Bulgarije bewaakt angstvallig zijn grenzen

‘Ga er niet heen, je wordt vermoord’

Voor veel ontheemden loopt de route naar West-Europa door Bulgarije. Toch telt het land vergeleken met andere Balkanlanden relatief weinig vluchtelingen. Wat doet Bulgarije anders?

Medium hh 45576337

De chauffeur stuurt zijn zilverkleurige Mercedes naar het midden van de snelweg om de grote plassen aan de zijkanten te vermijden. Dat kan hier gemakkelijk, want op de E87, de weg die van het Turkse Edirne naar de Bulgaarse grens loopt, is geen auto te zien. Een paar kilometer verderop ligt Malko Tarnovo, de grensovergang met Bulgarije. De witte slagbomen zijn nog net zichtbaar in de grijze mist. Ze gaan open voor een enkele Bulgaar die in Turkije goedkoop boodschappen heeft gedaan. Terwijl op dit moment tienduizenden vluchtelingen door Bulgarije’s buurlanden Griekenland en Macedonië trekken, zit hier een douanier in een wit hokje te gapen.

Vluchtelingen waren eigenlijk nooit een onderwerp in Bulgarije. Het Balkanland kreeg nog geen duizend asielaanvragen per jaar. Dat veranderde in 2013 toen ineens een stroom van tienduizend mensen vanuit Turkije de grens overstak. De Bulgaarse regering wist niet wat te doen. In alle haast werden opvangcentra ingericht, vaak in vervallen schoolgebouwen die al tientallen jaren leeg stonden. Mensen moesten in koude gangen slapen, zonder stromend water of elektriciteit.

Na een stortregen aan klachten – van de Europese Commissie en mensenrechtenorganisaties die de opvang mensonwaardig vonden, en van Bulgaarse burgers die zich afvroegen wat het arme Bulgarije in godsnaam met die vluchtelingen moest – besloot de regering in te zetten op twee sporen. Met financiering van de EU, die 5,6 miljoen euro gaf, werden nieuwe opvanglocaties ingericht of oude gerenoveerd en kwam er medische en psychologische ondersteuning.

Daarnaast begonnen de autoriteiten in oktober 2013 met het plaatsen van een drie meter hoog hek en het uitrollen van metersbrede rollen prikkeldraad langs de meest poreuze grensovergang van Turkije naar Bulgarije. Binnen twee maanden was de eerste dertig kilometer klaar. Aan 132 kilometer wordt nog gewerkt. Sinds deze zomer staan er langs een deel van de grens hightechapparatuur, videobewaking, infraroodcamera’s en zijn er sensoren in de grond bevestigd die bewegingen registreren.

De strenge grensbewaking valt in goede aarde bij een groot deel van de Bulgaren. Ze worden opgejut door de Bulgaarse media, die het op een enkele krant na hebben over ‘illegale migranten’ en alle ruimte geven aan nationalistische partijen die schreeuwen dat er onder de vluchtelingen veel IS-strijders en criminelen zitten. Eind september deed de Bulgaarse orthodoxe kerk daar een schepje bovenop. ‘Laat geen moslims meer binnen, dit wordt een invasie’, verzocht de kerk de Bulgaarse regering.

Feit is dat Bulgarije een doorgangsland is voor jihadisten die in Syrië willen strijden, zoals de twee Nederlandse jongens die vorige maand werden opgepakt. Volgens het weekblad Kapital, een van de weinige betrouwbare Bulgaarse informatiebronnen, trokken er het afgelopen jaar circa 96 personen met een Europees paspoort door het land die volgens de Bulgaarse veiligheidsdienst mogelijk wilden deelnemen aan de islamitische strijd in het Midden-Oosten. Er zijn tot nu toe echter geen bewijzen dat eventuele jihadisten met de vluchtelingen het land binnen komen op doorreis naar Europa.

Toch zijn Bulgaren bang. ‘Die jonge mannen komen om Europa te islamiseren’, zegt Georgi Fesjev (49), in het normale leven visser in de Bulgaarse badplaats Tsarevo aan de Zwarte- Zeekust, momenteel even chauffeur. De kleine Bulgaar trapt het gaspedaal van zijn Mercedes nog eens flink in. Ook op deze meanderende Bulgaarse B-weg is geen mens te bekennen. De regen valt nu met bakken uit de hemel. Donkere wolken hangen over de donkergroene loofbossen die zich naar links en rechts uitstrekken. Fesjev verheft zijn stem. ‘En er zitten een hoop profiteurs onder die vluchtelingen. Waarom willen ze anders allemaal naar het Westen?’

Fesjev verwoordt wat veel Bulgaren denken. In september deed onderzoeksbureau Alpha Research een onderzoek onder achthonderd Bulgaarse burgers: 63 procent vond dat de vluchtelingenstroom een gevaar voor Bulgarije was en 83 procent meende dat de grensbewaking nog strenger moest. Er was dan ook weinig kritiek in eigen land toen premier Boyko Borisov midden september besloot om het leger in te zetten. Sindsdien patrouilleren elfhonderd soldaten samen met collega’s van de grenspolitie tussen de grensovergangen van Lesovo en Kapitan Andreevo, het deel waar voorheen de meeste vluchtelingen Bulgarije binnen wilden komen. De patrouilles zijn er tot maart 2016; dan moet de rest van het ijzeren hek afgebouwd zijn.

De maatregelen werpen hun vruchten af, liet minister van Binnenlandse Zaken Roemjana Batsjvarova onlangs weten. Terwijl buurlanden Griekenland en Macedonië tachtig- tot honderdduizend vluchtelingen te verstouwen kregen, kwamen er officieel in Bulgarije dit jaar maar negentienduizend binnen. ‘In tegenstelling tot Servië, Macedonië en Hongarije, die een slappe grensbewaking hebben, heeft Bulgarije het proces wel onder controle’, aldus de minister.

Maar het is slechts het halve verhaal. De Bulgaarse regering mag zich dan wel op de borst kloppen, alleen al tot augustus waren er volgens cijfers van VN-vluchtelingenorganisatie unhcr 65.000 pogingen om Bulgarije binnen te komen. Dat dit niet lukte, kan grotendeels op het conto geschreven worden van de Turkse politie, die deze mensen tegenhield voordat ze de Bulgaarse grens bereikten. Er is nauw contact tussen de Bulgaarse en Turkse grenspolitie. ‘Het gebied dat vanaf de Bulgaars-Griekse grens tot Lesovo loopt is vrij’, zegt Boris Tsjesjirkov van unhcr. ‘Videobewaking is daar zeer effectief. De Bulgaarse grenswachten zien al van zo’n zeven kilometer afstand bewegingen. Ze kunnen de Turkse autoriteiten waarschuwen, zodat die de vluchtelingen kunnen onderscheppen.’

Lora Ljoebenova, woordvoerster van de hoofdafdeling van de Bulgaarse grenspolitie, legt het doel van deze strenge grensbewaking uit. ‘We willen niet dat vluchtelingen de gevaarlijke route door de bergen en bossen nemen, en we willen ze niet laten betalen aan smokkelaars. We willen dat ze gewoon asiel aanvragen bij de grensovergangen.’ Bulgarije heeft immers in de wet verankerd dat iedereen die dat wil asiel mag aanvragen. Het land ondertekende de VN-conventie van Genève; het mag dan ook asielzoekers die het risico lopen vervolgd te worden niet uitwijzen of terugsturen. Waarom is het dan toch zo curieus stil aan die grenzen? ‘U weet ook dat niet iedereen die de grens over wil, een vluchteling is’, aldus Ljoebenova. ‘Velen van hen willen geen asiel in Bulgarije, maar “illegaal” door Bulgarije reizen om zo in andere EU-landen te komen, zonder hun identiteit te geven. Als buitengrens van de EU kunnen we dat niet toelaten.’

Inderdaad wil bijna geen enkele vluchteling blijven in dit armste EU-land, waar het gemiddelde loon vierhonderd euro per maand is en de werkloosheid hoog. Bulgaren trekken zelf massaal naar het buitenland, met name naar West-Europa – in de afgelopen 25 jaar waren dat er meer dan één miljoen. Voor vluchtelingen is het nog ingewikkelder een fatsoenlijk bestaan op te bouwen.

‘Soms bedelen hier zigeunerkinderen aan de poort. Die denken dat wij heel rijk zijn. Dat zijn we niet’

Bulgarije heeft een ‘zero integratiebeleid’, zoals Tsjesjirkov van unhcr het noemt. Nadat vluchtelingen een status hebben gekregen, staan ze vaak letterlijk op straat. Ze mogen eigenlijk niet meer in een azc wonen, maar zijn verplicht een huurwoning te zoeken. Het Bulgaarse Rode Kruis betaalt de huur zes maanden lang. Maar daarbij gaat het alleen om de kale huur. De overheid geeft verder geen financiële ondersteuning, zorgt niet voor taallessen, voor toeleiding naar werk. Vluchtelingen moeten de kosten voor huis en haard zelf ophoesten.

Ahmed Yousef (21) spaart liever voor een reis naar Duitsland. Yousef – klein, goedlachs – komt uit Al-Malikiyah, een Syrisch stadje bij de Turks-Iraakse grens. Hij studeerde in Homs, maar toen daar de oorlog losbarstte, trok hij weer bij zijn ouders in. Qua oorlogsgeweld is het daar relatief rustig, zegt hij. ‘Maar er is om de haverklap geen elektriciteit, geen water. Iedereen is bezig met overleven. Ik heb daar geen toekomst.’ Twee jaar geleden besloot hij daarom naar Istanbul te gaan, om daar zwart te werken in de horeca en te sparen voor een reis naar Europa. Dit voorjaar klom hij met acht anderen, waaronder zijn broer en twee neefjes, in een truck naar Bulgarije.

Medium hh 50854484

Nu zit hij in azc Voenna Rampa, een voormalig schoolgebouw aan de uiterste rand van Sofia. De muren zijn onlangs in lichte kleuren geverfd. Buiten, op het plein, staan wat speelrekken. Vaders vangen hun van plezier kirrende peuters op aan het uiteinde van een kleine glijbaan. In het schoolgebouw hangt aan het einde van de gang een half kapotte spiegel aan een lichtgroene muur. Ervoor zit een man met een ingezeept hoofd. Zijn ‘kapper’ zwaait luid pratend met een schaar boven diens hoofd. Overal klinkt luide Arabische muziek.

Op zijn slaapkamer wil Yousef niet zitten. Daar slapen ook nog vijf anderen. Maar in een van de klaslokalen zijn twee stoelen vrij. Het is er koud, maar hij wil niet klagen. Ook niet over het feit dat de financiële ondersteuning die iedere vluchteling tot voor kort kreeg van de Bulgaarse staat, 65 leva per maand (32,50 euro), onlangs is omgezet naar ondersteuning in natura: een bed en twee maaltijden per dag. ‘Echt niet te eten’, lacht hij. Toch heeft de Syriër het zeker niet slecht in Bulgarije. Er zijn tal van vrijwilligers, het merendeel buitenlandse maar ook Bulgaarse, die in het azc helpen en hij maakte al best veel vrienden. Desondanks wil ook hij weg. ‘Naar Heidelberg’, zegt hij dromerig. Om te studeren. Kan dat dan niet in Bulgarije? ‘Nee, ik spreek geen Bulgaars. Bovendien zijn de universiteiten hier slecht.’ Hij denkt even na, zegt dan: ‘Soms bedelen hier zigeunerkinderen aan de poort. Die denken dat wij heel rijk zijn. Dat zijn we niet, maar misschien wel rijker dan zij.’

Verhalen als deze doen veelvuldig de ronde onder vluchtelingen en op sociale media. Eind augustus berichtten Bulgaarse media over een ‘wegwijzer voor vluchtelingen’ die op een veelbezochte Syrische website zou staan. Bulgarije stond er boven aan de zwarte lijst van landen waar je als vluchteling beter met een grote boog omheen reist. ‘Van Gevgelija tot aan Presevo duurt het vier uur. Om door Bulgarije te reizen moet je maanden uittrekken. De omstandigheden in Bulgarije zijn bovendien mensonterend, de Bulgaren zijn racistisch en als vluchtelingen de grens over komen worden ze meteen in gevangenissen gestopt’, aldus de tekst.

Met ‘gevangenissen’ worden de verdeel- en detentiecentra genoemd. Sinds 2013 zijn die wereldwijd berucht. Omdat er geen beleid en opvangcapaciteit was, zaten hele gezinnen er als dierentuindieren achter tralies. Anno 2015 lijkt het er niet veel beter op geworden. ‘Lijkt’, want geen journalist is daar de afgelopen maanden binnen geweest. En ook mensenrechtenorganisaties en zelfs het Bulgaarse Rode Kruis krijgen er maar mondjesmaat toegang toe. De Nederlandse studente sociale geografie Anne-Ruth van Leeuwen deed afgelopen zomer een onderzoeksstage bij unhcr en ving wel een glimp van hun omstandigheden op. Ze was ontdaan van wat ze zag. Vooral in het verdeelcentrum in het zuidoostelijke stadje Elhovo waren de omstandigheden belabberd. ‘In Elhovo verblijven families en de mannen in dezelfde – te kleine – ruimtes. Het was er niet schoon en er was te weinig was- en toiletgelegenheid voor de hoeveelheid mensen.’ Ze zag er ook kinderen.

Zowat elke vluchteling komt in deze centra terecht. Volgens Artikel 279 van de Bulgaarse strafwet begaat namelijk iedere vreemdeling die Bulgarije binnen komt zonder de juiste documenten of via irreguliere grensovergangen een misdrijf. Ze zijn ‘illegaal’ en dus strafbaar. Ook als ze asiel aanvragen. Tsjesjirkov schudt zijn hoofd. ‘Asiel zoeken is een mensenrecht, geen misdrijf. Mensen die oorlog en vervolging ontvluchten, verdienen het niet gestraft te worden.’ Toch arresteert de Bulgaarse politie elke ‘illegale migrant’ die ze tegenkomt en registreert ze. In verdeelcentrum Elhovo worden ze extra ondervraagd door de staatsveiligheidsdienst. Vluchtelingen die vervolgens asiel aanvragen, kunnen naar een van de zes open azc’s. Willen ze dat niet of worden ze niet geschikt bevonden, dan komen ze terecht in een van de detentiecentra; in feite gevangenissen. De meesten kiezen daar eieren voor hun geld en vragen toch asiel aan, zo weet Tsjesjirkov.

Eenmaal gepakt, ontkomen ze niet aan wat vluchtelingen zelf the finger problem noemen. Iets wat ze koste wat het kost willen vermijden en het is de belangrijkste reden om niet in aanraking te komen met de Bulgaarse politie. Eenmaal geregistreerd kunnen ze namelijk teruggestuurd worden naar Bulgarije volgens de Dublinverordening.

In het park achter de moskee in hartje Sofia zitten drie jonge jongens gehurkt onder een boom. Ze komen uit de Afghaanse provincie Nangarhar en hebben elkaar hier in een azc leren kennen, vertellen ze in gebroken Engels. Rasheed Khan (19), halflang haar, witte sokken in stoffige leren slippers, vluchtte een jaar geleden naar Bulgarije. Vanaf daar maakte hij de oversteek naar Oxford, Engeland. Maar de politie pakte hem op en zette hem weer uit naar Bulgarije. ‘En nu zit ik hier weer’, grijnst hij gelaten.

Zoals Rasheed zijn er maar een paar honderd gevallen. Volgens cijfers van het Staatsagentschap voor Vluchtelingen zijn er dit jaar tot 23 oktober 221 personen teruggestuurd naar Bulgarije. De meesten – 59 – uit Oostenrijk. Vier vanuit Nederland. Veelal gaat het om Afghanen en Irakezen. Er is een clausule die bepaalt dat vluchtelingen niet teruggezet hoeven te worden als het land van registratie niet veilig is. Veel landen leveren vluchtelingen dan ook niet uit aan Bulgarije. Maar je weet het maar nooit. Zelfs het gedroomde Duitsland zette er dit jaar nog een stuk of twintig op het vliegtuig.

Registratie is ook op een ander front linke soep. Alle ‘illegale vreemdelingen’ zijn bij binnenkomst strafbaar. Maar omdat zij mogelijk asielzoeker zijn en dus in theorie welkom, krijgen vluchtelingen bij ‘illegale’ binnenkomst alleen een voorwaardelijke straf opgelegd. Als ze een tweede keer gepakt worden, bijvoorbeeld bij een poging om Bulgarije weer te verlaten via de Servische grens, kan dat omgezet worden in een effectieve gevangenisstraf. Tsjesjirkov: ‘Twee jaar geleden arresteerde de grenspolitie een Syrische moeder met vier kinderen bij de Servische grens. Ze was daarvoor al aangehouden toen ze Bulgarije probeerde in te komen. Die moeder zat meer dan een jaar vast in de vrouwengevangenis.’ In theorie kun je die straf omzeilen door meteen asiel aan te vragen, gewoon direct bij binnenkomst aan de grens.

In praktijk is ook dit vaak geen optie. Yousef probeerde verschillende malen legaal Bulgarije binnen te komen. In maart van dit jaar stapte hij in de trein van Istanbul naar Bulgarije. ‘Maar die trein reed maar niet.’ Hij deed daarna drie andere pogingen de grens over te komen. Eerst via de laadbak van een vrachtwagen. ‘Maar de chauffeur kwam erachter dat wij erin zaten en belde de Turkse politie.’ Daarna nogmaals per trein. ‘Die bleef wederom staan’. De keer erop wilde hij de grens lopend oversteken: ‘Maar elke keer als we de grens naderden zagen we politie, dus gingen we maar weer terug.’

Vervolgens lukte het hem wel om te voet Bulgarije in te komen. ‘We liepen twee dagen lang in de bossen rond. Maar daar werden we gepakt door de Bulgaarse politie en die bracht ons weer terug naar Turkije.’ Het blijkt ook uit reportages van Bulgaarse journalisten van Kapital, die anoniem met grenswachten praatten; Bulgaarse grenswachten houden regelmatig vluchtelingen aan, bellen de Turkse politie, die ze dan ophaalt en ze in Turkije weer vrijlaat. Hoeveel van deze push backs er plaatsvinden wordt natuurlijk onder de pet gehouden, want het strookt niet met de verdragen die Bulgarije heeft getekend.

Voor vluchtelingen zijn de push backs een reden om zo diep mogelijk het land in te komen. Opgevouwen in de laadbak van een vrachtwagen, zoals het Yousef uiteindelijk wel lukte. Of in een personenauto – er zijn auto’s onderschept waarin zeventien mensen zaten; mannen, maar ook vrouwen en kinderen.

Smokkelaars droppen de vluchtelingen meestal een flink stuk achter de grens. Regelmatig stuiten ze op de intensief patrouillerende Bulgaarse grenspolitie, al heeft niet iedereen daar slechte ervaringen mee. ‘Ze waren heel vriendelijk’, zegt Yousef. Er zijn diverse incidenten geweest die het imago pikzwart kleurden. In maart van dit jaar vonden twee Iraakse yezidische mannen de dood. Ze zouden bij binnenkomst in Bulgarije hardhandig zijn geslagen door Bulgaarse grenswachten die hen daarna de grens met Turkije weer overzetten. De twee mannen overleden op Turkse grond aan zware verwondingen en onderkoeling. Een derde werd in kritische toestand naar het ziekenhuis in Edirne gebracht.

‘Die arme jongen. Zo hongerig. Ik weet niet of ik de politie had moeten bellen. Maar wat had ik anders moeten doen?’

Nog geen drie weken geleden raakten 54 vluchtelingen uit Afghanistan slaags met drie Bulgaarse grenswachten onder een brug bij Djoelevo, op circa honderd kilometer van grensovergang Malko Tarnovo. De Afghanen, tussen de twintig en dertig jaar oud, stonden te wachten op smokkelaars en zouden erg agressief gereageerd hebben op de drie grenswachten. In paniek zou een van hen in de lucht hebben geschoten om ze rustig te krijgen. De kogel ketste echter af tegen de brug en drong door tussen de schouders van een van de mannen. Die overleed op weg naar het ziekenhuis. De grenswacht werd niet gearresteerd. In beide gevallen zijn er, ondanks het feit dat onder meer unhcr daarop hamerde, nog steeds geen grondige onderzoeken geweest.

Door de strenge grensbewaking in het zuidwesten tekent zich een nieuwe corridor af; een route rondom de grensovergang Malko Tarnovo door de dichte bossen van Strandzja, een natuurreservaat met hellingen van bijna negentig graden. Een levensgevaarlijke route, weet Tsjesjirkov. ‘We ontvingen dit jaar al vijf distress calls. Meestal telefoontjes van Syriërs, nogal eens families met kinderen die zijn achtergelaten door smokkelaars en niet weten waar ze zijn. Hun water en voedsel raakt op en als ze ons bellen zijn ze al in een wanhopige situatie.’ unhcr alarmeert vervolgens de Bulgaarse politie, waardoor de vluchtelingen juist in handen vallen van degenen voor wie ze uitwijken. ‘Wij zijn niet in de positie noch hebben we de mankracht om te helpen.’

Soms komen de vluchtelingen in dit spaarzaam bevolkte gebied welwillende burgers tegen. Al hebben ook die bijna geen andere keuze dan de grenspolitie te bellen. Lora Ljoebenova van de grenspolitie zegt het wat omslachtiger: ‘In alle bewoonde plekken rekent de grenspolitie op de medewerking van Bulgaarse burgers om misdrijven te voorkomen.’

Georgi Fesjev kent ze wel, de verhalen van kennissen, vrienden en boeren. Ze hebben allemaal wel eens groepjes vluchtelingen gezien. ‘Ze steken tegenwoordig zelfs de rivier over die de grens met Turkije vormt. Hebben ze een opblaasbaar bootje in hun rugzakje. Even blazen en hoppa.’ Eenmaal aan de andere kant verdwalen ze in de dichte bossen. Maar Fesjev wil wel wat rechtzetten. Al mogen Bulgaren bedenkingen hebben bij al die vluchtelingen, ‘als we ze tegenkomen helpen we natuurlijk. Het blijven wel mensen’.

Ilja Jazov (47) vertelt over zijn ontmoeting met een Afghaanse jongen. Jazov, een grote stevige man, werkt als boswachter in de bossen rondom zijn geboortedorp Kosti, een afgelegen gehucht diep in het Strandzja-gebergte. ‘Eind augustus parkeer ik daar tegen de avond mijn auto, zie ik ineens een jongen staan van een jaar of 24. Ik dacht dat is er een van ons, een zigeunertje. Maar hij riep naar mij “Bulgaria, Bulgaria”. Lijkbleek, hij trilde helemaal en klappertandde. “Taliban, Taliban”, zei hij. En “mother”. Daarna maakte hij een gebaar van kop afsnijden. Ik begreep dat hij getrouwd was en twee kinderen had. Ik gaf hem wat te drinken en eten. Toen belde ik de politie. Die kwam, en zij sloegen hem meteen in de boeien.’ Jazov valt ineens stil, zegt dan hevig geëmotioneerd: ‘Ik kon de hele nacht niet slapen. Die arme jongen. Zo ver weg, zo moe en hongerig. Ik weet niet of ik de politie had moeten bellen.’ Hij zucht diep. ‘Maar wat had ik anders moeten doen?’

Mensenrechtenorganisaties en unhcr maken zich op voor de winter. Die kan in Bulgarije onbarmhartig koud zijn, met temperaturen ver onder nul. ‘Vorig jaar zijn er minstens drie mensen doodgevroren in pogingen om het land in of uit te gaan’, zegt Tsjesjirkov. Toch zullen vluchtelingen blijven proberen om door Bulgarije naar West-Europa te reizen. Blijkbaar loont het. Ook Yousef werd gewaarschuwd toen hij nog in Turkije zat. ‘Turkse mensen zeiden: ga niet naar Bulgarije. Daar word je vermoord. Of je verdwaalt in de bossen, vriest dood.’ Hij ging wel. ‘In die tijd was de grens tussen Griekenland en Macedonië gesloten. Ik vond het te riskant om over zee te gaan.’ Bovendien was die route destijds ook duurder. Vierduizend in plaats van tweeduizend dollar per persoon.

En uiteindelijk, zegt hij laconiek, kom je ook wel weer weg uit Bulgarije. ‘Al duurt het misschien wat langer.’ De cijfers lijken hem gelijk te geven. Van de 10.664 asielaanvragen die tot eind augustus van dit jaar zijn gedaan, werd meer dan de helft halverwege afgebroken. Die mensen zijn waarschijnlijk allemaal al in het buitenland. Ze hebben valse paspoorten gekocht, wisten de Bulgaarse grenspolitie om te kopen of troffen een smokkelaar in Sofia die ze wel de Servische grens over kreeg.

In het Bulgaarse badplaatsje Tsarevo zijn de toeristen al lang weg. Er lopen op deze dinsdagochtend een paar inwoners op weg naar hun werk over de smalle boulevard. Gehaast gaan ze voorbij aan een politiejeep, die tegen de stoep staat geparkeerd. De bestuurdersstoel is leeg, maar in de ruimte achterin zitten vier mannen, tegen elkaar en tegen de ramen gedrukt, een van de ruggen is gehuld in een afgebladderde zwartleren jas, de andere in een donkerblauw Adidas-sportjack. Opeens heft de jongen in het blauwe sportjack zijn hoofd op. Hij glimlacht breeduit. En zwaait. Die is in ieder geval binnen.


De cijfers

Vanaf begin dit jaar tot eind augustus zijn in Bulgarije 19.805 ‘illegale migranten’ opgepakt, 7706 bij de Turks-Bulgaarse grens en 5581 bij de grens met Servië; 6518 zijn er aangehouden in de rest van het land.

In diezelfde tijd hebben 10.664 mensen in Bulgarije asiel aangevraagd. Het overgrote deel – 56 procent – is jong, en man, 54 procent komt uit Syrië, 21 procent uit Irak en 19 procent uit Afghanistan. In 2015 kwamen er meer vluchtelingen binnen dan alle jaren ervoor.

Bronnen: Nationaal Agentschap voor Vluchtelingen, Bulgaarse ministerie van Binnenlandse Zaken.

Politiek spel

Bulgarije is geen lid van de Schengenzone. Dit betekent dat burgers een visum moeten aanvragen om de zone in te komen. ‘De Europese Unie is in groot gevaar als Bulgarije geen lid wordt van de Schengenzone’, liet de Bulgaarse regering recent weten. ‘Nu kan Bulgarije niet controleren in het Schengen Informatie Systeem of er criminelen en terroristen het land inkomen en dus niet voldoen aan de strenge eisen van het land als buitengrens van de Europese Unie.’ In de onderhandelingen hierover ligt vooral Duitsland dwars. ‘Bulgarije zal sowieso de grens met Turkije bewaken, of het nu wel of geen Schengenlid is’, zo zou de Duitse positie verwoord zijn door de voorzitter van het Europees Parlement Martin Schulz, meldde de Bulgaarse krant Dnevnik midden oktober.


Beeld: (1) Vluchtelingencentrum waar voornamelijk Syriërs verblijven. De meesten werden gearresteerd toen ze via Turkije Bulgarije binnen probeerden te komen. Oktober 2015. Foto Andrew Testa / NYT / HH; (2) Syrische vluchtelingen ontdekt in een vrachtwagen. Varna, oktober 2015. Foto Sipa Press / HH.