Het migrantenmuseum

Ganzeneters

Omdat ze dieven waren, slopen de twee gastarbeiders als dieven het park binnen waar eenden en ganzen bij het meertje zaten te pitten. Het was diep in de nacht, in de aderen van de twee gastarbeiders vloeide jong, onstuimig bloed, Juliana was koningin, de vorst had zijn intrede nog niet gedaan, een paar uur later zou de zon schijnen en veertig jaar later zou het migrantenmuseum zijn deuren openen voor bezoekers. De twee jonge gastarbeiders konden niet weten dat ze die nacht hun bijdrage zouden leveren aan het museum… Zo stil als een vos die een kippenhok in het vizier heeft, zo slopen ze naar de twee ganzen bij het meer. Toen ze de ganzen bij de veren grepen en begonnen te rennen, begon het hartverscheurende gegak. Maar de twee vetgemeste vogels waren te laat met hun roep om hulp.
Het was de derde week van de stage van het meisje bij de krant De Gelderlander. Haar eerste taak was dat ze, nadat ze koffie had gemaakt voor de hele redactie, de politie belde om te vragen of er iets was voorgevallen in de stad wat het waard was om te vermelden in de krant. De politieagent vertelde over het voorval in de nachtelijke uren: ‘Gisternacht hebben twee mannen twee ganzen gestolen uit het Graafschappark. Een mevrouw op leeftijd heeft de mannen zien wegrennen. Ze kon hun gezichten niet zien…’
Dit bericht heeft de kolommen van de krant gehaald. De Doetinchemmers braken het hoofd over welke twee gekken nou ganzen zouden stelen uit het park en waren bereid om dit voorval snel te vergeten. Maar daders blijven nu eenmaal terugkomen op de plek van de misdaad. De twee domme ganzen, genaamd Nuri en Bekir, hadden niet eens het geduld om een paar dagen te wachten eer ze weer in de buurt van het meertje vertoefden. De wakkere oude mevrouw, die de dieven had zien wegrennen, lag op de loer en begon te denken dat die ganzendieven best wel eens deze twee jongemannen zouden kunnen zijn. Ze belde de politie, die kwam de twee gastarbeiders arresteren, de oude mevrouw bleek gelijk te hebben en de stagiaire kon deze keer in de kolommen van de krant melden dat de ganzendieven gepakt waren.
In het migrantenmuseum hangt een foto van vijf gastarbeiders die om een tafel zitten te eten. Ze zijn dun, drie hebben een snor, twee niet. Ze lachen niet, want deeg met ganzenvlees eten is een serieuze aangelegenheid. In de winter eet je gans. Gans die je een heel jaar lang hebt vetgemest. Deze jonge mannen uit het oosten van hun moederland hebben speciaal voor deze dag deeg gerold en de vleesstukken er in gezet. Ze kijken niet eens vrolijk. Ze eten net zo serieus hun gans als de Brabanders van Van Gogh hun aardappels.
De redactie van De Gelderlander heeft zin in gein. De stagiaire wordt opgedragen om in de zaak van de ganzendieven ‘dieper’ te graven. Ze vindt het huis waar de gastarbeiders wonen, belt aan en zegt dat ze namens de gemeente onderzoek doet naar de balkons van de huizen. Ze wordt uitgenodigd om binnen te komen. Een van de gastarbeiders veegt de vloer met een ganzenvleugel. De tafel wordt gedekt. Het heerlijke eten (gans die deze keer door Nuri en Bekir in Almelo is gestolen en met de auto naar Doetinchem is gebracht) wordt op tafel gezet. ‘Jij ook niet eten meisje? Kip, kip, echt waar kip.’
De stagiaire neemt een paar hapjes, vindt het vlees heerlijk, ze maakt een foto van de vijf gastarbeiders en komt de vrucht van haar onderzoeksjournalistiek aan de redactie laten zien. De foto die de krant nooit heeft gehaald, want hoe bewijs je dat het gans is en geen kip, hangt nu in het migrantenmuseum.
Nuri en Bekir, mannen die nu geen haar op hun hoofd meer hebben en nog steeds in de buurt van meertjes slenteren om te ruiken aan hun jeugd, hebben veertig jaar later toegegeven dat ze ganzen hebben gestolen.
En de stagiaire die de foto heeft gemaakt toen, ze is zo aardig geweest om de foto te schenken aan het museum. Dit museum krijgt namelijk geen subsidie en kan niemand betalen.