Gümüs en de kleren van de keizer

Van de door de Amsterdamse CDA-fractievooritter F. Spit geprofeteerde volksopstand tegen het kamerbesluit om de Turkse kleermakersfamilie Gümüs als ongewenste vreemdelingen het land uit te zetten, ontbreekt tot op heden ieder spoor. Ed. van Thijn, die twee weken geleden nog met veel aplomb zijn vertrek uit de PvdA had aangekondigd als de sociaal-democraten binnen paars geen menswaardige oplossing voor het gezin Gümüs zouden bedenken, is nog steeds lid van de rode familie. Langzaam ebt het verzet tegen de IJzeren Dame Elizabeth Schmitz weer weg. Wat resteert is de herinnering aan de eerste massale solidariteitsbetuiging van het Nederlandse volk aan een illegale buitenlander. Die actie kwam op zich rijkelijk laat. In Frankrijk marcheerden de intellectuelen, politici en kunstenaars al een jaar geleden door de straten van Parijs om hun aanhankelijkheid aan de sans papiers te betuigen. In Nederland kon zoiets alleen maar gebeuren toen eenmaal de juiste Illegaal voorhanden was.

Gümüs was een model-illegaal. Betaalde keurig belasting, zond zijn kinderen naar school, sprak Nederlands, was actief in het buurtwezen, verstelde in zijn kleermakerswinkel iedere doorgeschoten gulp van een deelraadslid tegen kostprijs. Perfecter dan Gümüs kon het eigenlijk niet. Die kwaliteiten maakten hem zeer geschikt om geadopteerd te worden als huis-illegaal van de spraakmakende gemeente. Natuurlijk, er zijn heel wat schrijnender gevallen aan te wijzen dan de familie Gümüs. Hoeveel Iraniërs hebben niet hun mond dichtgenaaid of andere zelfmutilaties gepleegd om in aanmerking te komen voor Hollandse genade, maar werden toch op het vliegtuig richting Teheran gezet, uitgeluid door de anderhalve man en een paardekop die normaal gesproken op een ‘zwaaidemo’ ten behoeve van de ingesloten asielzoekers bij het grenshospitium afkomen? Hoeveel Tamils hebben zichzelf in de cellen van Schiphol niet tot bijna stervens toe verwond, per steekwapen of hongerstaking, in de desperate hoop op staatssecretariële clementie? Maar daar waar haar voorganger Aad Kosto nog weleens eigenmachtig besloot tot het verlenen van absolutie, hanteert de als zachtmoedig geafficheerde Schmitz geen uitzonderingsmodellen.
Er is de laatste dagen veel gepolemiseerd over de 'selectieve verontwaardiging’ die het lot van de familie Gümüs zou hebben losgemaakt. Smalend spreken de eerste dissidente commentatoren over de 'mediagekte’ rond de opgeroepen volkswoede. De vrees bestaat dat ons land geregeerd gaat worden per media-hype. Er zijn al vergelijkingen getrokken met de fenomenale rouwgolf rondom prinses Diana, die volgens de Libische leider Moamar Khadaffi overigens door het dirty tricks-department van MI-5 zou zijn vermoord, dit vanwege haar verhouding met een islamiet, en dus net als Gümüs als slachtoffer zou kunnen worden gezien van de weerstanden tegen een waarlijk multiculturele samenleving. In een verontrust getoonzette verhandeling op de opiniepagina van NRC Handelsblad van woensdag 3 september luidde socioloog Herman Franke de noodklok over massamediale canonisering van individuen die het collectieve lijden naar zich toe zouden trekken, ten koste van de anonieme, minder mediagenieke medemens. 'A lady died. Nou en?’ aldus de hardvochtige Franke, die het heel aannemelijk maakt dat hij geen traan heeft gelaten om het verlies van de Britse Madonna, zoals hij ook geen greintje begrip blijkt te kunnen opbrengen voor de onderdompeling van de planeet in dalendiep verdriet ter gelegenheid van de twintigste sterfdag van Elvis, de koning van de rock 'n’ roll, enige weken terug. In het geval van Diana en Elvis (het geval-Gümüs noemt Franke niet, maar dat had hij natuurlijk wel moeten doen voor de volledigheid van zijn betoog) is er volgens Franke sprake van een vampiereske iconisering, een monopolisering van het medelijden met door media gecreëerde supersterren. Hij spreekt van 'een gevaarlijke, ongeneeslijke blindheid voor ontwikkelingen en gebeurtenissen die wel van belang zijn voor een waardige, emotionele omgang tussen mensen. De bereidheid en het vermogen om ons in te leven in de vreugde en het verdriet van mensen om ons heen kon weleens zwakker worden als er nooit meer een camera op gericht wordt. Er tikt een mediabom in ons aller harten.’
Frankes boutade tegen 'de media’ surft helemaal mee met de tijdgeest, die zich steeds meer lijkt te keren tegen alles wat met de vrije nieuwsgaring te maken heeft en de media beschuldigt van zo'n beetje al het onrecht dat in de krant en op het scherm passeert. De socioloog slaat echter historisch de plank geheel mis. Persoonlijkheidscultussen waren er al ver voor de eerste experimentele tv-uitzending van de NTS, ja, zelfs al eerder dan de uitvinding van de boekdrukkunst. Mary Stuart, een al even onfortuinlijke voorgangster van Diana, bleef ook zonder paparazzi leven in de harten van het Britse volk. In de brij der tijden heeft men nu eenmaal symbolen en iconen nodig, niet - zoals Franke stelt - om er een surrogaat-gevoelsleven mee te kweken, maar als een soort particulier ideologisch richtsnoer, een persoonlijk amulet, vaak gekoesterd als therapie tegen een door kerk of staat of elders van hogerhand verordonneerde heilsleer. Dat die symbolen niet altijd even rationeel worden gekozen, maakt deze niet minder waardevol. Ze kennen hun eigen psychedelisch-religieuze dynamiek, hetgeen zeker niet uitsluit dat ze uiteindelijk uitgroeien tot machtsfactoren van zeer aards allooi. Zulks is de kracht van de mythe, zowel in het tijdperk der massamedia als daarna.
De verontwaardiging over de uitzetting van de familie Gümüs was wellicht 'selectief’, het zal voor vele Nederlanders de eerste keer zijn geweest dat ze ’s nachts wakker lagen over het lot van een illegaal. Vóór het tijdperk-Gümüs was de illegaal een soort volksvijand nummer één, een anonieme bedreiging voor de burger, zoals Bolkestein niet moe werd toe te lichten. De media kwamen met Gümüs, een illegaal met een hoog aaibaarheidsgehalte.
Die media-icoon opende de ogen van een groot publiek, een publiek dat de Tweede Kamer even in zijn geheel overschaduwde. Het scheelde maar weinig of het hele onzalige illegalenbeleid was door deze hype op zijn kop gezet. Daar kunnen geen tienduizend opiniestukken in NRC Handelsblad tegenop. Wie klaagt over de macht van de media, is een vijand van de democratie.