Een krimpende wereldbevolking

Gaat heen en decimeert u

Wereldwijd krijgen mensen steeds minder kinderen. Een krimpende wereldbevolking is nog maar decennia van ons verwijderd. Goed nieuws voor de aarde, maar kunnen onze samenlevingen dat wel aan?

Onze levensstijl maakt het lastiger om een partner te vinden, te besluiten om een gezin te stichten, zwanger te worden © Diana Markosian / Magnum / HH

Gedurende bijna de hele geschiedenis moet het geleken hebben alsof het aantal mensen op de wereld slechts een beetje op en neer schommelde. Rond 10.000 voor Christus waren er waarschijnlijk zo’n vier miljoen mensen op aarde. Tien millennia later waren dat er rond de tweehonderd miljoen. Daarna ging het sneller, maar nog altijd nauwelijks merkbaar: rond 1800 waren er minder dan een miljard mensen. Toen begon de bevolking hard te groeien, eerst in Groot-Brittannië, toen in de Verenigde Staten, daarna in de rest van Europa, weer later in Azië. Begin twintigste eeuw was de tweede miljard er al bijgekomen, rond 1960 de derde, vijftien jaar later de vierde. Sindsdien is de wereldbevolking nog eens verdubbeld, tot zo’n 7,7 miljard mensen. Al tweehonderd jaar zijn we dus gewend aan het idee van een snel groeiende wereld.

Tegelijk zullen veel mensen in hun eigen omgeving iets anders zien. Een typisch gezin in Nederland is klein en meer mensen dan vroeger hebben geen kinderen. Dat is sociaal geaccepteerd geraakt en meer mensen kiezen daar ook voor. Maar het moderne leven kent ook hindernissen voor wie wel kinderen wil. Carrièredruk, een lange bucket list, datingapps, stress, studieschuld, tijdgebrek, klimaatangst: allerlei stukjes van onze levensstijl maken het lastiger om een partner te vinden, te besluiten om een gezin te stichten, zwanger te worden. Een op de vijf Nederlandse vrouwen krijgt volgens het cbsgeen kinderen, zestig procent van hen vrijwillig. De leeftijd waarop Nederlandse vrouwen moeder worden stijgt al decennia; een op de dertig kinderen is geboren na een ivf-behandeling.

Het mondiale perspectief en het perspectief van onze eigen omgeving lijken niets met elkaar te maken te hebben, en veel mensen zullen geneigd zijn om het mondiale plaatje te beschouwen als iets wat volledig los staat van hun eigen leven. Maar dat is schijn. Over de hele wereld zijn mensen de afgelopen decennia naar steden verhuisd, zijn vrouwen naar school gegaan, is de kindersterfte gedaald, zijn sociale normen veranderd en is de welvaart toegenomen.

En hoewel al die plaatsen en al die levens van elkaar verschillen is één ding gelijk: mensen krijgen minder kinderen, overal ter wereld, al decennialang. Nu al woont de helft van de wereldbevolking in landen waar het geboortecijfer onder vervangingsniveau ligt en dat aandeel neemt steeds verder toe. De wereldbevolking gaat daarom ergens deze eeuw afvlakken en daarna krimpen. Maar wanneer? En hoe gaan we met een krimpende wereld om?

Luister naar De Groene

In De Groene Amsterdammer Podcast interviewt Kees van den Bosch Rutger van der Hoeven over de wereldwijd afnemende bevolkingsgroei en de diverse gevolgen daarvan. Onze podcast is elke vrijdagochtend gratis beschikbaar via groene.nl/podcasts en via de andere bekende podcastkanalen

‘Er is veel moois aan een krimpende wereld’, zegt John Ibbitson, een Canadese journalist en co-auteur van Empty Planet: The Shock of Global_ Population Decline_. ‘Minder kinderen zijn het resultaat van een parlement van vrouwen die wereldwijd meer controle krijgen over hun lichaam en hun leven. Het is goed nieuws voor het milieu en het klimaat. Maar wat betekent het voor de politiek en economie in krimpende landen? Daar moeten we over nadenken. Er zijn vast oplossingen, maar glashelder zijn ze niet.’

Veel schoolboeken en debatten over bevolking ademen nog altijd de sfeer van The Population Bomb, de bestseller van Stanford-hoogleraar Paul Ehrlich uit 1968. ‘De slag om de mensheid te voeden is verloren’, schreef hij. ‘Honderden miljoenen mensen zullen gaan verhongeren, ongeacht wat we nu doen.’ Die voorspelling kwam niet alleen niet uit, de trend gaat ook de andere kant op.

Neem het land van de ergste ‘tijdbom’: China. Daar ‘explodeerde’ de bevolking vanaf de jaren zestig, tot het roer omging en het land in 1979 rigoureus de eenkindpolitiek invoerde. Die bleef decennialang van kracht, al was het te laat om de groei tot anderhalf miljard mensen te stoppen.

Volgens een Hongaarse minister zijn mensen die geen kinderen krijgen ‘niet normaal’

Een paar jaar geleden werd de beruchte politiek herroepen. Gemeentes lieten weten dat alle koppels een vergunning konden aanvragen voor een tweede kind. Zoals bijvoorbeeld in Xuanwei, een stad van 1,3 miljoen inwoners. Op de oproep volgden 36 aanvragen. Kinderen krijgen is in China niet meer wat het geweest is. Was een grote kinderschare een halve eeuw geleden nog een kapitaal, nu investeren ouders een kapitaal in de toekomst van hun ene kind. De competitie is zo groot dat veel moeders een fulltime baan hebben aan het faciliteren van de opleiding van hun telg. Sommige ouders spreken van ‘winnen vanaf de start’ en proberen met het timen van de conceptie de kansen van hun ene kind te vergroten. De grootste ‘populatiebom’ van de wereld zal daarom volgens de meeste projecties weer onder de miljard mensen dippen voor deze eeuw voorbij is. Sommige scenario’s voorspellen zelfs een halvering van de huidige bevolking.

In de VS beïnvloeden weer heel andere factoren de keuzes van ouders. Daar is de werkdruk hoog, de kinderopvang duur en hebben jonge mensen vaak een hoge studieschuld. Veel jonge vrouwen willen eerst carrière maken en spaargeld opbouwen voordat ze aan kinderen beginnen; regelmatig lukt het stichten van een gezin dan niet meer. Andere vrouwen kiezen er, verbonden via organisaties als BirthStrike en Conceivable Future, bewust voor om geen of maar één kind te krijgen.

In Brazilië wordt de spectaculaire val van het geboortecijfer deels toegeschreven aan de telenova, tv-soaps die de glamour van het stadsleven met geen of weinig kinderen uitdragen. In Noord-Europa zijn het de veranderende verwachtingen van het leven, in Zuid-Europa de jeugdwerkloosheid en de geringe kansen voor jonge mensen. In Zuid-Korea zijn het de lange werkdagen en traditionele genderpatronen die maken dat kinderen krijgen voor vrouwen een tweede baan is.

Elk land heeft zijn eigen lokale verklaringen en elke beslissing over gezin en kinderen is persoonlijk, gelaagd en complex. Tegelijkertijd levert het moderne leven met zijn mix van technologie, prikkels, opvattingen en levensstijlveranderingen overal onder de streep hetzelfde op: minder baby’s. Die trend begon in de rijkste landen van de wereld, zoals Japan en Duitsland, waar vrouwen nu gemiddeld maar anderhalf kind krijgen. Maar het moderne leven heeft de hele wereld bereikt.

De fertiliteit (het aantal kinderen per vrouw) is mondiaal gezien nu 2,4; het ‘vervangingsniveau’ waarop een bevolking gelijk blijft is 2,1. Zo’n dertig landen verliezen al bevolking. Het meeste invloed heeft wat er in de grootste landen gebeurt. China: een geboortecijfer van 1,6 kinderen per vrouw, een half kind onder vervangingsniveau; Brazilië 1,7; India en Indonesië: bijna op vervangingsniveau; Bangladesh, Iran, Mexico: eronder. Die grote landen krimpen nu nog niet, omdat mensen ook ouder worden. Maar het gaat wel gebeuren.

Er is maar één regio die zich aan het mondiale patroon onttrekt: Afrika. En flink ook, volgens voorspellingen van de Verenigde Naties. Er wonen nu 1,2 miljard mensen in Afrika, maar in 2050 zullen dat er volgens de VN dubbel zoveel zijn. Daarna zal volgens de VN vrijwel alle groei van de wereldbevolking plaatsvinden in Afrika. Aan het einde van de eeuw zijn er dan 4,5 miljard Afrikanen en is twee op elke vijf aardbewoners een Afrikaan. Dat scenario roept allerlei vragen, doembeelden en zorgen op.

Het angstbeeld van een monsterlijk groeiend Afrika blijkt een krachtige politieke motivator voor radicaal-rechtse partijen, met name in Europa en daar weer vooral in de regio die nu al krimpt: Centraal-Europa. De fertiliteit in Polen is maar 1,3, in Hongarije 1,4. Die landen verzinnen van alles om vrouwen aan het baren te krijgen, zoals belastingvoordelen en korting op auto’s met zeven zitplaatsen. Op een conferentie in Boedapest, afgelopen herfst, verklaarde een Hongaarse minister dat mensen die geen kinderen krijgen ‘niet normaal’ zijn en ‘aan de zijde van de dood staan’. (Dat honderdduizenden jonge mensen hun landen jaarlijks ontvluchten, bespraken de politici niet.)

De retoriek in Boedapest refereerde regelmatig aan ras en rassenverhoudingen, een oud thema met betrekking tot bevolkingsgroei. Omdat de fertiliteit in de VS begin twintigste eeuw ‘nog maar’ op 3,5 lag, gaf president Theodore Roosevelt de Amerikanen een uitbrander voor het ‘plegen van rassenzelfmoord’. Dat was volgens hem ‘een zonde waarvoor de straf nationale dood, rassendood is; een zonde waarvoor geen boetedoening bestaat’.

‘Bevolkingskrimp en vergrijzing ondergraven het kapitalisme’

Als de Afrikaanse bevolking inderdaad zo sterk zal groeien, zal dit de politiek in Europa ongetwijfeld sterk beïnvloeden. Maar over die groeivoorspelling neemt de twijfel toe. ‘De voorspelling van de VN zegt in feite: Afrika is een hopeloos geval, er staat Afrika alleen maar misère te wachten’, zegt John Ibbitson. ‘Maar voor ons boek zijn we naar een paar Afrikaanse landen geweest, en we zagen sterke aanwijzingen dat de fertiliteit snel zal dalen. Bevolking daalt steeds om één reden en dat is verstedelijking. In steden is een kind economisch een zwaardere belasting dan op het platteland, vrouwen volgen er een opleiding en worden autonomer, en overal gebeurt hetzelfde: ze krijgen minder kinderen. Dat is waar voor Amsterdam, voor Manilla, voor Nairobi. Afrika verstedelijkt snel, vrouwen gaan vaker naar school, en de vrouwen gaan daar dezelfde beslissingen nemen als vrouwen over de hele wereld: minder baby’s.’

Inderdaad zijn er meer demografen en instituten die voorspellingen onder die van de VN geven. Dat zou mooi nieuws zijn, want Afrika is het continent waar bevolkingsgroei het slechtst uitkomt: Afrika zal het hardst worden geraakt door klimaatverandering. Maar over ‘Afrika’ spreken is op zich al misleidend: het veegt middeninkomenlanden als Kenia en Zuid-Afrika op een hoop met arme landen, zoals Niger en Mali. Voor het milieu en het klimaat is het sowieso goed als de wereldbevolking niet zo snel zou groeien, of gestaag zou gaan dalen, zeker in landen met de grootste ecologische voetafdruk per persoon.

Maar daarover expliciet spreken is een riskante zaak. Onder meer de Amerikaanse presidentskandidaat Bernie Sanders en de politieke ster van linkse millennials, Alexandria Ocasio-Cortez, ondervonden dat, de laatste na een livestreamsessie op Instagram. ‘Nu het vrijwel een wetenschappelijke consensus is dat de levens van onze kinderen heel moeilijk worden’, zei Ocasio-Cortez, ‘leidt dat bij jonge mensen tot een legitieme vraag: is het nog oké om kinderen te hebben?’

‘Elke politiek die zich mengt in families, of die iets impliceert over de verhouding tussen raciale groepen in een land of in de wereld, is automatisch ongelooflijk controversieel’, zegt Diana Coole, hoogleraar politicologie aan Birkbeck University, Londen, in een telefonisch gesprek. ‘Het historische precedent is ook niet zo mooi, van de nazi’s tot de gedwongen sterilisaties in India in de jaren zeventig. In de huidige politieke context gaat de verdenking al snel richting racisme, zoals bij Bernie Sanders, die zich direct moest verdedigen toen hij het over bevolking had. Maar zowel uit het oogpunt van duurzaamheid als uit het oogpunt van onze eigen samenlevingen is het logisch om na te denken en te praten over bevolkingsomvang.’

‘Er is veel paniek in rijke landen over dalende geboorte-aantallen’, vervolgt Coole. ‘En natuurlijk zorgt een kleinere beroepsbevolking en een vergrijzende bevolking voor veel uitdagingen. Maar Japan laat zien dat er oplossingen zijn. Japan heeft al decennia heel lage geboortecijfers, maar planning, robots en technologie hebben voor oplossingen gezorgd. In Europa wordt daarentegen veel gepraat over het op peil houden van de beroepsbevolking. Maar dat is een poging om ons economisch bestel te redden, en demografie is maar één van de vele factoren die suggereren dat we ons huidige kapitalistische model moeten aanpassen. De continue groei waarop dat model rust, loopt op allerlei manieren tegen grenzen aan.’

Wie meer gaat lezen over bevolkingsontwikkelingen komt vroeg of laat dat woord tegen: kapitalisme. Het is, terugblikkend, niet zo verwonderlijk dat de grote economische groei van de afgelopen twee eeuwen gepaard ging met een grote groei van de bevolking. De bevolkingsgroei wordt meestal verklaard als een gevolg van de economische groei, omdat er door de industrialisatie en de landbouwrevolutie voldoende voedsel kwam om te ontsnappen aan de grenzen die het beschikbare voedsel stelde aan het aantal mensen. Maar in een economisch model dat gebaseerd is op groeiende vraag en groeiende consumptie, gaat de invloed niet één kant op. Snelle economische groei ging altijd gepaard met (snel) groeiende bevolkingen. Hoe moet dat als rijke landen, en de hele wereldbevolking, gaan krimpen?

Dat betekent ‘The End of Capitalism as We Knew It’, schreef historicus en voormalig investeringsbankier Zachary Karabell bijvoorbeeld een paar maanden geleden in het bepaald niet radicale blad Foreign Affairs. ‘Kapitalisme als systeem is bij uitstek kwetsbaar voor een wereld met een afnemende bevolkingsgroei’, schreef hij. Zeker in de rijkste landen zal economische groei moeilijk worden als de bevolkingen krimpen en vergrijzen. Niet alleen zijn er steeds minder mensen, oudere bevolkingen consumeren doorgaans minder en doen minder grote uitgaven. En dat ondergraaft het hele kapitalistische model, voorspelt Karabell. ‘In de toekomst zal het kapitalisme in het beste geval gaan rafelen aan de randen, in het slechtste helemaal ineenstorten.’

Een krimpende economie is niet alleen een probleem voor een economie die op continue groei gebaseerd is, maar ook voor een politiek die stabiel bestuur beoogt. Dat is sinds de Tweede Wereldoorlog de dubbele motor van de liberale democratieën geweest: de belofte van materiële vooruitgang gekoppeld aan politieke stabiliteit, omdat machtsoverdracht binnen liberale democratieën netjes geregeld is. Maar als de economie instabiel wordt door krimp en de democratie door oprispingen van boos nativisme, vallen beide legitimaties weg.

Maar zulke doemscenario’s hoeven helemaal niet uit te komen. Wie de zaak van een afstand bekijkt, ziet een wereldbevolking die vooral gaat krimpen omdat mensen (en vooral vrouwen) over de hele wereld welvarender, veiliger en vrijer zijn geworden om eigen keuzes te maken. De aanpassing van ons economisch model is toch al om allerlei redenen noodzakelijk, niet in het minst vanwege klimaatverandering en ecologische problemen. En die zijn weer gebaat bij een afvlakkende bevolking. ‘De huidige trends suggereren dat als we de volgende twintig, dertig jaar doorkomen zonder onomkeerbare schade te doen aan het ecosysteem, de tweede helft van de 21ste eeuw aanzienlijk mooier zou kunnen zijn dan de meeste mensen nu aannemen’, schreef Karabell. Aan het werk, dus.