van de variant van de botsing der fundamentalismen die in Nederland opduikt. De ene partij bestaat hier uit een paar mafketels die aanhanger zijn van de Arabisch Europese Liga en de praatjesmaker Abou «ik ga de sharia invoeren» Jahjah. Trotse fundi’s, wier modebewustzijn wel de dracht van baard en jurk verhindert maar niet de drift tot vrouwen meppen. De AEL telt na een intensieve mediacampagne 876 leden, als ik het multicultureel instituut Forum kan geloven.

De andere partij bestaat uit hoofdzakelijk migranten-intellectuelen als de VVD-politica Ayaan Hirsi Ali en de rechtsgeleerde Afshin Ellian. Je kunt het fanatisme waarmee deze geletterden de islam te lijf willen niet zomaar rangschikken onder het kopje fundamentalisme — een echte fundamentalist heeft de pest aan boeken, en zeker die van de tegenstander. Ali en de haren eisen van religieuze moslims totale onderwerping aan de Nederlandse wet. Om te winnen moet je ook overtredingen maken, dus is hun fanatieke opstelling soms wel begrijpelijk. Maar doordat ze met hun zware woordkeus voortdurend hun doel voorbij dreigen te schieten, ligt het gevaar van fundamentalisme wel degelijk op de loer.

Niemand in Nederland maakt zich ooit druk om de grondwet. Elke geestelijke of politieke stroming heeft alleen maar te verliezen als de grondwet boven de leefbaarheid wordt gesteld. Onschuldige hoeren en kruisbeelden in de openbare ruimte komen dan in de verdrukking. Bovendien biedt de wet nu al ruimte om iedere halvegare die effectief oproept tot misdaden in zijn kladden te grijpen. (Maken we toch werk van vervelende imams dan wil ik in het perspectief van hun maatschappelijk risico graag ook voetbalsupporters en veelverdieners van grote ondernemingen met de matrak behandeld zien.)

God versus de wet. Het verabsoluteren van zulke begrippen brengt de oplossing van serieuze politieke problemen niet dichterbij. Er zit immers geen enkele ruimte tot dialoog in de opstelling van een van beide partijen. Je zou een kruising van Hirsi Ali en Abou Jahjah willen, een slimmerik die brood ziet in een Nederlandse islam, zo’n geloof dat nu aan onzekeren wat identiteit biedt en dan langzaam naar de marge verdwijnt. Kan iemand ze eens aan elkaar voorstellen?