Gaan schietgrage pubers het land beschermen?

Eén jaar na het vertrek van de laatste dienstplichtige militairen dreigt een soldatentekort. Vooral de landmacht heeft behoefte aan nieuwe manschappen. Onlangs werd bekend dat de Luchtmobiele Brigade de opleidingseisen wil verlagen. Voortaan zal het laagste diploma vbo voldoende zijn om bij het elitecorps van de landmacht aan de slag te gaan. De talrijke critici van het plan vrezen een toename van het aantal schietgrage randgroepjongeren binnen het leger. Deze jonge soldaten zouden niet beseffen wat het vak van beroepsmilitair inhoudt.

Het jongste idee werd deze week in de Tweede Kamer gepresenteerd. VVD'er Van der Doel wil dat de minimumleeftijd van militairen wordt verlaagd van 17,5 naar zestien jaar. Op piepjonge leeftijd worden toekomstige soldaten het leger ingelokt. Zij krijgen als BBT'er (Beroeps Bepaalde Tijd) een contract voor vijf jaar bij Defensie. Geheel volgens het Verdrag voor de Rechten van het Kind zullen ze echter pas op hun achttiende ingeschakeld worden bij militaire operaties in brandhaarden. Tot dan krijgen de BBT'ers de kans een vakopleiding te volgen. Met de werving van zestienjarige schoolverlaters wil Defensie voorkomen dat deze jongeren ‘verloren gaan’ voor het leger.
Het plan heeft in de Haagse politiek gemengde reacties opgeroepen. Minister Voorhoeve van Defensie heeft zaterdag al verklaard 'niet onwelwillend’ tegenover het voorstel te staan. En ook de Tweede-Kamerfracties van PvdA en CDA steunen het plan van de VVD. Coalitiegenoot D66 blijft echter forse bedenkingen houden, want 'zestien jaar is wel érg jong’.
Volgens de bedenkers zal het plan voor alle partijen voordelig uitpakken. De BBT'ers leren een vak en krijgen - als militair - de kans wat van de wereld te zien, het bedrijfsleven krijgt arbeidskrachten met levenservaring en Defensie is verzekerd van voldoende nieuw personeel. Volgens voorzitter Snoep van de Algemene Federatie van Militair Personeel (AFMP) is het plan dan ook 'goed voor de samenleving als geheel’.
Het is de vraag of werkgevers zitten te wachten op 'oudere jongeren’ die op hun eenentwintigste nog gedeeltelijk geschoold moeten worden. Zelfstandigheid en een eigen mening zullen niet door iedere werkgever op prijs worden gesteld. De 'vormende’ oorlogservaringen van bijvoorbeeld de Srebrenica-veteranen en de Unifil-vrijwilligers maken de rentree van deze jongeren in de burgersamenleving er niet makkelijker op. De angst bij Defensie voor een personeelstekort is zo groot dat allerlei absurde oplossingen voor dit probleem worden bedacht. Hierbij wordt geen rekening gehouden met de aanpassingen die bij het opleidingsapparaat van de landmacht nodig zijn, wanneer het merendeel van de nieuwe rekruten voortaan zal bestaan uit laagopgeleide randgroepjongeren van zestien en zeventien jaar. Een veel gehoorde klacht vanuit het leger is immers dat 'het opleidingsniveau van een BBT'er aanmerkelijk lager is dan dat van een dienstplichtige’. Het ongeremde streven naar kwantiteit dreigt aldus ten koste te gaan van de kwaliteit van het leger én van de maatschappelijke toekomst van de BBT'ers. Je zou bijna gaan terugverlangen naar de goede, oude dienstplicht.