Filmer Anand Patwardhan over Indiaas nucleaire nationalisme

«Gandhi is tegenwoordig niet meer populair»

De Indiase filmer Anand Patwardhan maakte een documentaire over het nucleaire nationalisme van India. Zijn bekroonde film ligt onder vuur van de censor. «In Amerika, India en Pakistan worden de mensen gemanipuleerd.»

Trillende beelden in zwart-wit: handen die opengaan en een klein pistool onthullen; een trekker die wordt overgehaald. Schoten die een eind maken aan het leven van Mohandas Gandhi, de Mahatma. Een rouwende menigte in shock.

Zo begint Oorlog en vrede van de Indiase documentairemaker Anand Patwar d han. De scène kan geen genade vinden in de ogen van de Indiase censor. Gandhi is vermoord door een hindoefanatiekeling uit een hoge kaste, en in het huidige politieke klimaat in India is het ongepast daarnaar te verwijzen.

«Gandhi is tegenwoordig niet meer zo populair», zegt Patwardhan, die in Nederland is op uitnodiging van Azië Studies in Amsterdam. «Zijn ideeën over geweldloosheid en sociale rechtvaardigheid worden weggehoond door een generatie die van India een supermacht wil maken. Het gedachtegoed van de Mahatma reduceerde India tot een zwakke vrouw, wordt er gezegd. De extremis ten binnen de Shiv Sena (een fundamentalistische hindoe-organisatie) spreken zelfs openlijk hun waardering uit voor de moordenaar van Gandhi. De censor drijft mee op de golf van nationalisme die sinds de nucleaire tests van 1998 het subcontinent overspoelt. Pacifisme is verworden tot het idee dat faalde. De hindoe-elite gooit nu ook de erfenis van Gandhi overboord: India ligt in de uitverkoop. Het Westen wordt gewetenloos geïmiteerd en de bovenlaag schurkt aan tegen de big business.»

Oorlog en vrede is een groots opgezette documentaire waarin de resultaten van het failliet van Gandhi’s India en de opkomst van het nucleaire nationalisme aan een onderzoek worden onderworpen. Op koele maar indringende wijze wisselt Patwardhan oorlogshitserij af met beelden van kleinschalige vredesbetogingen; jonge mannen die hun steun betuigen aan premier «Atoombom» Vajpayee door petities met bloed te tekenen met beelden van mismaakte kinderen uit het testgebied; een vrouw die op een massabijeenkomst van hindoes de «soldaten van Ram» opzweept tot nog grotere haat tegen Pakistan met beelden van een radio actief besmet schooltje bij een uraniummijn. Het gaat Patwardhan om de krankzinnigheid van wat er gebeurt.

Het eerste deel van de film concentreert zich op India en Pakistan, in het tweede deel reist Patwardhan naar Japan en Amerika. In Japan woont hij een bijeenkomst bij van habikushka’s (overlevenden van de atoomaanvallen) en filmt hij in het herinneringscentrum in Hirosjima. Hij constateert overeenkomsten tussen het nationalisme van Amerika en dat van India en toont hoe ook het Amerikaanse publiek opzettelijk onwetend wordt gehouden: in 1995 wilde het Smithsonian Museum in Washington in een tentoonstelling over de geschiedenis van de twintigste eeuw niet alleen de Enola Gay, het vliegtuig dat de eerste atoombom droeg, tentoonstellen, maar ook materiaal waaruit duidelijk wordt dat president Truman op de hoogte was van de op handen zijnde capitulatie van Japan vóórdat hij zijn fiat gaf aan de vernietiging van Hirosjima. Dit materiaal, evenals niets verhullende foto’s van Japanse slachtoffers, bleek onverteerbaar voor een aantal militairen en politici. Alles wat het Amerikaanse publiek tegen de atoombom zou kunnen opzetten werd onder druk uit de tentoonstelling verwijderd. De mythe van de bom als instrument voor vrede moest in stand worden gehouden. Bovendien kon de wapenindustrie geen negatieve aandacht gebruiken, met de dalende defensiebudgetten na het einde van de Koude Oorlog.

«Mensen worden gemanipuleerd», zegt de filmer. «In Amerika, in India, in Pakistan. Of het nu gaat om de Golfoorlog, om Afghanistan of om Japan in 1945. Of om het stralingsgevaar bij de testlocaties en de uraniummijnen. De werkelijkheid wordt toegedekt met bedrog.»

Niet alleen woede en rechtvaardigheidsgevoel liggen ten grondslag aan zijn beelden uit Amerika: «In India krijg je, als je protesteert tegen nucleaire wapens, tegen oorlog of de exploitatie van het milieu, het verwijt naar je hoofd dat je een navolger bent van Amerika, dat de VS India een eigen bom niet gunnen, dat je de Amerikaanse milieumensen napraat en tegen ontwikkeling van India bent. Om gehoord te worden moet je aantonen dat Amerika crimineel nummer één is vóór je India kunt uitroepen tot goede tweede. Alleen zo kun je het ‹waarom zij wel en wij niet›-argument weerleggen.» Hij vindt het belangrijk het idee te ontzenuwen dat kernwapens worden ontwikkeld voor de veiligheid. «De bom gaat over aanzien, niet over veiligheid. Zoals Engeland en Frankrijk hun atoomarsenaal hebben ontwikkeld om het verlies van de koloniën te compenseren, zo neutraliseert India met de bom zijn minderwaardigheidscomplex.» Een atoomwapenarsenaal als product van gefrustreerde geldingsdrang: India wil meetellen op het wereldtoneel, en nucleair is het land in de race om een supermacht te worden. Ironisch genoeg werkt het nog ook. «Sinds India en Pakistan kernmachten zijn, heeft de wereld meer aandacht voor het subcontinent. De atoombom is het wisselgeld van de macht. De taal waarmee hij wordt aangeprezen is de taal van de elite. En ondertussen is het levensgevaarlijk geworden voor iedereen. De regio is extreem onrustig en de waanzin — en daarmee een ongeluk — ligt altijd op de loer. Dat hebben we gezien bij de oorlog in Kargil in 1999.»

Ook de bijna-oorlog tussen India en Pakistan, nadat dit voorjaar de spanningen rond Kashmir weer opliepen, benadrukt hoe wankel het evenwicht is.

Patwardhan is een geëngageerd filmer. Niet voor het eerst in zijn dertigjarige carrière heeft hij te maken met tegenstand van de censor. Hij maakte controversiële films over emancipatie van hindoes uit de lage kasten; over de vernietiging van land en natuurlijke hulpbronnen door hebzucht en winstbejag; over de orgie van geweld, gemanipuleerd nationalisme en hindoefascisme rond de vermeende geboorteplaats van de god Ram en de Babri Moskee in Gujarat; en over de samenhang tussen gefnuikte mannelijkheid en religieus geweld.

Maar rond Oorlog en vrede is de strijd grimmiger. Patwardhan ervaart een duidelijke verandering van de tijdgeest. De censor heeft hem gesommeerd 21 scènes uit zijn film te knippen, waaronder niet alleen de moord op Gandhi, maar ook hun handtekeningen in bloed zettende fanatieke supporters van de bom, de extremistische spirituele leidster die haar hindoe-volgelingen oproept tot een heilige oorlog tegen Pakistan, en andere verwijzingen die niet stroken met de nationalistische hindoeïstische agenda van de regeringspartij BJP.

Patwardhan is niet werkelijk verrast over deze censuur. Wat hem wel verbaast, en enigszins amuseert, is dat hij opdracht heeft gekregen alle beelden van politici te verwijderen. «Eigenlijk is het een compliment. Het betekent dat de politiek de portee van de film goed heeft begrepen. Ze moeten hebben doorzien hoe die mensen klinken, hoe dom ze overkomen. En hoe ontnuchterend dat werkt op het publiek, dat na het zien van de film veel minder enthousiast is over de verworvenheden van de atoombom.»

Hij is vastbesloten de strijd met de censor uit te vechten. «De zaak dient nu bij het tribunaal, het hoogste orgaan van de Raad voor Censuur. Daarna is er de rechter.» Aan strijdbaarheid ontbreekt het hem niet, maar hij beziet de ontwikkeling met toenemende zorg. «De BJP infiltreert het bureaucratisch apparaat en ondermijnt op die manier de controlemechanismen die India op een democratische koers houden. Als dat lukt is dat niet alleen een bedreiging voor de democratie, maar ook een aantasting van het seculiere karakter van de staat. Het hindoeïsme als religie raakt gepolitiseerd. Het wordt opnieuw gedefinieerd naar beeld en gelijkenis van de vijand, de islam. Fundamentalisten van beide kanten gebruiken dezelfde formules, genereren dezelfde haat.»

Patwardhan illustreert zijn standpunt met de strijd om de vermeende geboortegrond van de god Ram in Gujarat. «Het hindoeïsme lijkt een monotheïstische godsdienst te zijn geworden, waarbij de geboorteplaats van Ram inzet is van een dodelijk gevecht tussen hindoes en moslims. Het is in strijd met de essentie van de religie. Het brahmanisme, gebaseerd op een systeem van ongelijkheid, krijgt de overhand. In India zullen de veranderingen moeten komen van de onderdrukten, de lage kasten. Zij hebben hun menselijkheid beter bewaard dan de stadse elites. Zij zullen het gevecht voor democratie moeten leveren. Zo is het tenslotte in Europa ook gegaan.»

Dat de opkomst van het religieus fundamentalisme samenvalt met de ondergang van het socialistische experiment is volgens Patwardhan geen toeval. «Natuurlijk was de Sovjet-Unie geen heilstaat, en de Chinese regering zorgt slecht voor haar bevolking, maar het is een verlies dat het socialistisch ideaal na het ineenstorten van de communistische staten op de mestvaalt is beland. Het idee van sociale rechtvaardigheid en gelijkheid is terzijde geschoven voor de individuele belangen en de vrijemarkteconomie van het kapitalisme. Mensen hebben echter samenbindende waarden nodig. Idealen. Alleen maar pakken wat je pakken kunt voor jezelf is uiteindelijk niet bevredigend. Het wegvallen van het ideaal van internationale solidariteit en het bindende van ‹arbeiders aller landen verenigt u›, gekoppeld aan de spirituele leegte die het individualistische kapitalisme met zich meebrengt, drijft mensen in de armen van het fundamentalisme. En dat maakt met het oog op de nieuwe, nucleaire, wapenwedloop, de nieuwe wereldorde en de Hit them before they hit you-doctrine van George W. de wereld geen veiliger oord.»