G r o e n e p r o f i e l

Spugend, scheldend, kreunend en grommend zong Patti Smith haar repertoire. Zo werd ze het boegbeeld van de punkbeweging. Nu beleeft de oude koningin van de rock ‘n’ roll haar comeback. Op de Parijse catwalk en op het poppodium.

ALS BIJ EEN blikseminslag werd haar reputatie gevestigd. A rock ‘n’ roll queen, zo heette ze na het uitbrengen van haar eerste plaat waarvan in een maand tijd 80.000 exemplaren werden verkocht. Patti Smith stond welgeteld vier jaar op het podium. Toch had ze, toen ze zich in 1978 terugtrok om zich aan haar gezin te wijden, een definitieve plaats in de geschiedenis van de popmuziek veroverd. Nog steeds zien vrouwelijke rocksterren als Courtney Love, Alanis Morisette en P.J. Harvey haar als voorbeeld. Haar verschijning was opzienbarend. Een androgyne figuur met onweerstaanbare aantrekkingskracht. Of, zoals een journalist na een interview rapporteerde: 'Haar energie is zo onbelemmerd dat je door de intensiteit ervan tegen de muur wordt gedrukt.’ Legendarisch is de foto die Robert Mapplethorpe voor de hoes van Horses maakte. Deze toont een jongensachtige vrouw: mager, zwart piekhaar, een bleke huid en een vorsende blik in de ogen. Een vreemde mengeling van kwetsbaarheid en kracht. Haar onaangepaste gedrag op het podium - spugen, schelden en onverbloemde seksuele toespelingen - is een van de redenen dat ze het boegbeeld van de punkbeweging zou worden. Zelf voelt ze zich bovenal dichter. Haar optredens beschrijft ze als 'een drie-akkoorden-rock gecombineerd met de macht van het woord’. Zo is ook haar uiterlijk geïnspireerd op haar grote held Baudelaire. Haar look bestaat uit een zwart Baudelaire-colbertje, een wit T- shirt met de afbeelding van Keith Richard, een zwart satijnen das en witte schoenen als hommage aan The Rolling Stones. Niet alleen haar verschijning brengt de gemoederen in beweging. Een criticus van The New York Times beschrijft haar muziek halverwege de jaren zeventig als 'een unieke combinatie van sprookjes, vrolijke opwinding, melodische zang, spugen, onvergoten kindertranen, hypnotische herhaling, uitdagen, dansen, masturbatiefantasie ën, plaatstalen schooldagen, stukjes onversneden jaren vijftig en zestig hardrock.’ PATTI SMITH is zich maar al te goed bewust van haar magnetische uitstraling op het podium. Negenentwintig jaar oud zegt ze: 'Ik moet nog een hoop leren over platen en mixen, en zo, maar niemand hoeft me iets te vertellen over magie. De magie is volledig onder controle.’ Die kwaliteit heeft ze van huis uit mee gekregen. Haar liefde voor verhalen en mythen, haar grote fantasie en verbeeldingskracht vinden hun oorsprong in de vreemde combinatie die haar vader en moeder vormen. Pa is een liefhebber van sciencefiction en verslindt boeken over ufo’s, ma is een Jehova-getuige - 'een hippe Scheherezade’, aldus Smith - waardoor de bijbel een prominente plaats in de familie inneemt. Als oudste van drie kinderen heeft Patti de zorg voor haar broertje en zusje die ze vermaakt met verhalen en voorstellingen. 'Vanaf mijn vierde wist ik dat ik een big shot zou worden’, zegt ze naderhand, 'ik wist alleen niet dat het iets met mijn keel te maken zou hebben.’ Het is moeilijk vol te houden dat de gepassioneerde muziek van Patti Smith in een ongelukkige jeugd verankerd zou zijn. Ondanks het feit dat ze gepest werd omdat ze zo mager was en geen mooie kleren had, had ze gevoel voor eigenwaarde: 'Omdat mijn ouders me geleerd hadden te voelen. Ik had een vrij goed zelfbeeld.’ Wel is ze een kind dat zich vaak alleen voelt. Ze is veel ziek. Ze wil liever een jongen zijn. Ze wordt als zestienjarige zwanger en voelt zich ellendig. (Ze schrijft: 'bloated. preg nant. I crawl thru the sand. like a lame dog. like a crab. pull my fat baby belly to the sea. pull my hair out by the roots. roll and rag and claw like a bitch. like a bitch. like a bitch.’) Het kind staat ze af voor adoptie. Ze voelt zich misplaatst in de saaie buitenwijken van Philadelphia. Ze werkt een blauwe maandag in de glasfabriek die als enige in de streek werkgelegenheid biedt. Een echte gevangenis, zegt ze later naar aanleiding van het nummer Piss Factory. Dan besluit ze naar New York te gaan en 'minnares van bekende kunstenaars te worden’. Ze stort zich eind jaren zestig in de kringen van bohémiens, woont een tijd in het fameuze Chelsea Hotel en doet de meest uiteenlopende dingen als actrice, schrijfster en beeldend kunstenaar. Een keerpunt is haar ontmoeting met Robert Mapplethorpe, haar grote liefde en levenslange vriend. 'Ik was zo troebel toen ik in New York kwam, ik had die totaal maniakale energie en mijn Don’t Look Back-loopje. Toen kwam ik Robert tegen en hij hielp me die volkomen vage energie vorm te geven. Je concentreren op de god binnenin, of op z'n minst op de creatieve duivel. Emotioneel was ik echt opgefokt.’ SCHRIJVEN EN DICHTEN is haar grote passie. Baudelaire, Rimbaud en later ook Jean Genet zijn haar grote helden. Ze voelt zich aangetrokken tot Genet omdat hij, als homoseksueel en crimineel, een buitenstaander is. Zijn seksuele fantasieën zijn een aanval op de burgerlijke moraal. In na volging van Genet experimenteert ze met zijn manier van schrijven: 'Hij schreef in de gevangenis al masturberend. Ik ging achter mijn typemachine zitten en typte tot ik me sexy voelde, masturbeerde tot ik high werd en schreef verder.’ Overigens gebruikt ze drugs op precies dezelfde manier. Drugs zijn geen middel de werkelijkheid te ont vluchten en je in onder te dompelen, maar een middel om heel dicht bij jezelf te komen. Smith: 'Drugs zijn heilig en moeten gebruikt worden voor het werk. Drugs heb ben een sjamanistische waarde. Deze mystieke kant is typerend voor Smith. Er gaat een wereld achter schuil van kosmisch besef en visionaire krachten. Zelf heeft ze helderziende gaven. Zo heeft ze herhaaldelijk voorspellende dromen, onder andere over de verdrinkingsdood van Brian Jones en de hartaanval van haar vader. Ze lijkt te verkeren in een weids spiritueel universum waarin verbeelding, gevoeligheid, geloof, eigenzinnigheid en intelligentie een uniek brouwsel opleveren. Haar eerste stappen op het poppodium doet ze op voorstel van Jane Friedman, een manager met wie ze langdurig zal samen werken. Friedman stelt voor dat Patti Smith poëzie zal voordragen voorafgaand aan optredens van andere bands. Gewapend met een speelgoedpianootje verschijnt Smith op het toneel en voelt zich als een vis in het water. Als geboren performer windt ze het publiek om haar vingers. Dan gaat het snel. Ze vormt een band, maakt naam en wordt ontdekt. Patti Smith is het lot uit de loterij waar iedere platenmaat schappij op hoopt. 'Je wandelt over straat en loopt tegen een genie aan’, zo omschrijft de baas van Arista dat ideaal. Patti Smith is booming business, hoewel ze in conflict komt met haar platenbaas als op een van de hoesfoto’s de schaduw van een snorretje te ontwaren valt. Iets meer vrouwelijkheid is gepast, zo menen de heren. JUIST IN DAT opzicht is Patti Smith een nieuw en belangrijk fenomeen. In een traditie waarin vrouwelijke rocksterren altijd óók zacht en aantrekkelijk zijn, vertegen woordigt zij een prikkeldradige compromisloosheid. Als een van de eersten verschijnt ze met veiligheidsspelden op het podium. De term 'punk’ is dan nog niet uitgevonden. Met dat woord wordt ze geconfronteerd wanneer ze in het ziekenhuis ligt te herstellen van een val van het podium waarbij ze haar nek heeft gebroken. Ze vindt het een rotwoord, want 'punk’ betekent tot dan toe 'klootzak’. De betreffende journalist legt haar uit dat de betekenis aan het veranderen is. Zelf lijkt ze zich erg bewust van haar invloed als zangeres. Ze voelt zich verantwoordelijk als rolmodel. De Sex Pistols vindt ze in wezen 'verwende kinderen’. Je mag schelden en spugen op de shit om je heen maar vervolgens moet je proberen er iets aan te veranderen, aldus Smith. 'Ik vraag me af of de Sex Pistols ooit iets in iets positiefs hebben omgezet.’ Om dezelfde reden heeft ze moeite met de zelfmoord van Kurt Cobain, over wie ze later het liedje About a Boy maakt. In een interview met de Los Angeles Times in 1995 zegt ze: 'Gezien de talenten die hij van God gekregen heeft, vind ik het vreselijk wat hij gedaan heeft. Hij had niet het recht zoiets te doen, vooral niet na zich eerst als voorbeeld voor jongeren opgeworpen te hebben.’ In welk opzicht is La Smith zelf een voorbeeld voor anderen? Niet als feministe. Andere vrouwen ziet ze louter als concurrenten. Wel in de overgave waarmee ze haar weg gaat. En niet voldoet aan de verwachtingen van anderen. Zo verkeert haar platenmaatschappij Arista in de overtuiging dat Patti Smith een zangeres is met een grenzeloze ambitie. 'Waarom zou je een artiest tekenen als die niet bereid is te sterven om zichzelf te verkopen?’ zo zegt Bob Feiden van Arista in 1975 naar aanleiding van Patti Smith. Een paar albums later - Wave, Radio Ethopia en Easter - is het afgelopen. Patti Smith heeft de liefde van haar leven ontmoet en trekt zich met man terug in een buitenwijk van Detroit, waar ze twee kinderen krijgen. Na vier jaar op de toppen van haar succes te hebben verkeerd en precies op het moment dat ze haar eerste grote hit scoort - Because the Night - draait ze de muziekwereld de rug toe. ACHTTIEN JAAR LANG heerst er stilte. Patti Smith is huisvrouw en moeder. In haar vrije tijd schrijft en schildert ze. Slechts een keer wordt de stilte doorbroken. Het geld is op en het echtpaar Smith besluit een cd uit te brengen. Op Dream of Life bezingt Smith haar geluk en het resul taat is een nogal braaf en sukkelig album. Dan neemt alles een andere wending. Onverwachts overlijdt haar man Fred 'Sonic’ Smith, een paar weken later gevolgd door haar broer Todd. Het nieuwe album Gone Again waar ze op dat moment met Fred aan werkte - wederom om de kas te spekken - krijgt opeens een heel andere lading. Ze maakt het af ter nagedachtenis aan hem, maar ook aan haar broer, aan Robert Mapplethorpe die een paar jaar eerder dood is gegaan en haar eveneens overleden toetsenist Richard Sohl. Zoals ze van jongs af aan gewend is haar verdriet in haar werk te sublimeren, geeft deze trieste periode haar een creatieve stroomstoot. In essentie blijkt haar muziek niet veranderd. Hoewel ze in stilistisch opzicht de grauwe punk-sound heeft verruild voor een meer melodieuze country & western, zijn de nummers nog altijd even direct en onopgesmukt. Dat geldt ook voor de tekst. Is haar ontreddering na al die sterfgevallen beter uit te drukken dan met de simpele woorden: 'Oh/ to be/ not anyone/ gone’? Ook de drie akkoordenschema’s duiken weer op, maar het gebruik is zo efficiënt als maar mogelijk is. Veel nummers beginnen met een lange intro, een uitgerekt voorhoudingsakkoord, dat een kaal niemandsland schetst. Als ten slotte het thema zelf inzet, is dit weer het begin van een zorgvuldig opgebouwde climax, vaak in de vorm van een dwingende herhaling die Smith met de expressiviteit van haar stem steeds verder aanschroeft. Dan volgt een uitgebreide coda met elektronische geluiden, gepraat en geneurie. Toch is Patti Smith de eerste om zelf dit stramien te doorbreken. Zoals zelden de afgedrukte teksten in de cd-boekjes kloppen, zo gaat zij vrij met de liedvormen om, bijvoorbeeld door onverwachts te praten. Of het nu gaat om een eenvoudig gitaarliedje, een stevig rocknummer of een zoet liefdeslied met piano en strijkers - ze probeert de essentie van de tekst bloot te leggen. Met haar stem kneedt ze de betekenis van woorden door alle middelen in te zet ten tussen een intiem gefluister en een ont hechte harde klank. Als hommage aan haar geliefden besluit ze het podium weer op te gaan. Niet als een geknakte weduwe, maar eigenlijk als de oude Patti Smith, hoogstens sadder and wiser. 'Who the hell are you’, bijt ze het publiek in een Londense zaal bij opkomst toe. Het is de comeback van een doorgewinter de performer die geen tegenspraak duldt. Zo ook bij het concert dat ze tijdens die zelfde tournee in 1996 in de Amsterdamse Rai geeft. Het is op zich al een raadsel hoe ze zich in de dodelijke sfeer van het congrescentrum staande houdt. Liedjes wisselt ze af met breekbare tekstvoordrachten. En als iemand in het publiek haar aanmoedigt meer te zingen ('rock it Patti’) luidt haar droge antwoord: 'I’ll rock your head, baby.’ Haar stem heeft nauwelijks iets van haar glans verloren. Hoewel ze nu en dan niet helemaal toonvast is, heeft ze nog diezelfde intensiteit en energie. Fluisteren, kreunen, schreeuwen, grommen en zingen, het hoort allemaal bij het repertoire van weleer. Maar een belangrijk verschil met collega-sterren die zich weer op het podium hijsen, is dat Smith niet uitsluitend oud materiaal herhaalt. Het grootste deel van haar optreden bestaat uit nieuwe songs en van haar greatest hits zingt ze alleen de nummers die haar nog steeds na aan het hart liggen. Tot grote verbazing van haar fans werd de oude rock 'n’ roll queen anderhalf jaar geleden op de Parijse catwalk gesignaleerd. Bevriend met de bekende ontwerpster Ann Demeulemeester showde ze een deel van de nieuwe collectie. Uiteraard betrof het hier de Patti-look: wijde pakken met sexy details. Daarop volgden fotoreportages in Harpers’ Bazar, de Amerikaanse editie van Vogue en W, waarin ze creaties droeg van Demeulemeester, Miu Miu en Helmut Lang. Met haar comeback wil ze het publiek laten zien 'dat we, geconfronteerd met al onze problemen en zorgen, met al onze persoonlijke tragedies en teleurstellingen, nog steeds de moeite waard blijven…’ Toch moet je Patti Smith heten om met 51 jaar je debuut in de modewereld te kunnen maken.