Funny lipstick

Ten laatsten male Lipstick on Your Collar - niet omdat over de derde muziekserie van Dennis Potter niet meer te zeggen zou zijn maar omdat de eigenzinnigheid van themakeus in deze rubriek z'n grenzen kent: weinigen zagen de serie, hoogzomers geprogrammeerd, en het valt niet mee de besprekingen een universeel karakter te geven waardoor ze ook pruimbaar zijn voor de vakantieganger.

Over Lipstick was Potter bijzonder tevreden. Gevraagd naar een favoriet eigen werkstuk in termen van ‘bereiken wat je als kunstenaar wilt bereiken’ zei hij dat er niet een zo'n stuk was maar dat, als het om de 'fun’ van de kijkers ging, Lipstick het meest geslaagd was. Hij noemt het een komedie en het meest toegankelijke van z'n werken.
Tel je alle sores en ellende op die in zes delen de revue passeert, dan lijkt 'komedie’ wellicht een merkwaardige omschrijving, maar hij heeft (natuurlijk) gelijk. Het is als met de Tsjechov- stukken die een belangrijke rol in Lipstick spelen (al was het alleen maar omdat ze mooie kunstdwepende Amerikaanse Lisa uit de armen van prozaische Mick Hopper in die van de poetische Francis Francis drijven): het is maar hoe je naar het getob van de personages kijkt.
Stanislavski maakte om te huilen wat Tsjechov om te lachen vond. Het aardige van toneel is dat Sam Bogaers het later anders aan kan pakken. In tv-drama is het voor eens en altijd gezegd, in dit geval door Rennie Rye in nauwe samenwerking met Potter (die zich neerlegde bij de beslissing dat hij zelf niet mocht regisseren, gezien de relatieve mislukking daarvan in Blackeyes en Secret Friends). En het is een vrolijke serie geworden met veel idioten, kwaad dat gestraft wordt en zowaar een dubbel happy end: ze krijgen mekaar allemaal.
Nu eindigt de Detective ook in majeur, maar dat neemt de pijn en de twijfel niet weg. Je hoopt hevig dat Marlow niet weer in de ellende zal komen terwijl de vraag of de jonge stellen in Lipstick het met elkaar zullen redden (ooit moet Lisa toch genoeg van haar lower-class, weltfremde Francis krijgen en de plotse geilheid van Mick en Sylvia lijkt ook geen al te solide basis) zich eigenlijk alleen maar voordoet omdat ik opeens besef dat die helemaal niet speelt. Met recht een komedie dus.
Ook in de vorm is Lipstick relatief eenvoudig, maar tegelijk slik ik dat in. Hier speelt het merkwaardige effect dat Potter ons als kijkers heeft opgevoed. Relatief dus als je het vergelijkt met de enorme gelaagdheid van de Detective, maar in absolute zin is het vervreemdingsgehalte groot en wanneer Lipstick Potters eerste muzikale serie was geweest, hadden we onze ogen uitgekeken vanwege zoveel merkwaardige overgangen tussen 'werkelijkheid’ en fantasie, de toepassing van de muziek, de uiteenlopende speelstijlen (acteert en praat Hopper in min of meer naturalistische stijl, Francis is een bizarre uitvergroting van zijn karakter) en nog zo wat.
Een simpele Potter is nog geen simpel televisiedrama. Zo formuleer ik ook mijn eindoordeel: Lipstick is me van de Grote Drie het minst aan het hart gebakken, maar het is een fascinerende serie. Met dank aan de Humanistische Omroep Stichting.