Gandhi

Het artikel over Mahatma Gandhi van de hand van Aart Brouwer in De Groene van 30 juli is voor Indiërs buitengewoon aanstootgevend, en wij betreuren het dat u zoiets hebt willen publiceren. De auteur heeft selectief gebruikgemaakt van bepaalde berichten aangaande de overtuigingen en gewoonten van de Mahatma ter ondersteuning van zijn (Brouwers) pseudo-freudiaanse visie, waarvan de onsmakelijke bedoelingen al uit de eerste zinnen van het artikel blijken.

Brouwers artikel is doorspekt met onjuistheden en oppervlakkige en vertekende conclusies. De principes van de Mahatma ten aanzien van hygiëne en voedsel waren een onderdeel van zijn denkbeelden over de individuele zelfverbetering en de sociale hervormingen die hij anderen niet heeft opgedrongen, en die hij ook niet heeft gebruikt in zijn politieke strijd tegen het koloniale bewind.
Brouwer spreekt over de ‘bezetenheid’ waarmee de Mahatma zijn denkbeelden over zuiverheid, geweldloosheid en waarachtigheid aanhing. In de eerste plaats: niet één Indiër, en misschien ook niemand elders ter wereld, gelooft dat Mahatma Gandhi ooit 'bezeten’ is geweest in wat hij deed. De Mahatma zette zich in voor de vrijheid van India en voor bepaalde waarden in het leven. Juist door die inzet is de wereld hem gaan erkennen als een mahatma ('grote ziel’). Zijn inzet voor waarheid, geweldloosheid en zuiverheid heeft geleid tot zijn grote betekenis, en niet tot freudiaanse complexen.
Brouwer schrijft dat Mahatma Gandhi gebruikmaakte van lavementen, dat hij belangstelling had voor gezonde voeding en betere toiletvoorzieningen; en Brouwer spreekt ook over de opvattingen aangaande seks en vegetarisme van de Mahatma. Brouwer lijkt erop te zinspelen dat er iets mis is aan dat alles, maar het tegendeel is waar. Men mag niet vergeten dat Mahatma Gandhi, door zijn eigen voorbeeld en dat van zijn volgelingen, voor zijn landgenoten de nadruk heeft gelegd op de betekenis van goede voedingsgewoonten, hygiëne en moraal. Waren dergelijke adviezen niet gepast en nuttig in een koloniaal land dat leed onder uitzonderlijke armoede, ondervoeding, slechte gezondheidstoestanden en sterke bevolkingsgroei?
Wanneer beweerd wordt dat Mahatma Gandhi 'zichzelf tot voorwerp van onvoorwaardelijke aanbidding’ heeft gemaakt, dat hij fanatiek was in zijn religieuze overtuigingen of dat hij een persoonlijkheidscultus rond zijn persoon heeft laten ontstaan, dan is dat een karikatuur van de feiten. De mensen voelden zich tot hem aangetrokken, niet omdat hij blinde toewijding eiste, maar omdat zijn kwaliteiten van hoofd en hart hen tot een dergelijke massale verering brachten. De Mahatma is niet gaan wanhopen aan zijn filosofie van geweldloosheid: tot zijn laatste ademtocht heeft hij deze gepredikt en in de praktijk gebracht. Als anderen niet in staat zijn geweest aan zijn hoge normen te voldoen, dan mag men toch niet redeneren dat hij daarvan de schuld was. Dat zou net zoiets zijn als een berisping aan het adres van Rembrandt omdat geen van zijn leerlingen hem heeft kunnen evenaren.
Publieke figuren vallen inderdaad onder de aandacht van het publiek, maar niet onder het scatologische soort aandacht waaraan Brouwer de voorkeur geeft. De betekenis van mensen als Mahatma Gandhi, Plato of Erasmus is gebaseerd op een leven van unieke prestaties. Een standbeeld van Mahatma Gandhi siert een laan in Amsterdam, en talloze straten en pleinen in Nederland en over de gehele wereld zijn naar hem genoemd. Personen met wereldwijde betekenis kunnen tekortkomingen vertonen, maar elke opzettelijke poging om fouten bij hen te zoeken, zonder iets te begrijpen van de context van hun leven en hun tijd - en erger nog, de poging om fouten te verzinnen waar ze niet bestaan -, komt slechts neer op kleingeestigheid en grofheid. Hoe zou het Nederlandse publiek reageren als een buitenlander met beperkte kennis en inzichten een gerespecteerde Nederlandse persoonlijkheid beledigde? Den Haag PRABHAKAT MENON Ambassadeur van India in Nederland