Ga tot de mieren

Mag ik u, geacht publiek, een vraag stellen? Wat weten wij, sociaal- democraten, eigenlijk van mieren?

Nee, lach niet. Het is mij ernst. Zeg mij wat u van de mieren weet en ik zal zeggen wie u bent. Mieren zijn wel degelijk een maatstaf, al lijken ze stuk voor stuk te nietig, te onbelangrijk. U hebt het allemaal vast te druk met ogenschijnlijk veel belangrijker zaken.
Mieren vallen tussen de wal en het schip. Zij zijn niet tastbaar genoeg voor de interessesfeer van de doorsneeburger. En ze zijn niet etherisch genoeg om als voer voor psychologen en kunstenaars te kunnen dienen. Zij zijn geen statussymbool. Ook in politiek opzicht - dat hoef ik u niet te vertellen - leggen zij geen gewicht in de schaal. Onderweg naar het Internationale Gerechtshof in Den Haag worden zij door iedereen vertrapt, door de openbare aanklager, de verdediger, de getuigen, de rechters en de verdachte.
Kortom, een mier is maar een mier. En daarom kan hij geen partner zijn van de mens. Die heeft immers zijn eigen dimensie uit het oog verloren, dames en heren, als u mij toestaat even filosofisch te worden. Wel kan de mier als voorbeeld dienen, een voorbeeld voor de mens van de toekomst, een mens die ervan doordrongen is dat hij maar een mens is, individueel tot niets maar collectief tot veel in staat.