Anatomie van de mediahype

Gaat heen en leg bloemen

Nieuws is een consumptieartikel: om het beter consumeerbaar te maken wordt het geserveerd als narratief, met terugkerende gezichten, slachtoffers, daders en spanningsbogen. Dat geldt in hoge mate voor verhalen van publieke rouw, zoals het drama in Cothen.

Drie doden, twee mediaoptredens.

Zondagavond 19 mei werd Studio Voetbal onderbroken. Presentator Jack van Gelder kondigde aan dat vanuit Hilversum live overgeschakeld zou worden naar Zeist, waar de politie een toelichting wilde geven over de twee lichamen die die middag bij Cothen waren gevonden. ­Vanuit een perszaal op het gemeentehuis bedankte een voorlichter de media die zo snel aanwezig konden zijn en introduceerde de drie mensen die achter een dozijn microfoons plaatsnamen. Graag gaf hij burgemeester Koos Janssen, cda, het woord. Janssen sprak langzaam, duidelijk:

‘We zijn hier bijeen om een mededeling te doen over het onderzoek naar aanleiding van de vermissing van Ruben en Julian.’

Pauze.

‘Die vermissing houdt ons land, ons allemaal, al bijna twee weken in de greep.’

Pauze.

‘Vanmiddag hebben zich, zoals u weet, ontwikkelingen voorgedaan. Daar willen we nu vanavond mededelingen over doen.’

Maar eerst introduceerde de burgemeester, hoewel de politievoorlichter dat al gedaan had, de twee mensen naast hem als politiechef en hoofdofficier van justitie en zei dat zij straks meer concrete informatie zouden geven. Hij vertelde dat we allemaal in een lange periode van onzekerheid hebben geleefd, die iedereen veel verdriet heeft opgeleverd. Pauze. En dan: ‘De ontwikkelingen van vanmiddag doen het sprankje hoop dat we hadden allemaal teniet.’

Toen het 9/11 Commission Report verscheen, iets meer dan een jaar na de aanslagen in de Verenigde Staten, was de grootste verrassing de stijl waarin het officiële overheidsverslag was geschreven: de taal was kraakhelder, de manier waarop het verhaal werd verteld deed niet onder voor de betere thriller in de boekhandel, inclusief cliffhangers, inclusief zinnen als: ‘Ze zei haar moeder gedag en hing op. Het was de laatste keer dat iemand haar zou spreken.’ Het was emotioneel effectbejag pur sang. Het rapport werd prompt genomineerd voor een National Book Award.

Natuurlijk is het tendentieus om burgemeester Janssen te betichten van emotioneel effectbejag. Dat de middag, waarin hij bij de moeder van de twee vermiste jongens langs was geweest om haar het droevige nieuws te melden, er bij hem emotioneel zal hebben ingehakt spreekt voor zich. Maar de spanningsboog in zijn speech was evident. Bewust of onbewust werd er naar een clou toegewerkt. Er werd niet gezegd: ‘Dank voor uw komst, het spijt me te moeten mededelen dat de twee lichamen die vanmiddag gevonden zijn van de broertjes Ruben en Julian zijn.’ Punt. Kort en zakelijk. Nee, de toespraak was opgebouwd als het verlossende slotstuk op een al ‘bijna twee weken’ durend drama, dat ‘ons allemaal’ had beziggehouden, in de woorden van de burgermeester. Kort en zakelijk was niet genoeg. Je ontkwam niet aan het idee dat de camera’s kregen waar ze om vroegen.

Vrijdagavond 24 mei was A.F.Th. van der Heijden te gast bij College Tour, iets waar het ntr-programma trots op was. Al maanden eerder was in een persbericht bekendgemaakt dat Van der Heijden juist dit programma had uitgekozen om terug te keren in de openbaarheid, nadat zijn enige zoon Tonio was verongelukt. Over zijn zoon schreef hij ‘een requiemroman’ die, een zeldzame combinatie, zowel de elitaire Libris Literatuurprijs won als de volkse NS Publieksprijs.

Niets aan het optreden was toeval. 24 mei was precies de derde sterfdag van Tonio. Op Van der Heijdens verzoek was er een stevige tafel op het podium neergezet, waarop hij kon leunen bij ‘innerlijk beven’. Het ‘zelfgekozen kluizenaarschap’ van Van der Heijden was op z’n minst poreus te noemen: hij werd in verschillende kranten al groot (via e-mail) geïnterviewd; in het kerstnummer van NRC Handelsblad publiceerde hij een dagboek; bij de bekendmaking van de Librisprijs was er een cameraploeg bij hem thuis (er zijn ter vergelijking ook auteurs die écht niet in de media willen, Marie Kessels bijvoorbeeld. Geen idee hoe ze eruitziet).

Van der Heijden werd door de studenten, en interviewer Twan Huys, met alle eerbied behandeld. Was A.F.Th. ook zo ontvangen als hij zich in een driejarig kluizenaarschap had teruggetrokken zonder dat zijn zoon was overleden? Was zijn optreden ook dan zo’n hype geweest? Zou Tonio ook zo’n eclatant succes zijn geworden als het fictie was?

Niemand stelde hem dat soort vragen, en waarom ook zo cynisch zijn? Hij was bij College Tour om de studenten te vertellen over het leven en dat deed hij. Ook zonder vragen over literatuur bewees Van der Heijden geen pen nodig te hebben om in literatuur te handelen. In dezelfde volzinnen die je in zijn romans zou verwachten sprak hij over het noodlot dat hem en zijn vrouw had getroffen, over hoe het geen nut had te fantaseren over hoe het anders had kunnen lopen: ‘Het noodlot bedient zich vaak van meerdere inktvisarmen om zijn gelijk te halen en hier waren twee krachten naar elkaar op weg, al dan niet door de goden gepland.’

Elke nieuwshype verloopt volgens een bepaald traject. Eerst is er het nieuws dat zich als een olievlek verspreidt, op steeds meer plekken besproken wordt, zozeer dat of het nu groot nieuws is of klein nieuws, publiek of privé, geen media-outlet er meer omheen kan. De vechtscheiding van twee BN’ers hoort bepaald niet thuis in het Achtuurjournaal, maar op het moment dat de nos het idee heeft dat de scheiding hét gespreksonderwerp is bij het koffieapparaat van elke kantoortuin, dan kan het Journaal het niet laten liggen (zo verantwoordde _Journaal-_hoofdredacteur Marcel Gelauff de aandacht voor de relatiebreuk van voetballer Raphael van der Vaart en zijn Sylvie, née Meis).

De volgende stap is de backlash tegen de hype, de opiniestukken waarin wordt gezegd dat dit nieuws helemaal geen nieuws is, niet onze aandacht verdient, dat we ons met andere zaken bezig moeten houden. Vijftig tinten grijs was vanaf het moment van publicatie een verkoopsucces, maar het enorme verzet dat overal werd geuit tegen de populariteit van de seks­roman vergrootte de onvermijdelijkheid van het boek, en vergrootte dus de populariteit. Het verzet bestendigt de hype. Of, zoals Bas Heijne het dit weekend verwoordde in zijn _NRC-_column over de broertjes: ‘Op ontzetting volgt nu steevast ontzetting over de ontzetting: het nationale medeleven met de gedode broertjes uit Zeist gaat alle perken te buiten! Een week lang hagelde het opiniestukken: het zijn de media die geen maat weten te houden, het zijn sensatie­beluste burgers die in de auto stappen en van de plaats delict een attractie maken. De collectieve uitbarsting van emotie is een vorm van nieuwe religiositeit. Niet waar: het is het verlangen naar een verdwenen wij-gevoel.’ Et cetera. Wat begon als een overkill aan openbaar verdriet werd een overkill aan duidingsdrift, aldus Heijne (die daarmee nog een meta-duit in het door hemzelf overvol verklaarde zakje deed).

Dit traject mag inmiddels bij de ingevoerde mediaconsument als bekend worden verondersteld, net zoals de redenen ervan. In zijn veelbesproken Flat Earth News uit 2010 wees Guardian-_journalist Nick Davies er al op dat nieuws altijd al een _‘consumer good’ is geweest, een consumptieartikel dat je kunt verkopen. En móet verkopen, want nu hoge kijkcijfers en grote krantenoplages niet zo vanzelfsprekend meer zijn als ze ooit waren, zoeken de investeringsmaatschappijen en beursconglomeraten die de nieuwsmedia bezitten telkens nieuwere methodes om hun berichtgeving aan de man te brengen. Dat betekent allereerst dat er meer hypes zullen zijn, omdat media elkaar meer beconcurreren en het zich niet kunnen veroorloven niet te berichten over wat andere media wél berichten: de massamedia dwingen zichzelf steeds meer kuddegedrag te vertonen.

Maar ‘repackaging’ van nieuws heeft ook gezorgd voor een grotere bewustwording van hoe nieuws eruitziet. Om het beter consumeerbaar te maken wordt het niet meer geserveerd in op zichzelf staande brokken, losse feiten, zakelijke berichten. Een nieuwsverhaal is een narratief geworden, met terugkerende gezichten, met slachtoffers en daders, en met een spanningsboog gedurende de looptijd van een nieuws­verhaal – een werkweek, soms langer.

Geen narratief laat zich beter ontwikkelen dan een dood. Het drama is duidelijk (een lijk, een rouwende familie), de ontknoping (wat is er gebeurd, wie heeft het gedaan?) een kwestie van tijd. In College Tour verklaarde Van der Heijden het succes van het boek Tonio door te zeggen dat het in feite een detective was. Oneerbiedig gezegd: er was een lijk en hij diende uit te zoeken wat er gebeurd was.

In zijn pas verschenen boek Hoogteverschillen, over de rouw om zijn overleden echtgenote, citeert Julian Barnes instemmend E.M. Forster: ‘De ene dood kan misschien worden verklaard, maar hij werpt geen licht op de andere.’ Maar we zijn slecht in het omgaan met de dood, schrijft Barnes, ‘dat banale, unieke iets’. We bestuderen graag de rouw van een ander, omdat het de enige manier is om erop te oefenen. Net als bij een naar ongeluk kunnen we niet wegkijken.

Dat narratief hoeft geen kranteneigenaar of hoofdredacteur van hogeraf op te leggen; het is geen kwaadwillend plan; het is een omslag in het denken die onbewust wijdverspreid raakt onder iedereen die met die media te maken heeft. Het is geïnternaliseerd. Je moet wel heel cynisch zijn wil je denken dat de burgermeester van Zeist zijn verklaring nog even extra theatraal maakt om het nog spannender te maken, maar toch lijkt zijn manier van optreden perfect te passen in het denkraam waarbinnen het mediaverhaal rond de broertjes zich afspeelde.

De hype rond de vermiste broertjes was misschien niets nieuws, maar wel nieuw was de hardhandigheid waarmee de media hun narratieve manier van denken oplegden aan de gebeurtenissen in en rond Zeist. Bijna dagelijks had de berichtgeving over de vermissing een directieve kwaliteit: er werd niet alleen bericht gedaan van de vrijwilligersacties om de jongens op te sporen, op sommige acties werd vooruit geblikt. De verslaggeving was wervend.

Een van de meest opvallende nos-berichten kwam daags nadat de lichamen gevonden waren: de politie had de vindplek vrijgegeven; het publiek kon daar nu eventueel bloemen leggen. Het was geen bericht, het was een suggestie, een oproep: gaat heen en leg bloemen. Speel de rol die bij het verhaal hoort.