Gashydraten of energietransitie?

Het ziet eruit als ijs maar het brandt als je het aansteekt: methaanhydraat. Het was hét nieuws vorige week op energiegebied: Japan is erin geslaagd gas te winnen uit ‘brandbaar ijs’ op de bodem van de Stille Oceaan. Vanuit het schip Chikyu werd ten zuiden van het Japanse schiereiland Atsumi van driehonderd meter diepte gas omhoog geboord.

Medium hydrate

De New York Times bericht dat er voldoende gas in de Japanse zeebodem zou zitten om nog honderd jaar in de binnenlandse vraag te voorzien. Sterker nog: “Experts estimate that the carbon found in gas hydrates worldwide totals at least twice the amount of carbon in all of the earth’s other fossil fuels, making it a potential game-changer for energy-poor countries like Japan.”

Maar als de techniek – die over vijf jaar winstgevend moet zijn – op grote schaal wordt toegepast, zal dat niet alleen de Japanse energiehuishouding beïnvloeden. Shell is ook al jaren bezig met deze ‘gashydraten’: in Canada en de VS wordt er stevig in geïnvesteerd, terwijl China en Noorwegen hun oceanen afspeuren op zoek naar nieuw gas.

In het onderzoeksdossierLand van gas en kolen beschreven wij eerder hoe belangrijk het 'eindigheidsperspectief’ is in de discussie over duurzame energie. Op conferenties, in debatten en in de media vertellen energie-experts elkaar continu dat er weliswaar nog voldoende fossiele brandstoffen zijn voor de komende twintig, vijftig of honderd jaar (afhankelijk van wie je het vraagt), maar dat we uiteindelijk toch echt om zullen moeten. De overstap naar duurzame bronnen is onvermijdelijk, een kwestie van tijd.

De vondst van de Japanners en de opkomst van schaliegas in de VS, waarover de afgelopen weken ook veel werd geschreven, zetten dit perspectief onder druk. Iedereen die ervan uitgaat dat een groene energievoorziening er hoe dan ook wel komt, zou zich dus achter de oren moeten krabben. Bij onderzoeksbureau TNO zijn ze met andere dingen bezig. Kennelijk in de waan dat Nederland met gevaarlijk hoge snelheid een groene energievoorziening ontwikkelt, presenteerde TNO vorige week een rapport dat opriep om voorzichtig aan te doen. Het persbericht kopte angstig: 'Onzorgvuldige transitie naar duurzaam energiesysteem kan dramatische consequenties hebben.’ Alvorens we beginnen aan 'de transitie naar een duurzame energievoorziening’ zouden we ons beter moeten 'voorbereiden’, want maar liefst twintig procent van de staatsinkomsten is volgens TNO 'gerelateerd aan het huidige energiesysteem’. Een wat tendentieus cijfer dat in het Financieel Dagblad direct onder vuur werd genomen.

Ook bij TNO spreken ze van de transitie alsof die al bestaat of er hoe dan ook zal komen. De onderzoekers vrezen 'trendbreuken in onze energiehuishouding die de economische positie van ons land wezenlijk verzwakken’. Je vraagt je af waar ze dat vandaan halen, want als Nederland ergens goed in is op het gebied van energie, dan is het in volgen van trends, niet het breken ervan.

Wiebe Draijer, voorzitter van de SER en bij de presentatie aanwezig om te vertellen over het energieakkoord dat daar nu gesmeed wordt, prees TNO voor de aandacht die ze het onderwerp geven, maar bekritiseerde de toon van het rapport. 'Ik denk dat we in Nederland geen tekort hebben aan partijen die het belang van fossiel onderstrepen. Natuurlijk is het een terecht punt. Als je deze sommen maakt, kom je erachter hoeveel geld er voor Nederland mee gemoeid is. Maar we moeten ook ruimte maken voor de groene kant van het spectrum, want ook daar kunnen we geld mee verdienen. Als we doorgaan op dezelfde weg halen we onze duurzame doelstellingen niet.’

En inderdaad, de spelers waar het hier om gaat - gassector, chemie, transport en agro - weten zich prima vertegenwoordigd in de politiek en binnen de overheid. NGO’s, lobbyorganisaties en burgercollectieven laten ook steeds duidelijker van zich horen en zitten bij de SER nu ook aan de onderhandelingstafel. Voor de zomer moet er een akkoord liggen dat de weg wijst naar een duurzame Nederlandse energievoorziening.

De wezenlijke vraag waar in rapporten als die van TNO alleen maar omheen gedraaid wordt, is wie de energietransitie moet gaan realiseren als 'we’ daarvoor kiezen. Al twintig jaar is in de energiesector te horen: 'we hebben een consistente strategie nodig’, 'we moeten inzetten op groei’, 'we zullen het samen moeten doen’. Maar wie gaat de leiding nemen? Rond de eeuwwisseling wilde de staat een regisseur van 'de’ energietransitie zijn, later werd die ambitie losgelaten. Bij wie gaat de SER deze zomer de bal neerleggen?

'Daar heb ik geen eenvoudig antwoord op’, zegt Draijer. 'De kern is dat er voldoende draagvlak moet zijn voor verandering. We moeten alle stakeholders mee zien te krijgen.’

Het zou een prestatie zijn als dat lukt na jaren van stilstand in de Nederlandse polder. Met de Japanse gashydraten in ons achterhoofd weten we slechts een ding zeker: niets is onvermijdelijk.


Meer in het dossier Land van gas en kolen

Beeld: US Geological Survey