De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk woensdag om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

Gasvrij

Nederland heeft geleerd van Irak, toen er te makkelijk werd ingestemd met een aanval. Geweld gebruiken tegen Syrië zou onrechtmatig zijn. Maar ook klinkt de roep om vergelding.

Uiteindelijk is het hier een Mickey Mouse-discussie, zei een bezoeker vorige week tijdens een schorsing van het debat in de Tweede Kamer over Syrië. Hij was daarmee niet uit op het kleineren van de Kamerleden, maar wilde de positie van Nederland in de wereld typeren. Dat laatste ontsloeg de Nederlandse politici volgens hem niet van de plicht hun standpunt over een eventuele westerse reactie op de gifgasaanval in de Syrische hoofdstad Damascus goed te onderbouwen. Want ook als Nederland alleen politieke steun zou verlenen aan het bombarderen van Syrische installaties wordt het medeverantwoordelijk voor de gevolgen ervan. Zoals ook het uitblijven van een reactie op de gifgasaanval en politieke steun voor die houding Nederland medeverantwoordelijk maakt voor de gevolgen daarvan. Ook die kunnen desastreus zijn. Het is niet eenvoudig in het geval van Syrië uit twee kwaden het minste te kiezen.

Bij het onderbouwen van een standpunt speelt in Nederland, net als in Groot-Brittannië, het Irak-trauma een grote rol. Waar het demissionaire kabinet-Balkenende I in 2003 de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, op zijn woord geloofde dat Irak over massavernietigingswapens beschikte, wil Nederland – kabinet én de grote meerderheid van de Tweede Kamer – eventueel bewijs dat in Syrië gifgas is gebruikt nu kunnen natrekken. Bovendien moet er door Nederland te valideren bewijs komen wie dat gas dan heeft gebruikt: het leger van president Bashar al-Assad of een van zijn vele tegenstanders.

Dat zowel minister Frans Timmermans van Buitenlandse Zaken als de Kamer vervolgens niet alleen genoegen neemt met Amerikaans bewijs maar ook wil wachten op de uitkomsten van het onderzoek van de inspecteurs van de Verenigde Naties strookt eveneens met de conclusies van de commissie-Davids. Deze commissie, die in 2010 de gang van zaken rond het Nederlandse Irak-standpunt evalueerde, constateerde dat Nederland er niet op had aangedrongen de VN-inspecteurs meer tijd te geven om vast te stellen of Irak zich had ontwapend.

Extra tijd had tien jaar geleden kunnen uitmonden in de constatering dat de Iraakse president Sadam Hoessein niet over massavernietigingswapens beschikte. Daarmee was voorafgaand aan de inval de reden die de VS daarvoor opgaven al komen te vervallen. Om dan nu in het geval van Syrië ingrijpen politiek te gaan steunen, nota bene op het moment dat er VN-inspecteurs in dat land aan het werk zijn, zou op z’n zachtst gezegd opmerkelijk zijn geweest. Het zou bovendien wederom de positie van de VN en de daar gemaakte internationale afspraken onderuit halen. Zeker Nederland, dat in Den Haag het met de VN samenwerkende opcw huisvest, de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens, is het aan zijn stand verplicht het onderzoek af te wachten.

Eveneens als gevolg van de commissie-Davids ligt er nu een advies over mogelijk militair ingrijpen in Syrië van de volkenrechtelijk adviseur van het kabinet, de Amsterdamse hoogleraar André Nollkaemper. De commissie constateerde dat de volkenrechtelijke legitimatie voor ingrijpen in Irak in Nederland een ondergeschikte rol had gespeeld. Om dat voortaan te voorkomen, ook hier met als oogmerk het belang van internationale afspraken en het internationaal recht, is besloten voortaan onafhankelijk volkenrechtelijk advies in te winnen.

Volgens Nollkaemper is er – ook na bewijs – geen rechtsgrondslag voor gebruik van geweld tegen Syrië. Ook de humanitaire situatie – de vele doden, gewonden en de stroom vluchtelingen – biedt daar volgens hem binnen het huidige recht geen uitzondering voor. Daar voegt hij echter aan toe dat internationaal recht niet statisch is en ook politieke beoordelingen een rol spelen in situaties zoals nu in Syrië. Vooral het kader voor humanitaire interventies is zich aan het ontwikkelen, oftewel politieke besluitvorming over ingrijpen dat als doel heeft nog meer doden, gewonden en vluchtelingen te voorkomen kunnen het internationale recht doen veranderen.

Maar daaraan kleven wél nadelen, waarschuwt Nollkaemper: ‘Elke nieuwe uitzondering biedt een risico van misbruik en kan leiden tot meer gebruik van geweld.’ Hij voegt daaraan toe dat een reactie die als doel heeft de gifgasaanval te bestraffen niet onder het kopje humanitaire interventie is te schuiven. Een dergelijke reactie zal altijd onrechtmatig zijn.

Deze laatste conclusie van Nollkaemper maakte de stellingname van vvd-Kamerlid Han ten Broeke bijzonder. Ten Broeke schuwde het als enige woordvoerder niet om vergelding als doel te benoemen; hij wil dat het Syrische regime – wel nadat er voldoende bewijs is geleverd – wordt bestraft voor het gebruik van gifgas. Ook als Rusland en China in de Veiligheidsraad daar hun veto tegen blijven uitspreken. Volgens hem is het overtreden van de rode lijn, die wat hem betreft al sinds de Eerste Wereldoorlog wordt getrokken bij het gebruik van chemische wapens, erger dan het niet handhaven van die lijn. ‘Het is’, zo voegde hij daar aan toe, ‘een illusie te denken dat we een perfecte internationale organisatie hebben.’

Zijn coalitiegenoot, pvda-Kamerlid Michiel Servaes, was voorzichtiger. Vergelding is bij hem geen doel op zich en hij wilde, anders dan Ten Broeke, niet vooruitlopen op een eventueel nieuw veto van Rusland en China en de vraag wat dan te doen. Maar hij zei zich wel op die situatie voor te bereiden. Daarvoor zou Servaes dan eens terug moeten kijken naar het debat tussen zijn partijleider Diederik Samsom en vvd-leider Mark Rutte vorig jaar, aan de vooravond van de verkiezingen. Daar zegt Samsom, weliswaar met menige slag om de arm, dat de internationale gemeenschap zich niet in elke situatie kan laten gijzelen door een veto in de VN. Dat lijkt misschien politiek voor fijnproevers, maar het kan een rol gaan spelen in het Nederlandse standpunt als er geen volkenrechtelijk mandaat komt.