Geert Wilders en de vrije meningsuiting

Gaan we het nu regelen?

Eind oktober begint het Wilders-proces. Volgens de verdediging zou de PVV-leider in Amerika niet worden vervolgd voor zijn ‘haat zaaiende’ uitspraken. Maar dit is Nederland. De kans op opnieuw vrijspraak is klein.

Medium hh 59806296

In het komende proces tegen pvv-leider Geert Wilders zullen er vermoedelijk herhaaldelijk uitstapjes worden gemaakt naar het Amerikaanse recht. Dat gebeurde al tijdens de twee dagen waarop de rechters dit jaar voorvragen en verweren van de verdediging behandelden. Volgens de raadsman van Wilders, Geert Jan Knoops, kunnen de strafbepalingen tegen ‘haatuitingen’ (de artikelen 137c-d) zo verschillend worden uitgelegd dat de rechters er niet over kunnen beslissen zonder zelf een politiek standpunt in te nemen. Hij vond (zonder succes) dat ze zich daarom moesten onthouden van beslissing en verwees naar de Anglo-Amerikaanse _‘political question’-_doctrine. Ook kondigde Knoops aan dat hij vanuit rechtsvergelijkend perspectief zal laten rapporteren door de Amerikaanse hoogleraar Amos Guiora.

Dat de verdediging aandacht wil voor de Amerikaanse benadering van de grens van vrije meningsuiting viel te verwachten: in de VS zou Wilders voor zijn ‘minder Marokkanen’-uitspraak niet kunnen worden vervolgd. Maar dit is Europa, waar extreme uitingen niet op dezelfde manier als in Amerika bij het vrije debat horen. Dat blijkt maar weer eens uit een principiële uitspraak van de Hoge Raad, waarin de grens van vrije meningsuiting werd aangescherpt. Dat arrest, uit december 2014, zorgt ervoor dat de kans dat Wilders opnieuw zal worden vrijgesproken behoorlijk is verkleind. En die kans was al kleiner, doordat Wilders zijn discours in de bestreden uitspraken verlegde van religiekritiek naar kritiek op Marokkanen. Harde kritiek op een godsdienst kan in het recht in het algemeen nog wel op bescherming rekenen, bij beledigende of discriminerende uitspraken over afkomst of ras is er minder ruimte.

Wat zei Wilders ook weer precies? Op 19 maart 2014, tijdens de uitslagenavond van de gemeenteraadsverkiezingen in Den Haag, stelde hij zijn pvv-publiek de vraag of zij meer of minder Marokkanen in de stad en in Nederland wilden hebben. Het publiek scandeerde (zestien maal, volgens de beschuldiging) ‘minder!’, waarop Wilders reageerde: ‘Dan gaan we dat regelen.’ Eerder in de verkiezingscampagne zei hij voor de nos-camera dat Hagenaars stemmen voor ‘een stad met minder lasten en als het even kan ook wat minder Marokkanen’.

De uitslagenavond werd gefilmd, uitgezonden en eindeloos op televisie herhaald, waarna er meer dan zesduizend meldingen en aangiften bij politie en Openbaar Ministerie binnenkwamen. In oktober 2014 besloot het Openbaar Ministerie Wilders als verdachte te horen en in december van dat jaar werd de beslissing hem te vervolgen officieel bekendgemaakt. Hij wordt beschuldigd van belediging en aanzetten tot haat en discriminatie wegens ras. Getuigen, uit pvv-kringen, zouden volgens het OM hebben verklaard dat wat er tijdens de uitslagenavond gebeurde heel bewust is voorbereid. Ook het publiek zou vooraf zijn geïnstrueerd.

Als Wilders bewust streeft naar minder Marokkanen in Nederland maakt hij onderscheid naar afkomst, oftewel, volgens vaste rechtspraak, naar ‘ras’. Het verweer luidt dat hij alleen doelde op criminele Marokkanen met een dubbel paspoort, dus Marokkanen met de Marokkaanse nationaliteit, en nationaliteit valt niet onder ‘ras’. Knoops heeft aangekondigd er veel aandacht aan te besteden. Vooralsnog zegt het iets over de bochten waarin de verdediging zich wringt: wat Wilders bedoelde is nauwelijks relevant. Het gaat om wat hij zei en de context waarin dat gebeurde.

Dat wil niet zeggen dat de uitkomst van dit proces al vast staat. Door het eerste proces tegen Geert Wilders werd pijnlijk duidelijk hoe verschillend de strafbepalingen tegen ‘haatuitingen’ kunnen worden geïnterpreteerd – daar heeft Knoops terecht op gewezen. De toon van het debat over de islam werd in de jaren na de moord op Pim Fortuyn en Theo Van Gogh steeds harder en rechtswetenschappers raakten uiterst verdeeld over de grens van (vooral) de islamkritiek. Dat weerspiegelde zich in de procesgang van het Wilders-proces. De officieren van justitie en de rechtbank in Amsterdam interpreteerden de strafbepalingen tegen haatuitingen in 2011 zo beperkt dat bijna geen van de uitlatingen van Wilders onder het bereik van de Nederlandse strafwet viel. De weinige uitlatingen die wél strafbaar werden bevonden, zoals ‘veel moslims Nederland uit, denaturalisatie van islamitische criminelen’, waren dat alsnog niet omdat alles werd gezien in de context van de islamkritiek en Wilders’ bijzondere positie als volksvertegenwoordiger.

Na dit proces bleek de gedachtegang van de rechtbank in de ogen van degelijke vakspecialisten als Aernout Nieuwenhuis en Esther Janssen discutabel, omdat deze niet erg spoorde met de wetsgeschiedenis en eerdere rechtspraak. Het gerechtshof Amsterdam (inclusief de verguisde raadsheer Tom Schalken) had daar volgens deze analyses beter bij aangesloten. Heel wat andere rechtswetenschappers, onder wie Afshin Ellian en Theo de Roos, haalden de vrijspraak intussen binnen als een monument voor de vrije meningsuiting. Zij schreven dat het politieke debat en niet de strafzaal de plaats is om harde tegenstellingen uit te vechten.

Het is een controverse die in afgezwakte vorm nog altijd voortduurt. De vragen die er een rol in spelen, zullen vermoedelijk opnieuw aan de orde komen in dit proces. Mag iemand als Wilders pas worden vervolgd als wat hij zegt directe schade kan opleveren voor derden? Of zijn ook de gevolgen op lange termijn van belang, zoals het creëren van een voedingsbodem voor haat en discriminatie, het vergiftigende effect op een samenleving?

Een politicus heeft een grote uitingsvrijheid ‘ook als zijn uitlatingen kunnen kwetsen, choqueren of verontrusten’

Hierachter schuilt het verschil tussen de Amerikaanse en Europese benadering. In Amerika dient de overheid zich te onthouden van een oordeel over de inhoud van uitingen in het debat over maatschappelijke onderwerpen. In de ‘First Amendment’-_doctrine van de VS heeft dit tot gevolg dat _‘hatespeech’ net zo wordt behandeld als andere uitingen. Alleen in zeer bijzondere omstandigheden kan ze worden verboden, met name als er concreet en direct gevaar dreigt. In Europese landen zijn haatuitingen juist vaak strafbaar gesteld.

‘In de Europese benadering, en zeker in die van het Europees Hof in Straatsburg, zijn er bij de vrije meningsuiting altijd andere waarden in het spel, die ermee kunnen conflicteren’, schrijft emeritus hoogleraar Egbert Dommering in Féret en daarna. Hij doelt op de gelijke rechten van anderen en het tegengaan van ondermijning van de democratie. Beide zijn te beschermen doelen en dus mogelijk noodzakelijke beperkingen op de vrije meningsuiting. In Frankrijk (Jean Marie Le Pen) en in België (Féret) werden extreem-rechtse politici vervolgd op grond van soortgelijke strafbepalingen als die waarvoor Wilders nu terechtstaat. Het Europese Hof zag er geen schending in van hun uitingsvrijheid.

De Europese benadering is, in een gangbare omschrijving die Knoops onlangs aanhaalde, op te vatten als ‘militante democratie’: de democratische instituties bepalen zelf wat niet meer als democratisch heeft te gelden. Dat is in de Amerikaanse benadering onmogelijk, de staat mag zich met de inhoud niet bemoeien. Dat is helder, maar niet per se met oog voor de menselijke waardigheid. Voorstellen tot afschaffing van de democratie dienen er in beginsel even straffeloos te blijven als haatuitingen tegen joden en homo’s of ontkenning van de holocaust. Voorzover Nederlandse politici, vooral te vinden in de vvd, deze ruime benadering hebben omarmd, schrikken ze meestal terug voor de consequenties. Of ze zijn, zoals Wilders, consequent dubbelhartig: een grote tolerantie als het gaat om uitlatingen over Marokkanen, moslims en islam, weinig tolerantie voor de omgekeerde richting.

Het is daarom de moeite van het opmerken waard dat een van de deskundigen die op verzoek van de verdediging in dit proces rapporteert over juridische aspecten de Utrechtse hoogleraar Tom Zwart is. Hij bekritiseerde in NRC Handelsblad fel de veroordeling voor opruiing van geradicaliseerde moslims in het Haagse jihadproces. Zij hadden in zijn ogen beschermd moeten worden door de vrije meningsuiting. In zijn voorkeur voor de Amerikaanse benadering is Zwart tenminste consequent.

De tegengestelde opvattingen zorgden voor verwarring en interpretatieverschillen in de rechtspraak, en daarin zou wellicht weinig zijn veranderd als niet de homofobe politicus Delano Felter was opgedoken, tijdens een debatavond in Amsterdam. Felter, een lokale politicus van wie je nu niets meer hoort, werd vanwege zijn anti-homo-uitspraken vervolgd en aanvankelijk vrijgesproken. Een belangrijk argument was dat in de context van het publieke debat ‘politici in het bijzonder’ een zeer sterke bescherming van de uitingsvrijheid genieten. Dit lijkt sprekend op een dragend argument in de eerste Wilders-zaak. De Hoge Raad ziet dat anders. Hoewel een politicus volgens het arrest uit december 2014 een grote uitingsvrijheid heeft bij zaken van algemeen belang ‘ook als zijn uitlatingen kunnen kwetsen, choqueren of verontrusten’, voegt de Hoge Raad eraan toe dat een politicus ook een verantwoordelijkheid draagt: hij moet voorkomen dat hij uitlatingen verspreidt ‘die strijdig zijn met de wet en de grondbeginselen van de democratische rechtsstaat’. De status van politicus werkt dus twee kanten op. Dat kan van groot belang zijn in dit proces.

De overweging is ontleend aan de zaak van Féret tegen België. Het is speculeren, maar als de eerste zaak tegen Wilders bij de Hoge Raad terecht was gekomen, was de vrijspraak mogelijk niet in stand gebleven. Ook het ‘aanzetten tot onverdraagzaamheid’ kan volgens het hoogste rechtscollege namelijk gelden als onnodig grievend en dan de vrije meningsuiting beperken, dat komt er nog bij. Knoops noemt dit een nieuw criterium en helemaal duidelijk is het niet, maar Nederland lijkt voorlopig stevig in het spoor te zitten van de Europese benadering.

Die benadering zelf is echter niet statisch. Ook het Europese Hof is intern verdeeld, volgens lijnen die doen denken aan de verdeeldheid in Nederland. De meerderheid die nu ‘de Europese benadering’ vertegenwoordigt, kan zelf een minderheid worden. De minderheid, die zich door elementen van de Amerikaanse leer laat inspireren, kan meerderheid worden. Dat dit allemaal speelt, en effect kan hebben op het omgaan met heel verschillende verschijnselen als extreem-rechtse politici en geradicaliseerde moslims, is iets dat in het publieke debat vaak onderbelicht blijft. De rechters zouden hun keuzes beter moeten motiveren. Wat dat betreft is het nieuwe proces tegen Wilders een herkansing.

Wat er van dit alles overkomt bij het publiek is de vraag. Van de urenlange pleidooien van Knoops zond het NOS-journaal de kleinst mogelijke fractie uit, Wilders kreeg meer zendtijd – hoewel hij op beide zittingsdagen slechts een minuut of tien aan het woord was. Wat Wilders zei, werd gesteld in bewoordingen die ‘de mensen thuis’, een uitdrukking die Knoops en Wilders geregeld in de mond nemen, direct konden begrijpen: als Rutte (‘pleur op’), Samsom en andere politici niet worden vervolgd voor hun uitspraken over minderheden, waarom Wilders dan wel? Even had iedereen het erover.

Dat dit beroep op het verbod van willekeur en het gelijkheidsbeginsel niet tot stopzetting van het proces zou leiden, stond echter al min of meer vast. Zoals de rechtbank het uitdrukte: de lat ligt volgens vaste rechtspraak hoog bij zulke niet-ontvankelijkheidsverweren. Dat is zeker het geval als ze worden gedaan terwijl de zaak nog niet inhoudelijk is behandeld en er een oordeel wordt gevraagd over zaken die nog niet inhoudelijk zijn besproken. De kans is groot dat Knoops er na de inhoudelijke behandeling in zijn pleidooi op terugkomt, maar ook dan ligt de lat hoog. Alleen bij apert onredelijke vervolgingsbeslissingen kan dat leiden tot niet-ontvankelijkheid. Daar ziet het vooralsnog niet naar uit. Wel zijn willekeur en ongelijkheid elementen die op de nominatie kunnen staan om als afleidingsmanoeuvre of tegenaanval te dienen – zoals het ‘etentje’ in het vorige proces. Dat leent zich nu eenmaal beter voor beeldverwerking. Net als het vorige proces zal ook dit proces live te zien zijn en kan er voor de nieuwsprogramma’s worden geselecteerd uit al het beeldmateriaal.


Beeld: Den Haag, 6 oktober. Geert Wilders stapt in een van de drie auto’s die hem afhalen bij een zij-uitgang van het Tweede-Kamergebouw (Harmen de Jong / HH)