Ga niet met vreemde vrouwen mee

De opvatting dat taal niet zo'n goed communicatiemiddel is, is niet zo oud. Tegenwoordig beschouwen we de taal meer als een afspiegeling van onze geest. Door taal te bestuderen, krijgen we inzicht in het onvertaalbare Engelse woord ‘mind’. (‘Never mind, I don’t mind.’ Het boek over de inrichting van de geest heet dan ook ‘How the Mind Works’ van Steven Pinker.) Je kunt kortom door bestudering van de taal meer over de geest te weten komen dan door hersenonderzoek.

De vraag dient zich nu aan: hoe zou ik eigenlijk mijn geest willen inrichten? Welke eigenschappen zou ik graag willen bezitten - en hoe kan taal mij daarbij helpen?
Laat ik een voorbeeld geven.
Ik zou graag het dubbele willen verdienen van mijn huidige salaris, zonder me daarvoor extra in te spannen. En ook: ik zou graag vrouwen willen versieren die daarna niet gaan zeuren dat ze een verhouding met me willen. Kan ik mijn geest zo inrichten dat dit gebeurt? Het aardige is, dat de taal je nu enorm kan verneuken.
Ik zou makkelijk het dubbele kunnen verdienen zonder me extra in te spannen - ik zou namelijk met een mes of een pistool een bank binnen kunnen lopen en zelfs een veelvoud van mijn huidige salaris kunnen ontvreemden. En die vrouwen die ik wil versieren, kan ik ook zo hebben door naar de hoeren te gaan.
Wanneer ik dus werkelijk wil wat ik daarnet als voorbeeld gaf, dan kan dat. Toch voelt een ieder aan: ‘Dit kan de bedoeling niet zijn.’ Je wilt rijk worden zonder de misdaad in te stappen en je wilt vrouwen versieren zonder naar de hoeren te hoeven. Ook dit kan - als ik mijn geest hiertoe een serieuze opdracht geef. Ik zou bijvoorbeeld heel hard kunnen studeren voor beurshandelaar of plastisch chirurg en ik zou in plaats van naar de hoeren te gaan verkrachtend rond kunnen gaan, of voetballer worden, of zanger van Franse liefdesliedjes.
Toch zal wederom een ieder die dit leest denken: ook dit kan niet de bedoeling zijn.
Maar hoe weet de geest dit? Ik heb hem nog steeds slechts de opdracht gegeven het dubbele van mijn salaris te laten verdienen zonder me extra in te spannen en vrouwen te versieren die daarna niet gaan zeuren dat ze een verhouding met me willen.
De geest doet precies wat de taal hem voorschrijft, net als een computer. Dit gebeurt ook met beurshandelaren die frauderen, presidenten die aan vrouwen zitten, voetballers die verkrachten en schrijvers die schrijven. Hun geesten doen precies wat ze willen. Net zoals uw en mijn geest dat doen. Het vervelende is echter dat we niet weten hoe we de opdracht beter, ruimer of anders moeten formuleren zonder in de problemen te komen, en daardoor geven we veel 'nieten’ in de taal mee. 'Ik wil niet in de problemen komen.’ Daar nu heeft de geest moeite mee. De geest is namelijk niet in staat zich een voorstelling van dat niet te maken. Ik ga niet met Katja Schuurman naar bed - de geest ziet toch eerst een hartstochtelijke Katja en daarna mij die een afwijzing krijgt van dezelfde Katja. De geest kan niet de opdracht krijgen iets niet te denken. Dat doet hij door het eerst wel te bedenken en dan af te wijzen.
Deze eigenschap veroorzaakt alle problemen; steeds wanneer we iets niet willen, verleidt de geest ons door eerst aan te bieden wat we niet wensen. 'Ga niet met vreemde vrouwen mee.’