Ga je op hem stemmen?

Steeds vaker krijg ik de vraag of ik op Wilders ga stemmen.
Ik heb deze vraag zelfs al gekregen van kranten en radioprogramma’s met de fijne vooronderstelling ‘Waarom gaat u op Wilders stemmen?’ (‘Hoe weet u dat ik op Wilders ga stemmen? Waarom gaat u daarvan uit? Dus de stukken die ik schrijf zijn wildersiaans? Waardoor? Waar heeft Wilders dan beweerd wat ik ook beweer?’)
Wel of niet op Wilders stemmen is een meetlat geworden.
Ik snap het wel, want omgekeerd begrijp ik niet dat socialistische en liberale partijen zich niet veel kritischer over de islam uitlaten. Ik geloof bijvoorbeeld niet dat Pechtold ook maar één kritisch stuk heeft gelezen over de islam. (De artikelen van Machteld Allan in De Groene bijvoorbeeld.)
Of neem Femke Halsema. Als ik haar tegen Wilders tekeer hoor gaan, snap ik niets van haar. Het is prima als ze Wilders fel bestrijdt – maar ze doet het op de verkeerde gronden. Toen Wilders volkomen terecht een Vlaamse journaliste aanpakte die vergoelijkend sprak over een Taliban-bendeleider die haar verkracht had, was nota bene Wilders degene die meer dacht vanuit de vrouw dan Femke, die zoiets had van: vrouw verkracht, dat is mijn zaak, daar mag Wilders zich niet mee bemoeien!
De affaire-Tariq Ramadan heeft ook weer de allure van een waterscheiding gekregen. Je bent voor hem of tegen hem en de lafsten zeggen inderdaad: ‘Hij had nooit aangenomen moeten worden, maar nu hij er toch is, moeten we op wetenschappelijke gronden met hem in dialoog gaan.’
Dat was toch al gebeurd? In Frankrijk en Engeland en in eigen land – er is al lang aangetoond dat de man wetenschappelijk niets voorstelt.
Het probleem dat men met Wilders heeft, ontwikkelt zich langs dezelfde lijnen als de problemen die men destijds met Pim Fortuyn had. Men zag dat hij aan invloed won en men probeerde op geheel Nederlandse wijze een dam tegen hem op te werpen, maar die dam hield het water op de verkeerde plek tegen. Ik herinner me nog de D66’er Thom de Graaf die een speech van Pim Fortuyn over artikel 1 (weg met dat artikel, zei Fortuyn) meteen verbond met Anne Frank, waarmee hij suggereerde dat wanneer artikel 1 er niet was geweest, Pim Fortuyn meteen Anne Frank zou hebben opgepakt. (Terwijl dat artikel 1 pas rond 1980 is opgenomen in onze grondwet.)
Wilders is eigenlijk net zo’n politicus als Hamer, Rutte, Halsema, Marijnissen – soms ietsje beter, soms ietsje slechter.
En eigenlijk wordt hij ook zo door het Nederlandse volk gezien. Dat zou namelijk best een conclusie kunnen zijn als je bekijkt hoe de opiniepeilingen op en neer gaan. Weten we nog hoe populair Wouter Bos was? Weten we nog hoe populair Balkenende was? Weten we hoe populair Rita Verdonk was? Weten we nog hoe populair Mark Rutte was?
Ik word soms gek van die vraag of ik op Wilders stem.
Hoewel ik het in het midden hou, is dat al een motie van afkeuring.
‘Dat je dat ook maar overweegt… Ik dacht dat jij voor de vrijheid van meningsuiting was… Hij wil de Koran verbieden.’
‘Dus…’ zeg ik dan alsof de vragensteller zelf de conclusie mag trekken.
‘Dus je stemt niet op hem?’ hoor ik dan hoopvol.
‘Dus is de vraag…’, ga ik dan verder, ‘of je, als je voor de vrijheid van meningsuiting bent, ook de vrijheid van mening mag hebben dat je politiek wil bedrijven om een bepaald boek te verbieden omdat de ideologie van dat boek die vrijheid van mening nog veel meer bedreigt.’
Ik ben daar niet voor – maar ik vind de vraag interessant omdat hij iets paradoxaals heeft waar we liever niet over nadenken.
Ik herinner me dat Pim Fortuyn, Theo van Gogh en ik een keer in de studio van AT5 zaten en dat Pim zei: ‘Ze doen in Den Haag heel raar over mensen die op mij willen stemmen. Ik heb altijd het idee dat ze die het stemrecht willen afnemen.’ Wij knikten. Dat gevoel bekruipt me soms weer.