De nieuwe altruïst

‘Gastvrijheid moet je onderhouden’

Sociaal ondernemer Loes Leatemia nam het initiatief tot Gastvrij Oost, een organisatie van buurtbewoners die vluchtelingen opvangt en verwelkomt in Amsterdam-Oost.

Medium rc20151208 loes leatemia 03 v3

‘Mijn vader kwam in 1952 van de Molukken naar Nederland. Hij werd opgevangen in voormalig concentratiekamp Vught, woonde in barakken, mocht niet werken, niet naar school. Hij heeft van dat verleden veel last gehad. Hij zei wel eens tegen me: ik wou dat ik naar de Verenigde Staten was gegaan. Daar mocht je meteen ondernemen, iets van je leven maken. Je moest jezelf wel redden, maar dat kon hij. Molukkers zijn überhaupt mensen die zichzelf kunnen redden. Maar mijn vader is beknot in Nederland. Door de instellingen, door mensen die hem niet toelieten in het werkende leven.

Hij heeft een zeer activistische periode gekend. Daarom heeft hij ook in verschillende interneringskampen gezeten. Maar uiteindelijk zei hij tegen zichzelf: dit leidt nergens toe. Ik ga integreren in Nederland, ik ga meedoen. Binnen de Molukse groep waren ook allerlei splintergroepen ontstaan, de eenheid was verdwenen.

Mijn vader heeft altijd tegen ons gezegd: ga een opleiding doen, maak je school af, zodat je kansen krijgt. Dat heb ik gedaan. Toch voelde ik me soms ook buitengesloten en dat had zeker met kleur te maken. Ik kwam naar Amsterdam toen ik achttien was, ik kom uit de Alblasserwaard, maar ik heb altijd de drang gehad om naar de stad te gaan, ben altijd gefascineerd geweest door de stad als fenomeen. Nu werk ik al mijn hele professionele leven in de stad Amsterdam.

Ik wil laten zien dat Amsterdam nog steeds een gastvrije stad is, uitdragen dat vluchtelingen welkom zijn in Nederland. Gastvrij Oost, het platform dat we in september hebben opgericht, bundelt de talenten van bewoners om vluchtelingen dat gevoel te geven. Gastvrijheid is iets wat je moet onderhouden. Dat blijft niet zomaar. Je moet dat voeden.

Ik vind het belangrijk dat het initiatief daarbij bij de mensen zelf ligt. De stad moet een plek zijn waar mensen kunnen bouwen en werken aan hun leven, waar ze kunnen doen wat zij denken dat goed is. Dat staat ook centraal bij Gastvrij Oost. Vluchtelingen moeten zo snel mogelijk mee kunnen doen aan de samenleving, ze moeten de kans krijgen om iets van hun leven te maken. Iedereen kan daarbij helpen. Ik praat met universiteiten, met vluchtelingen die al langer in Nederland zijn, met bedrijven en lokale ondernemers. Er zijn zo veel mensen met expertise die iets kunnen en willen doen.

In november organiseerden we een dialoog-avond. Mensen uit verschillende wijken gingen met vluchtelingen in gesprek. Ik had daar geen leidende rol in, als niemand uit die buurt mij kent heeft het geen zin dat ik daar de boel kom regelen. Het gaat erom dat buurtbewoners en vluchtelingen zelf met elkaar in contact komen. Kijk, het zijn in sommige gevallen gewoon buren van elkaar. Ik vind het belangrijk dat mensen met elkaar in gesprek komen. Het is ook veel gemakkelijker dan wanneer je vanuit een overheid een inspraakavond organiseert. Het is een zachtere manier, je spreekt mensen aan op hun menselijkheid.

Ik vind wel dat je moet kijken naar het absorptievermogen van een gemeenschap. Amsterdam is een stad van achthonderdduizend mensen, daar kan best wat bij. In een dorp met tweeduizend inwoners ligt dat anders.

Ik heb niet de illusie dat ik de wereld kan veranderen, maar ik wil wel bijdragen aan het leven van mensen. Morgen komt de man van de snackbar op de hoek bij me langs. Hij wacht al heel lang op een sociale huurwoning. Ik vermoed dat er iets fout is gegaan, zijn Nederlands is niet zo goed. Ik spreek de taal, ik kan op hetzelfde niveau praten als de persoon aan de andere kant van de lijn. Als de man van de snackbar zelf opbelt loopt hij tegen een muur op. Dus ik ga bellen.’