Gapend gat

In de Kamer klinkt een ander Nederlands dan op de camping. Ook als politici dezelfde kwesties als Henk en Ingrid bespreken, kunnen ze elkaar niet verstaan.

pvv-leider Geert Wilders, het boerkaverbod en politiek mediastrateeg Hans Anker – vorige week woensdag waren die drie er ineens tegelijkertijd, ook al waren ze op verschillende plekken aan het woord of aan de orde. Wilders sprak op de laatste dag van het ‘minder, minder, minder’-proces waarin hij terechtstaat voor het aanzetten tot discriminatie en haat. Het wettelijke boerkaverbod werd behandeld in de Tweede Kamer. En Anker hield een lezing in het Haagse perscentrum Nieuwspoort.

Met gevoel voor drama riep Wilders tegen de rechters, maar vooral tegen de camera’s: ‘Spreek mij vrij, spreek ons vrij.’ Met een tiental zwaar gesluierde vrouwen op de publieke tribune kreeg het boerkaverbod na jaren van niet uitgevoerde moties en onbehandelde voorstellen nu een Kamermeerderheid – het is deze keer dan ook een gedeeltelijk verbod. Hans Anker had het ondertussen over het gapende gat tussen de taal op de camping en de taal in de studeerkamer. Wilders sprak die eerste taal; in de Kamer werd die andere taal gevoerd. Daartussen gaapt een gigantisch gat.

Hoewel ook menig Kamerlid kampeert, meent Anker dat Kamerleden niet de taal van de camping spreken. Op de camping, vertaal ik nu maar even, wordt de rechtszaak tegen Wilders als een politiek proces gezien. De pvv-leider zegt volgens de campingbewoners niet alleen wat velen van hen denken, ook andere politici deden uitspraken over Marokkanen die discriminerend zijn, maar die worden daar niet voor vervolgd.

In de taal van de studeerkamer kan het Openbaar Ministerie echter niet anders dan Wilders vervolgen. Er is immers aangifte gedaan tegen hem door mensen die zich gediscrimineerd voelden, niet tegen die andere politici. De wet schrijft voor dat in dit geval vervolgd moet worden. Dat de pvv-leider daarmee een podium en gratis media-aandacht krijgt, uitgerekend zo vlak voor de verkiezingen, mag eveneens geen rol spelen in het besluit te vervolgen. Denk je het tegenovergestelde in: dat het OM zou besluiten een d66-politicus niet te vervolgen waartegen aangifte is gedaan wegens discriminatie. Dan zou volgens de camping de ene elite de andere in bescherming nemen, ook dat zouden ze een politiek besluit vinden.

De camping, maar ook menig Kamerlid, vindt dat Wilders zich niet in de rechtbank, maar in een politiek debat moet verantwoorden. Zo’n debat is er in 2014 na dat scanderen van drie keer het woord ‘minder’ in een café echter nooit expliciet geweest. Ook daar is een studeerkameruitleg voor. De Tweede Kamer controleert het kabinet. Het parlement roept ministers naar de Kamer om zich te verantwoorden, niet elkaar. Alleen voor een uitspraak gedaan tijdens een Kamerdebat kan een Kamerlid tijdens dat debat worden aangesproken, zoals Wilders voor zijn kopvoddentaks of tsunami van islamisering.

Tien mannen met bivakmutsen waren vast niet toegelaten

Twee ex-pvv’ers hebben Wilders’ plan overgenomen voor een wetswijziging waardoor politici ook buiten de Kamer alles zouden mogen zeggen. Daarmee is dan echter niet geregeld dat het politieke debat over een als discriminerend ervaren uitspraak ook daadwerkelijk in het parlement wordt gevoerd. De politieke verantwoording dreigt dan afhankelijk te blijven van praatprogramma’s of kranten. Dat versterkt het onbehaaglijke gevoel dat we in een mediacratie leven. Bovendien geeft het Wilders, of andere politici, de mogelijkheid niet mee te doen aan deze ‘verantwoording’.

Toen de zwaar gesluierde vrouwen vorige week op de publieke tribune zaten tijdens het debat over het wettelijke verbod op het dragen van gezichtsbedekkende kleding op scholen, in zorginstellingen, het openbaar vervoer en overheidsgebouwen vond een jong meisje dat voor het eerst een bezoek bracht aan de Tweede Kamer dat een eng gezicht. Campingtaal, waar ook menig Kamerlid zich – off the record – in kon vinden. Tien mannen met bivakmutsen waren vast niet toegelaten, beaamden ze. De nieuwe wet gaat overigens ook de bivakmuts en integraalhelm verbieden.

In studeerkamertaal is het verbod op de boerka een strijd tussen enerzijds de vrijheid van godsdienst en anderzijds het stellen van een maatschappelijke norm die ervan uitgaat dat je om samen te kunnen leven elkaars gezicht moet kunnen zien. De strijd tussen die twee ‘waarden’ woedt al jaren.

Ook op de camping van Anker. Maar daar gaat het in taal waarin wordt gerept over angst voor de fundamentalistische islam, over het gevoel dat je in een land leeft dat je niet meer herkent, over veiligheid. En als dan ook nog eens een partij als d66 de gezichtsbedekking van islamitische vrouwen verdedigt, terwijl ze op andere momenten christelijke godsdienstuitingen in de openbare ruimte, zoals luidende klokken, weg wil hebben, is daar op de camping geen touw meer aan vast te knopen.

De reacties vanuit de studeerkamer op de campingmensen heeft volgens Anker vijf stadia. Heel herkenbaar zijn ze: eerst vindt de studeerkamer de camping dom, vervolgens gaat ze het beter uitleggen, dan beter luisteren, om via het de camping naar de mond praten uit te komen bij de camping inhoudelijk tegemoet komen.

Ankers oplossing? Met een zucht schrijf ik het op: leiderschap tonen door tegenspraak te bieden en echt nieuwsgierig te zijn naar wat er op de camping gebeurt. Ach arm, al die kamperende Kamerleden en andere politici die al gaan praten met de spreekwoordelijke Henk en Ingrid, die dan niet mee gaan in hun klachten maar tegenspraak bieden door te laten zien dat er ook een andere kant zit aan hun probleem. Het lijkt vooralsnog niet te helpen. Er gaapt inderdaad een gigantisch gat. En niemand weet hoe dat gat te dichten.