Televisie: Vroege vogels

Ganzenveren

Bij aankomst in het huis bij zee een incidentele duinroos. Twee dagen zon later, een zee (al weer) van wit en roze. Ze lijken van papier, maar inhaleer en je waant je in een zeepwinkel. Twee vogelsoorten komen eten halen. De mussen, uit het Amsterdamse Vondelpark verdwenen, maar hier lustig tjilpend, bescheiden pracht van bruintinten. En de kauwen, ook al bloedmooi, in grijs en zwart. Maar wie zijn die struikenzangers rondom, vooral in de avond? Je krijgt ze zelden te zien, weet ze bij uitzondering te benoemen, maar hun totaal verschillende liederen koppelen aan een naam? Vergeet het. Zo lang geleefd, en kennelijk zo slordig. Dus herinner ik me die klassieke scène waarin Wim de Bie, uit vergelijkbare gêne, een flora koopt: hij heeft een dag vrijgeroosterd om de natuur in te gaan. Vergeefs tracht hij bloem en plant te determineren. Als het al schemert en de zaklantaarn erbij komt, beseft hij wanhopig dat het er dus nooit van zal komen. Met alle respect voor de amateurvogelaars en -botanici die hoger kennis verwerven: ik herken me in dat zelfportret van De Bie, verlangend maar ongetalenteerd – we zijn met velen.

Toch was het geen leedvermaak dat me deed lachen om Menno Bentveld die in Vroege vogels Munnikenland bezocht – sinds kort geen bietenland meer maar vogelmekka en overstromingsgebied (‘badkamer voor noodsituaties’). Dat is de winst van de evacuaties waartoe 250.000 mensen in 1995 gedwongen waren: rivierwater niet langer zo snel mogelijk afvoeren, met steevast overstromingen in piekjaren, maar het opvangen in nieuwe natuur met hoge dijk rondom. Al vroeg zien gids en presentator blauwborst (‘echte ruigtevogel’), rietgors, dodaars, lepelaar, veldleeuwerik; en horen ze de roerdomp. Menno’s gezel, ‘WetlandWacht’ Coen van Tuijl, kent ze uiteraard allemaal, van aanzien en geluid. Geef mij zo een gezel. ‘Al die witte pluimpjes, is dat een bloeiwijze?’ vraagt Menno. Coen lacht: ‘Nee, ganzenveren.’

Daar staan we dan, Menno en ik, bereid tot leren, maar o zo onwetend. Hoewel Menno, door tv-professie, dan weer eindeloos veel meer weet dan ik. Ach, Vroege vogels, het is nodige, heerlijke, onmisbare, ‘gewone’ televisie. Over natuur op micro-, meso- en macroniveau. Dit jaar begonnen ze met een overwinteringsspecial (honkvaste lepelaars zijn verloren als de boel dichtvriest) en eentje over nieuwkomers wolf, goudjakhals, wilde kat en wellicht lynx. Ze waren in het Goois Natuurreservaat, Roerdal, de Eempolder, het Beekdal Koningsdiep, Hart van Drenthe. En in de Diemerscheg (voormalig baggerdepot en gifbelt vlak bij Amsterdam). Menno op slangenjacht, Willemijn op pad met stadsecoloog Geert Timmermans vanwege de boommarter (uiterst zeldzaam in het Westen) en met een vogelkenner die tussen vrolijk divers gezang zegt ‘hé, mijn eerste tuinfluiter’ en prompt ‘o zwartkop’. Kijk, dat bedoel ik nou. Trouwens, recent zag ik in een documentaire over de Marker Wadden baardmannetjes. Wonderschoon, de vrouwtjes uiteraard (?) baardloos. Dan lees ik dat voormalig baardmannetje en vogelminnaar Hans Dorrestijn vanaf 13 juli zes weken ‘alleen op een Waddeneiland’ gaat zitten. Voor Max. Als dat maar goed afloopt na Godfried Bomans. O ja, Vroege vogels is vrijdag in De Pelen, Noord-Limburg. Ze beloven veenmosjes, gladde slang, hondsvisjes, vinpootsalamander en meer.


Vroege vogels, BNNVARA, NPO 2, op vrijdag 19.50 uur