Economie

Gas geven

In de regeringsplannen van cda, pvda en christenUnie wordt de grote doorbraak merkwaardig genoeg geboekt op milieugebied, een thema dat in de verkiezingscampagne werd genegeerd. Goede plannen zijn: rekeningrijden, heffingen op vliegtickets, hogere belastingen op energie, vervuilende goederen en grote auto’s, stimulering van de ontwikkeling van schone technologie, duurzame woningbouw en beperking van CO2-uitstoot.
Verder is het ontmoedigen van roken en drinken en het streven naar groter dierenwelzijn natuurlijk prima. Dit geldt ook voor extra woningbouw en het opknappen van oude wijken. De belastingen en toeslagen zullen meer inkomensgelijkheid realiseren en er wordt extra geld voor onderwijs uitgetrokken, met name voor kwetsbare groepen.

Maar financieel bezien is het akkoord niet verantwoord en niet houdbaar. Bovendien verbeteren de arbeidsmarktprestaties niet, doordat de WAO weer wordt opengezet. Ongeveer de helft van de extra uitgaven wordt betaald uit zogenoemde efficiëntieverbeteringen, eenmalige opbrengsten uit de verkoop van grond en het afromen van vermogen bij de woningbouwcorporaties, de provincies en de gemeenten.

De budgettaire discipline verslapt en dit leidt tot financiële risico’s. Dit kabinet geeft extra gas in een opgaande conjunctuur door uit te gaan van een hogere groei dan in het behoedzame CPB-scenario. Door de hoogconjunctuur neemt bovendien de kans op tijdelijke meevallers toe en die worden vervolgens onmiddellijk ingezet voor structureel beleid. Ook Balkenende IV bedient zich van eerst-zuur-dan-zoet-beleid. Tegelijkertijd wordt al bij twee procent financieringstekort aan de handrem getrokken (was 2,5 procent). De onervaren minister van Financiën gaat dus als een puber met een BMW eerst te hard gas geven en vervolgens te hard remmen. Het voorgestelde begrotingsbeleid zal tot financiële brokken leiden.

De bijdrage van dit kabinet aan de oplossing van de vergrijzing is onvoldoende. De naoorlogse generaties leveren vanaf 2011 een marginale bijdrage via de ouderenheffing indien ze voor hun 63ste stoppen met werken. Als ze tot hun 65ste werken, vervalt de heffing.

De te langzaam ingevoerde maatregel is pas volledig van kracht als de generatie van 1975 met pensioen gaat. Het kabinet begint geleidelijk de belastingen te verhogen voor de kostwinners uit generaties vanaf 1972 via de afschaffing van de overdraagbaarheid van de heffingskorting en wentelt ook daarmee de vergrijzingskosten af op de jongeren. Het is bovendien de vraag of meer concurrentie in de zorg wel leidt tot een beperking van de extra stijgende zorguitgaven.

De veronderstelde positieve arbeidsmarkteffecten van het kabinetsbeleid zijn twijfelachtig. Nederland lijdt ongeneeslijk aan de Hollandse ziekte, want de WAO wordt weer wagenwijd opengezet. Volgens het CBS stond de teller september vorig jaar op 854.930 arbeidsongeschikten (twaalf procent van de beroepsbevolking). De zeer effectieve strafpremie voor werkgevers die te veel werknemers in de WAO dumpen wordt afgeschaft. De uitkeringen worden verhoogd naar 75 procent van het laatst verdiende loon. En WAO’ers boven de 45 hoeven niet meer te worden herkeurd.

De belastingen stijgen met anderhalf miljard. Werknemers zullen daardoor minder uren maken. Aan de onderkant gaan wel meer mensen de arbeidsmarkt betreden door de invoering van een inkomensafhankelijke arbeidstoeslag. Deze toeslag en de invoering van andere inkomensafhankelijke toeslagen voor kinderen en zorg leiden tot een verschuiving van de belastingdruk naar hogere inkomens. Investeringen in scholing worden door progressievere belastingen eveneens afgeremd, maar dat wordt gecompenseerd met hogere onderwijsuitgaven.

Daarnaast neemt het kabinet helaas weer een toevlucht tot Melkertbanen voor langdurig werklozen en arbeidsongeschikten. Het uitzicht op echt werk wordt daarmee niet vergroot. Effectievere loonkostensubsidies voor kwetsbare werknemers worden gelukkig ook bepleit. De vrouwenparticipatie neemt niet toe, doordat alle gezinnen met kinderen extra geld krijgen, of vrouwen nu werken of niet. Ook de levensloopregeling wordt verder opgetuigd met grotere fiscale subsidies voor zorg en vrijwilligerswerk, wat de betaalde arbeidsdeelname ondermijnt.

Dit kabinet verspeelt feitelijk de laatste mogelijkheid om op redelijke wijze ook een vergrijzingsbijdrage te vragen aan de babyboomers via fiscalisering van de AOW-premies, verhoging van de pensioenleeftijd en aanpak van de subsidies op het eigen huis. Het laatste is, met de liberalisering van de huurmarkt, urgent om huur- en koopwoningen ook voor starters bereikbaar te maken.

Dit kabinet reanimeert de economisch verstikkende polderinstituties op alle dossiers waar ze niet uitkomt en vergroot insider-outsider-problemen op de arbeidsmarkt, de huizenmarkt en in de sociale zekerheid. Dit kabinet zal de geschiedenis ingaan als het polderkabinet van de gemiste kansen.