Ilja Ilf en Jevgeni Petrov

Gallup

Ilja Ilf en Jevgeni Petrov, Amerika eenhoog

Vertaald door Paul Janse en uitgeverij Wereld bibliotheek

Uitg. Wereldbibliotheek, 441 blz., ƒ59,50

Wie aan Amerika denkt, denkt niet aan Gallup. Amerika is New York, Chicago, de Niagara Falls, de Grand Canyon, Hollywood, San Fransisco. Wie aan Amerika denkt, ziet groot, lang, wijd en hoog, de Route 66 en het Empire State Building. Maar nooit denkt iemand aan Gallup.

Van oktober 1935 tot februari 1936 maakt het Russische schrijversduo Ilja Ilf en Jevgeni Petrov een reis door de Verenigde Staten. Ze schrijven verslagen voor de Pravda en bundelen deze in Amerika eenhoog, dat verschijnt in 1937. Het boek is een eerlijk verslag van de verbazing, bewondering en kritische gevoelens die Ilf en Petrov ervoeren toen ze door Amerika reisden. Het heeft meer met Bill Bryson gemeen dan met Karl Marx. Het legt de eigenaardigheden bloot van een natie die altijd volkomen overtuigd is geweest van zijn eigen gelijk. Maar het probeert ook te duiden wat de schoonheid en aantrekkingskracht is van Amerika, in weerwil van de blinde Stalin- en Sovjetverering die er in die tijd van Russische schrijvers werd gevraagd.

Overzee ontmoeten de Russen Amerikaanse grootheden als Ernest Hemingway en Henry Ford, zien ze een elektrische stoel en het geboortehuis van Mark Twain, spreken ze met lifters, uitvinders, werklozen en indianen. Samen met hun schilderachtige reisgenoot Mr. Adam en zijn vrouw reizen ze van New York naar San Francisco en terug, in «de beste van de 25 miljoen Amerikaanse automobielen»: een muisgrijze Ford. Daarbij ontdekken ze dat, afgezien van enkele grote steden, Amerika vooral een één- en tweeverdiepingenland is, en het gros van de bevolking in stadjes woontmet slechts enkele duizenden inwoners. Zoals Gallup. «Als de Amerikanen ooit naar de maan zullen vliegen, bouwen ze daar ongetwijfeld precies zo’n stad als Gallup. Tussen de maanwoestijnen van New Mexico staat immers deze benzineoase, met zijn Main Street, Manhattan Café waar je tomatensoep kunt drinken, appeltaart kunt eten en vijf cent in een automaat kunt gooien om te luisteren naar een grammofoon of een mechanische viool; met een warenhuis waar je een roestkleurige ribfluwelen broek, sokken, dassen en een cowboyhemd kunt kopen; met een Ford-automobielenwinkel; met een bioscoop waar je een film over rijkelui of bandieten kunt zien; en met een apotheek [drugstore], waar nette meisjes, fatterig als Poolse officieren, ham and eggs eten voor ze naar hun werk gaan. Goede stad Gallup!»

Zolang Ilf en Petrov onderweg zijn, leest Amerika eenhoog als een trein. Het duo bedient zich van een doeltreffende stijl en van een terloopse droge humor. Hun reis voert hen van de ene verbazing in de andere. Elke Amerikaan die ze tegenkomen, vertelt zonder schroom zijn levensverhaal en dat is altijd lezenswaardig. Met hun prettig onbevangen blik prijzen Ilf en Petrov de servicegerichtheid en de vergevorderde techniek. Dat Amerikanen zonder leuteren hun woord houden, maakt diepe indruk. Als Ernest Hemingway hen op een feestje met een «highball» in zijn hand verklaart dat hij hen binnen kan loodsen in de Sing Sing-gevangenis, nemen ze dat niet al te serieus. Een dag later ontvangen ze een uitnodiging en krijgen ze een aanbeveling bij de gevangenisdirecteur.

Alle Amerikaanse openhartigheid ten spijt valt het Ilf en Petrov ook op dat geen van de mensen die ze ontmoeten bijster in hen is geïnteresseerd. Belangstelling voor de buitenwereld lijkt vrijwel te ontbreken bij Amerikanen. Onderweg maken de Russen kanttekeningen bij de wetten die de American Way of Life dicteren. Alles is schijnbaar gebaseerd op één principe: het moet iets opleveren. Daarom zijn de indianen uitgemoord en weggestopt in onherbergzame gebieden, daarom leren zakenmannen het volk om Wrigley’s te kauwen en Coca-Cola te drinken, daarom stelt het Amerikaanse theater niet veel voor, in tegenstelling tot de film.

In Hollywood kantelt de toon. Het verslag wordt normatiever en de afgewogen mix van bewondering, bedenkingen en humor raakt uit balans. Ze zijn te lang onderweg. Bovendien — al staat dit niet in het boek — Ilf is ziek geworden. Hij hoest bloed op. Artsen twisten over de diagnose. De Russen hebber er genoeg van en reizen terug naar New York. In New Orleans constateren ze nog slechts scherp het alom aanwezige racisme en geven ze een hilarische beschrijving van een in het water gevallen nieuwjaarsviering, maar de fut is uit de reis.

Terug in Rusland wordt de juiste diagnose gesteld: tuberculose. Een jaar later overlijdt Ilf. Na hun terugkeer schreef het duo nog één werk, de novelle Tonja, die sterk anti-Amerikaans van toon is. Dat kan te maken hebben met de gemengde, niet erg positieve ontvangst van Amerika eenhoog. Na de burgeroorlog stelde Lenin tijdens de zogenaamde NEP in de jaren twintig een adempauze in, waarvan uitgeverijen en schrijvers dankbaar profiteerden. Ilf en Petrov kwamen op in deze jaren, en hun meesterwerk De twaalf stoelen was de populairste humoristische roman van die tijd. Maar in de meest bloeddorstige van de Stalin-jaren meenden recensenten dat het duo zich met Amerika eenhoog te veel had laten verblinden door oppervlakkige verschijnselen. Het heeft er de schijn van dat ze zich deze kritiek aantrokken; daarvan getuigt Tonja.

Toen Ilf en Petrov Amerika eenhoog schreven, hadden zij nog geen last van het veranderde politieke en culturele klimaat. Het was hun laatste grote werk. Amerika eenhoog is de zwanenzang van een uniek schrijversduo. En dankzij hen heeft het plaatsje Gallup de plaats gekregen die het verdient.